Uit de klauwen van de migrantenliteratuur

In Nederland zijn niet-westerse schrijvers vooral populair als auteurs van exotische romans, maar dat doet hen te kort. Ze horen thuis in de hoofdstroom van de letterkunde, al heel lang, van Poesjkin tot Rushdie, betoogt de Nederlands-Liberiaanse schrijver Vamba Sherif....

Een jonge Afrikaanse man kwam in de jaren negentig van de vorige eeuw naar Nederland en wilde een roman schrijven. Het werd hem herhaaldelijk afgeraden. Er waren talloze Afrikaanse schrijvers voor hem geweest, groter en talentvoller dan hij, wier boeken hier waren uitgebracht maar die weinig of geen aandacht hadden gekregen. De jongeman, zo werd hem gewaarschuwd, verspilde zijn energie. Die jongeman was ik.

De ‘afraders’ wisten waarover ze het hadden. De meesten waren immigranten die in de marge van de samenleving leefden. Hun culturen waren gemarginaliseerd, zo ook hun schrijvers. Auteurs als Chinua Achebe en Wole Soyinka, beiden uit Nigeria, hadden dan wel geschiedenis gemaakt – de ene met een bijzondere roman, Een wereld valt uiteen, en de andere met de Nobelprijs voor de literatuur voor zijn gehele oeuvre –, maar hun namen waren de meeste Nederlanders onbekend. Deze marginaliteit gold niet alleen voor schrijvers uit Afrika, maar ook voor die uit andere delen van de wereld. De uit Trinidad afkomstig Indiase schrijver V.S. Naipaul bijvoorbeeld, streed jarenlang voor erkenning.

Mijn ‘afraders’ schenen niets te weten over de revolutie die in de literatuur gaande was en die al was begonnen in de jaren zestig, toen een jonge Malinese schrijver zijn manuscript naar een Franse uitgeverij opstuurde.

Geweld en schoonheid

Geweld en schoonheid
De roman was doorspekt van alles wat Afrika kenmerkte: het extreme geweld aan de ene kant en de zeldzame schoonheid aan de andere. Het was eerlijk, schokkend en ja, wreed; het werk van een kwade en moeilijke man. Hij heette Yambo Ouologuem. Het recht van geweld, de roman, verscheen en maakte geschiedenis. Ik ontdekte de roman tussen de goedkoopste boeken van een antiquariaat. Op de kaft stond een oud masker dat door een bebloede speer in de ogen was geprikt, en onder het beeld stonden de woorden: ‘een wrede, panoramische roman uit zwart Afrika’. Ik benaderde het boek met aarzeling, omdat ik dacht dat het het donkere en achterlijke beeld van Afrika in veel romans zou herhalen; maar dat veranderde toen ik begon te lezen. Er ging een wereld voor me open, een wereld vol geweld, maar ook een van ongekende schoonheid, bijvoorbeeld als de schrijver de liefde beschrijft. Ouologuem was het gelukt duizend jaar geschiedenis van West-Afrika te vertellen in maar tweehonderd pagina’s, en met een vernuftigheid die ik zelden in een andere roman heb aangetroffen.

Geweld en schoonheid
Dat hij onterecht beschuldigd werd van plagiaat – hoe kon een Afrikaan zo’n goed boek schrijven? – is van ondergeschikt belang. Het gaat erom dat hij een stempel heeft gedrukt op de Franse literatuur en daarna op de wereldliteratuur. Hij zou niet de enige blijven.

Geweld en schoonheid
Salman Rushdie zette met zijn Middernachtskinderen (1981) de literatuur op zijn kop, en dat bracht al wat verandering in de houding tegenover migrantenschrijvers. Hij deed in zijn werk wat Ouologuem voor hem had gedaan: gebruik maken van verschillende invloeden. Andere schrijvers als Vikram Seth, Amitav Ghosh en Anita Desai kregen tegelijkertijd grote aandacht. Het was alsof migrantenliteratuur een bijzondere sprong vooruit had gemaakt.

Geweld en schoonheid
Op een gegeven moment, vooral in de jaren negentig, was het een hype om een migrantenschrijver te zijn. In Nederland werd het werk van migrantenschrijvers verslonden en lezers stonden in de rij om de schrijvers te zien of te horen spreken. Voortaan zou het allemaal gaan over dit soort schrijvers. Ze schreven niet over huiskamerdrama’s die we gewend waren uit de Nederlandse letteren, maar over grote thema’s. Het was vooral de zekerheid, het zelfvertrouwen waarmee hun werk indruk maakte. Ze waren van de marginaliteit tot het centrum verheven. Het was leuk om ze te lezen.

Geweld en schoonheid
Het leek allemaal heel nieuw, maar dat was het niet. Migrantenschrijvers hebben eigenlijk altijd hun stempel gedrukt op de wereldliteratuur. Ik noem als voorbeeld Antar Ibn Shaddad. Zijn gedichten uit de tijd voor de opkomst van de islam worden nog steeds gezien als een van de rijkste en mooiste werken uit de Arabische literatuur. Hij behoorde tot de zeven dichters van de Mu’allaqat, De Opgehangen Odes, gedichten die zo populair waren dat ze werden opgehangen aan de muur van de Kaaba in Mekka, al voor de komst van de islam een bedevaartsoord. Zijn vader behoorde tot de Arabische stam Abs, zijn moeder was een zwarte slavin. Hij dichtte: ‘Ik ben een man, van wie de helft met de beste van Abs kan wedijveren/ De andere helft verdedig ik met mijn zwaard.’

Geweld en schoonheid
Antar behoorde tot de zogeheten ‘Kraaien van Arabië’, zwarte dichters. Die vielen enorm op in een wereld die doordrongen was van poëzie en waarin dichters met goden vergeleken werden. Antar was van Ethiopische afkomst.

Geweld en schoonheid
Alexander Poesjkin had wortels in Afrika. Poesjkins grootvader, Abram Gannibal, beweerde te zijn geboren in Logone en dat ligt langs het huidige Tsjaad-meer, volgens de Engelse schrijver Hugh Barnes in zijn boek Gannibal, de Moor van St. Petersburg (en niet in Ethiopië, zoals werd gedacht door vele Russen). Het was met trots dat Poesjkin in Jewgeni Onegin zong: ‘Wanneer zeil ik hier weg, waar beelden spoken:/ Mijn Afrika! O feller licht! O blauwer zee!’

Geweld en schoonheid
Zijn invloed op de Russische literatuur en dus de wereldliteratuur was zo groot dat Tolstoj beschreef hoe hij voor het begin van zijn beroemde roman Anna Karenina was geïnspireerd door het begin van Poesjkins De schoppenvrouw. Dan was er natuurlijk de Pools-Engelse schrijver Joseph Conrad, met zijn beroemde roman Hart der duisternis. Ze zijn allen schrijvers die door hun afkomst tot de marge van hun samenleving werden gerekend, maar die met hun werken de wereldliteratuur diep beïnvloedden.

Kwellende marginaliteit

Kwellende marginaliteit
En toch blijft de marginaliteit van migrantenliteratuur een kwelling voor vele migrantenschrijvers. Van de talloze Afrikaanse schrijvers worden er maar enkele in Nederland echt gelezen, en dat komt vaak doordat ze in Nederland wonen of hebben gewoond. Dat er vorig jaar vele Afrikaanse schrijvers prestigieuze prijzen hebben gewonnen, zoals de Congolees Alain Mabanckou, met zijn roman Memoires de Porc, de Prix Renaudot, of de Nigeriaanse Ngozi Adiche met haar roman Half Gele Zon The Orange Prize, weten weinig Nederlanders.

Kwellende marginaliteit
Van het werk van de grote Afrikaanse schrijver Achebe zijn maar weinig boeken verkocht in Nederland. De meeste zijn al niet meer verkrijgbaar, laat staan het werk van Ouologuem. De schrijvers zijn in de vergetelheid geraakt, terwijl hun romans nog steeds van groot belang zijn voor de wereldliteratuur. Soms, als ik een lezing geef, ben ik weer verbaasd dat mijn lezers nooit van Wole Soyinka hebben gehoord, de schrijver die door sommigen met Shakespeare wordt vergeleken.

Kwellende marginaliteit
Ook Arabische schrijvers krijgen, met uitzondering van vrouwelijke schrijvers met hun eenzijdige en feministische boeken, in Nederland weinig of geen aandacht. Terwijl ze onderwerpen behandelen die Rushdie, Seth of Ghosh ook hebben aangeroerd.

Kwellende marginaliteit
De romans van migrantenschrijvers moeten worden losgerukt uit de klauwen van de ‘migrantenliteratuur’. Ons werk moet puur worden benaderd op basis van de esthetische kwaliteit ervan, niet vanwege het exotische of ‘vreemde’ karakter. Pogingen ons literaire werk te beplakken met etiketten als ‘exotisch’, ‘barok’ of ‘authentiek’ kunnen alleen maar in het nadeel van de literatuur werken.

Kwellende marginaliteit
Maar bovenal moeten wij, ‘de migrantenschrijvers’, de vrijheid hebben om, net als Antar, Poesjkin en Conrad dat deden, te schrijven over van alles en nog wat. We moeten alle thema’s, inclusief die waarmee het Westen worstelt, kunnen aanpakken zonder vrees niet serieus te worden genomen.

Kwellende marginaliteit
We moeten niet uitsluitend over Turkije, Marokko, Oeganda of Somalië schrijven. Onze rol moet zijn zoals die van iedere schrijver: de uiting van onze innerlijke strijd, van passie, liefde, angst en de woede die in ons borrelen. Het is onze kunst die moet tellen.