Uit de Gouden Kooi

Donderdag stappen de laatste deelnemers uit De Gouden Kooi de gewone wereld weer in. Maar hoe gewoon wordt hun leven nog na alle uitspattingen in luxe isolatie?...

Komende donderdag is het zo ver. Dan komt er een eind aan De Gouden Kooi – het realityprogramma van RTL 5 waarin een clubje vrijwilligers zich maandenlang in een villa-met-alles-erop-en-eraan heeft laten opsluiten in de hoop uiteindelijk een miljoen euro te kunnen incasseren. Sommigen werden al gauw weggestemd of hielden het zelf voor gezien, anderen (zoals Brian, Huub, Jaap en Amanda) hebben een tot anderhalf jaar in het luxueuze oord gebivakkeerd. En al die tijd heeft de wereld kunnen meegenieten van hun geroddel en getreiter, hun amoureuze escapades en hun scheldkanonnades. Enkele meiden probeerden zelfs voor het oog van de natie een medebewoonster uit te kleden. En Jaap presteerde het om in zijn braaksel te gaan rollebollen nadat hij eerst zijn volgekotste emmer over de vloer had leeggegooid.

Hoe moeten die mensen straks weer de bewoonde wereld in? Hoe komt zo’n Jaap, bijgenaamd ‘Terror Jaap’, ooit nog aan een baan, om maar iets te noemen? En hoe vergaat het al die anderen die zich in realityprogramma’s van hun donkerste kanten hebben laten zien? Of die, zoals Idols-kandidaat Khuki, recht in hun gezicht werden uitgelachen? Of van wie heel televisiekijkend Nederland weet dat ze zijn vreemdgegaan op Temptation Island? En waarom genieten wij kijkers van hun leed?

Nu is het ene realityprogramma het andere niet, zegt Jaap Kooijman, mediawetenschapper aan de Universiteit van Amsterdam. Er zijn de programma’s die draaien om de dingen die gewone mensen meemaken in hun dagelijks leven. ‘Kijk maar naar Hello goodbye, waarin presentator Joris Linssen op Schiphol op zoek gaat naar ervaringen, of Man bijt hond. Dat zijn programma’s die het moeten hebben van alledaagse taferelen’, aldus Kooijman.

Andere programma’s, zoals Big Brother of Expeditie Robinson, zijn veel extremer. Bij zulke programma’s gaat het erom wat een uitzonderlijke situatie doet met gewone mensen.

‘Wat gebeurt er bijvoorbeeld als je op een onbewoond eiland zit en het eten is bijna op? Ga je dan hamsteren, of pikken? En wat als jij de hele dag je best doet om vis te vangen, terwijl de rest lekker op het strand in de zon bakt? Of als jij door de programmamakers als leider wordt aangewezen terwijl de rest van de groep jou liever ziet vertrekken? Zulke programma’s hebben meer iets van een sociaal experiment.’

De meeste realityprogramma’s zitten echter ergens in het midden. Neem Idols, Extreme Makeover of Hollands Next Top Model. Allemaal programma’s rond gewone mensen die iets buitengewoons willen bereiken en daarvoor soms heel ver gaan.

En dan zijn er nog de programma’s die draaien om mensen uit sociaal zwakke milieus (Probleemwijken, de Tokkies) of om mensen die wel een steuntje in de rug kunnen gebruiken (zoals bij De Opvoedpolitie, Big Diet) – ook weer geen alledaagse types misschien.

En juist die zijn leuk om naar te kijken, zegt sociaal psycholoog Wilco van Dijk. Aan de Vrije Universiteit doet hij onderzoek naar leedvermaak. ‘Zoals mensen vroeger naar openbare executies of naar het dolhuis gingen, zo vergapen mensen zich nu aan figuren op tv die het wat minder hebben getroffen. Het geeft mensen een goed gevoel als ze anderen zien die slechter af zijn dan zij. Dat geldt vooral voor mensen met een negatief zelfbeeld: zij gaan zich beter voelen als ze iemand anders zien stuntelen. Geen beter vermaak dan leedvermaak.’ (zie kader)

Toch zijn ook mensen die wél stevig in hun schoenen staan een bron van amusement, zegt sociaal psycholoog Paul van Lange, eveneens aan de VU verbonden. Hij stond aan de wieg van BNN’s Mirror Mission, een realityprogramma waarbij kandidaten tweeënhalve week lang aan allerlei sociaal-psychologische experimenten werden onderworpen, die uiteraard werden gefilmd. Zo kregen drie mensen de opdracht om een bal over te gooien. Twee van hen hadden stiekem ingefluisterd gekregen dat ze nummer drie al gauw geen enkele bal meer moesten toespelen. De camera’s registreerden feilloos de woede en ergernis van de jongen die buitenspel werd gezet. Boeiende televisie, is Van Langes overtuiging. ‘Mensen zitten niet voor niets graag op terrasjes een beetje te koekeloeren naar wat er allemaal voorbij komt. We zijn nou eenmaal sociale wezens, we spiegelen ons aan anderen om ons gevoel over onszelf te ijken. Dus is het interessant om te zien hoe andere mensen zich gedragen.’

Dat zal allemaal wel, maar de blonde beroepsmilitair Bart Spring in ’t Veld (nu 31) had eind 1999 nooit aan de eerste Big Brother meegedaan als hij de gevolgen ervan had kunnen overzien. De 250.000 gulden (113.000 euro) die hij won door het honderd dagen in het Big Brother-huis van John de Mol uit te houden en de publiekslieveling te worden, waren het niet waard, zegt hij nu. De eerste maanden kon hij nergens meer naar toe zonder bijkans te worden gelyncht. Zo werd hij door een stel gillende kapsters van een podium af getrokken. Ook werd hij uit zijn auto gesleurd. Op de snelweg werd hij regelmatig achtervolgd. ‘Het waren gewoon Michael Jackson-achtige taferelen. Je hebt gekken die midden op straat stoppen, uit hun auto springen en met een mobiele telefoon aan hun oor roepen: ‘Het is hem!! Het is hem echt!!! Ahhh, wil je even wat tegen mijn moeder zeggen?’ Ik vond het allemaal nogal bedreigend.’

Bart kwam al gauw de deur niet meer uit. Bovendien werd hij naar eigen zeggen een ‘arrogant rotjochie’. ‘Ik ging met iedereen in discussie, ik was voortdurend bezig mezelf te laten gelden. Huub in De Gouden Kooi zie ik precies hetzelfde doen. Die denkt nu nog dat iedereen hem fantastisch vindt terwijl een heleboel mensen die gozer uitkotsen. Daar zal hij binnenkort achter komen.’

Intussen heeft Bart zich, negen jaar later, wel weer teruggevonden, ‘in de verbeterde versie Bart 3.0’. Zijn roem heeft hem bovendien geen windeieren gelegd: hij kon al gauw aan de slag als radio- en televisiemaker en schrijft tot op de dag van vandaag columns als Big Bart. Alleen begeeft hij zich nog steeds niet graag op straat. ‘Mensen willen van alles van me, ik moet overal mijn mening over geven. Wat ik van De Gouden Kooi vind, bijvoorbeeld. Dan denk ik: alsjeblieft, laat me met rust, ik heb hier helemaal geen zin in. Ik wil niet voortdurend lastiggevallen worden.’

Tegenwoordig barst het op de buis van de realityprogramma’s, het nieuwe is eraf. Eric ’t Mannetje, die vijfenhalve maand in De Gouden Kooi doorbracht, heeft dan ook weinig last van hysterische toestanden. Op straat wordt hij wel herkend, en als hij op een terrasje zit komt er elke paar minuten wel iemand op hem af, maar verder? ‘Ach, het valt allemaal wel mee’, relativeert hij. ‘Ik moest vooral wennen aan de drukte op straat, in de supermarkt. Het is alsof je uit de gevangenis komt. Je voelt je een beetje wereldvreemd.’

Nu worden deelnemers aan programma’s als De Gouden Kooi en Big Brother gescreend, en mag je van hen verwachten dat zij tegen een stootje kunnen. Bij programma’s als Idols is dat niet het geval. ‘Elke mafketel kan zo binnen komen lopen, ook de psychisch labiele types’, zegt psycholoog Kas Stuyf, die de screening voor Expeditie Robinson doet. ‘Dat vind ik kwalijk. Niet iedereen is ertegen opgewassen om voor gek te worden gezet.’

Screening is essentieel, wil hij maar zeggen – zeker als het gaat om programma’s waarin deelnemers onder grote druk komen te staan. Hij onderwerpt kandidaten daarom aan een scala aan rollenspellen, casussen en confronterende vragen. De stressbestendigheid van deelnemers test hij bijvoorbeeld door op te merken dat ze het volgens hem niet gaan redden. ‘Als iemand dan rustig blijft, gewoon antwoordt, vragen terugstelt – kortom, blijft communiceren, dan is dat een goed teken. Dan raakt hij kennelijk niet van slag als iemand iets vervelends tegen hem zegt.’

Daarnaast moeten kandidaten de gevolgen van hun deelname goed kunnen inschatten, vindt Stuyf. Hij neemt ze daarom een IQ-test af en gaat in gesprekken na of ze logisch kunnen nadenken. ‘Ze moeten de verstandelijke vermogens hebben om zich te realiseren wat er naderhand op ze af kan komen. Kunnen ze dat, dan is het verder hun eigen keus om mee te doen, en zijn programmamakers verder niet verantwoordelijk voor de gevolgen.’

Maar Paul van Lange vindt dat je niet teveel van screening kunt verwachten. ‘Natuurlijk moet je deelnemers goed selecteren, maar ook met degelijke screening kun je niet alle problemen ondervangen. Tegen sommige extreme situaties is gewoon niemand opgewassen. Laat je bijvoorbeeld mensen honderd dagen in het donker zitten, dan kun je screenen wat je wilt, maar ik garandeer je dat van zoiets iedereen last krijgt.’

Van Lange vindt het sowieso nogal riskant om mensen langer dan een week of drie in een huis op te sluiten of te verbannen naar een onbewoond eiland met continu loerende camera’s op zich gericht.

‘Programmamakers portretteren deelnemers graag op een stereotype manier, ze willen dat kandidaten herkenbaar zijn. Dat is nou eenmaal goed voor de kijkcijfers. Maar daardoor word je dus wel in een hokje gestopt, en hoe langer dat duurt, hoe moeilijker het is om zo’n imago van je af te schudden. Kijk maar naar Ruud, de man die in het eerste Big Brother-huis zat. Die is voor iedereen nog steeds de knuffelbeer.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.