Uit de soep

Freelance journalisten zitten in de hoek waar de klappen vallen, dus zoeken ze steeds vaker steun bij elkaar, met broodfondsen en andere trucs. Werkt dat een beetje? Langs bij Mediaridders.

In een kamer boven in het oude schoolgebouw in Amsterdam Oud-West staan drie MacBooks op tafel. Daarachter drie jonge vrouwen van freelancecollectief Mediaridders, druk in vergadering. Verspreid over tafel liggen edities van het Amerikaanse blad The New Yorker.


Boven het gezoem van de stofzuigende schoonmaakster brainstormt het drietal luid over hun nieuwe project: een graphic novel over de geschiedenis van de kraakbeweging. De eerste 27 duizend euro voor de financiering van de illustrators is al binnen. Nu nog ongeveer het dubbele om de research te bekostigen. De fondsaanvragen zijn al de deur uit, maar het duurt lang.


'We zitten vast!', roept Marieke Aafjes (32) van achter haar laptop. Google Docs staat open. Terwijl zij typt, verschijnt de tekst op het scherm van haar buurvrouw, Jasmijn Snoijink (36). 'Was die mail aan dat andere fonds niet te brutaal?', vraagt zij aan de groep. 'Ja, maar dan moet die vrouw maar niet zo knorrig reageren', zegt Moira van Dijk (32). 'Zonder geld komen we niet verder.'


Het moge duidelijk zijn: freelancejournalisten hebben het niet makkelijk. De freelancemarkt is zelfs compleet bedorven, zegt Hella Liefting, voorzitter van de Nederlandse Vereniging voor Journalisten (NVJ). Tarieven zouden in de afgelopen tien jaar gehalveerd zijn. De NVJ pleit nu voor een standaardtarief, landelijk vastgelegd.


Krimpende oplagen en dalende advertentie-inkomsten hebben een crisis in de journalistiek veroorzaakt, waardoor de onderhandelingspositie van freelancers erbarmelijk is, volgens de NVJ. Ook culturele en journalistieke fondsen hebben te maken met bezuinigingen. 2013 is daarom uitgeroepen tot 'het jaar van de freelancer'.


'We zijn net derderangsburgers', zegt Snoijink schertsend. 'De verborgen armen', vult Van Dijk lachend aan. Freelancers staan er vaak alleen voor. Door heel Nederland ontstaan freelancecollectieven uit de behoefte om werkplekken en opdrachtgevers te delen, maar ook voor een extra oog of luisterend oor. Zo ook de Mediaridders, die samen crossmediale journalistieke producties maken.


Maar bij het oprichten van een collectief houdt de onzekerheid niet op. Freelancers moeten zelf hun pensioen regelen en als ze ziek zijn, drogen de inkomsten snel op. Op dat laatste hebben de Mediaridders wat gevonden: ze hebben een zogenoemd broodfonds opgericht, in hun geval Soepfonds geheten. Met veertig man hebben ze zich verenigd. Elke maand stort ieder 55, 75 of 100 euro in het fonds. Wie ziek wordt, krijgt tot twee jaar lang maandelijks uitbetaald, afhankelijk van hoeveel je inlegt: 1.000, 1.500 of 2.000 euro.


'Maar het mag niet meer zijn dan je normaal verdient', zegt Aafjes. 'Het zou gek zijn als je winst maakt als je ziek bent.'


Het denken over freelancers is in negatieve zin veranderd de afgelopen jaren, vindt Tjitske Mussche (30), oprichter van het Soepfonds. 'Mensen denken: als ik geen baan kan krijgen, dan word ik maar zzp'er uit noodzaak. Maar het kan ook een keuze zijn! Ik ben trots op mijn status als freelancer.' De anderen knikken. Van Dijk: 'Zo zijn wij allemaal begonnen, wij wilden de vrijheid van een freelancer.'


Toch knaagde de onzekerheid. Een arbeidsongeschiktheidsverzekering hebben ze nooit gehad. Navraag in eigen kring leerde dat bijna niemand dat deed. Onbetaalbaar, was het argument.


De Mediaridders hebben naast het broodfonds ook nog een manier bedacht om aan het werk te blijven. Ze hebben een fonds opgericht om mediamakers de kans te geven een tijdlang te investeren in een project zonder daar financieel aan ten onder te gaan. Een opstartsubsidie dus, die ze in september uitreiken aan de mediaridder met het beste idee. Maandelijks legt ieder 25 euro in. Uiteindelijk looft het driekoppige bestuur, dat bestaat uit onafhankelijke leden uit de mediawereld, de prijs van 3.000 euro uit.


De helft van de acht Mediaridders zit in het broodfonds, dat verder voornamelijk bestaat uit freelancende mediamakers. Het fonds is volledig gebaseerd op onderling vertrouwen. Wie ziek is, hoeft geen doktersverklaring te laten zien.


'Ziek is ziek', zegt Mussche. 'En we hebben nog nooit ruzie gehad.' Anderhalf jaar geleden las zij een column in de Volkskrant van Pieter Hilhorst over broodfondsen. Ze herkende het probleem, freelancers hebben niks om op terug te vallen. Een broodfonds leek haar een goed idee: solidariteit in kleine kring. In juli vorig jaar was het Soepfonds een feit.


Aafjes: 'De naam is gebaseerd op twee dingen. De eerste paar vergaderingen maakten we altijd soep. En soep is ook wat je een zieke wil geven. Dus nu brengen we iedere zieke een pannetje soep.'


De sociale controle is sterk binnen het fonds. Maar niet te, want dan is het net alsof de bedrijfsdokter langskomt om te kijken of je wel ziek bent. 'Het is niet de bedoeling dat er letterlijk veertig mensen op ziekenbezoek komen om soep te brengen', zegt Mussche tijdens de lunch.


Momenteel zijn er twee mensen ziek in het Soepfonds. Wat ze mankeren, blijft binnen de groep. Dat is zo afgesproken. Mussche: 'Uit onderzoek blijkt dat het uitzonderlijk is dat er in het eerste jaar al twee mensen gebruik maken van het broodfonds, maar dat is geen probleem.' Sommige leden van het Soepfonds voelen zich bezwaard om gebruik te maken van de regeling, vertelt Mussche. 'Je wilt niet als profiteur worden gezien. Maar dan zeggen we: daar ís het juist voor!'


Broodfondsen zijn in opkomst, niet alleen onder freelancejournalisten. Allerlei zzp'ers verenigen zich om zo verzekeringsmaatschappijen te omzeilen. Sinds 2011 zijn er 27 broodfondsen opgericht in Nederland, met 822 deelnemers. Amsterdam loopt voorop met zeven fondsen, maar met nog twintig broodfondsen in voorbereiding is Utrecht mogelijk binnenkort koploper.


'Veel mensen informeren naar broodfondsen en willen zich aansluiten', zegt Mussche. Ze begonnen met twintig man, in een half jaar waren het er veertig. Het Soepfonds zit nu even vol, maar zal in de toekomst waarschijnlijk groeien naar vijftig man of meer.


Is zo'n vergadering met veertig man niet chaotisch? 'Gek genoeg niet', zegt Aafjes. 'Bij de oprichtingsvergadering waren er maar twee echte discussiepunten: of we een doktersverklaring zouden gebruiken en na hoe lang ziek zijn je aanspraak kunt maken op een uitkering. Een maand, besloten we vrij snel. Omdat de meesten elkaar redelijk kennen, kom je snel tot overeenstemming.'


Na de lunch lopen Van Dijk en Aafjes de vliering op om verder te werken. Hun bureaus met standaard voor de MacBooks staan tegenover elkaar. Links zit Aafjes op een blauwe skippybal ('dat is goed voor mijn zwakke onderrug'), rechts Van Dijk. 'Kom jij naast mij zitten?', vraagt zij aan haar collega. 'Zo'n bal rolt makkelijk.' Samen achter de laptop nemen ze een brief door. Weer een fondsaanvraag. Werk dat ze gelukkig samen kunnen doen.


'Eigenlijk is het krom', zegt Van Dijk. 'We willen dat de staat de positie van freelancers gaat verbeteren. Maar met een broodfonds en een collectief zorgen we ervoor dat de politiek niets meer hoeft te doen.'


Zelf ook een broodfonds?

Zoek je een verantwoord en betaalbaar alternatief voor reguliere arbeids-ongeschiktheidsverzekeringen? Dat kan bij de BroodfondsMakers, die het broodfonds eerst zeven jaar getest hebben in eigen kring. Het idee komt van econome Biba Schoenmakers en 'sociaal ondernemer' André Jonkers, via wie alle broodfondsen nog steeds geregeld worden op broodfonds.nl. Nieuwe fondsen betalen eenmalige instapkosten van 275 euro. Daarna betaalt een fonds 10 euro contributie per maand. Schoenmakers en Jonkers zijn inmiddels ook bezig met een pensioenregeling in kleine kring.


Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.