Uit bemoeizucht met haar moeder gaat Sylvia Witteman op zoek naar een wc-rolhouder

'Ik kreeg spijt dat ik het woord 'gaatje' had gebruikt'

.

Foto Harry Cock / de Volkskrant

Ik was een doe-het-zelfwinkel binnengelopen, niet omdat ik ooit iets zelf doe, maar om een wc-rolhouder te kopen voor mijn oude moeder. Zij is pas verhuisd, van haar poppenhuisje in de Jordaan met moeilijke trappetjes naar een nette flat met lift en 'zorg-en dienstenaanbod binnen handbereik'. Ook begraafplaats Zorgvlied is 'lekker dichtbij' zoals mijn moeder grijnzend opmerkte.

Ze is blij met het nieuwe huis, waar het nooit tocht of lekt, ze niet wordt gewekt door marktlawaai, en de zon, indien aanwezig, onbekrompen door de kamerbrede ramen schijnt. Op de galerij staan scootmobiels voor zowat elke deur braaf te wachten tot hun baasje rijden wil, maar zelf loopt zij nog als een kleine, magere kievit naar de vreemde, nieuwe supermarkt om de vreemde, nieuwe hoek.

Ik kom geregeld aanfietsen met soep in tupperwaredoosjes, vervuld van gratuite bemoeizucht die mijn weemoed moet overschreeuwen. Mist ze haar tuintje niet? En de klokken van de Westertoren? Ik durf het niet te vragen, en zeur, in plaats daarvan, over kleinigheden. 'Mama, nou heb je nog steeds geen wc-rolhouder...'

'Kind, dat kómt nog wel', zegt ze dan, en dan ga ik weer, langs die slapende scootmobiels, die lift in, naar buiten, op mijn fiets, omkijken, zwaaien, en terug de stad in, die voor haar te druk is geworden.

'Ik zoek een wc-rolhouder', zei ik tegen de man van de doe-het-zelfwinkel. Hij stond een broodje te eten. 'Voor mijn moeder. Ze is bijna 80, dus...' De man wees naar een schap waarin er inderdaad een stuk of twintig hingen. ' Een closétrolhouder' begreep hij. 'Had u een bepaalde closetrolhouder in uw hoofd?' Nee, dat had ik niet.

De man nam een hap van zijn broodje dat zó overdadig met selleriesalade was belegd dat er een kwak op de Flexa-verfwijzer belandde (kleur: 'Delicate Tundra').'Er zitten al gaatjes in de muur', zei ik. 'Dus het is wel handig als dat ding in die gaatjes past'. De man knikte met volle mond. Toen hij had doorgeslikt zei hij, niet zonder spot: 'En heeft u misschien ook enig idee hoe ver of die gaatjes van elkaar af zitten?' Ik wees met duim en wijsvinger. 'Zoiets', zei ik.

'Dat is nou niet dat je zegt erg nauwkeurig', zuchtte de man. 'Ja, kijk, er zijn ook closetrolhouders voor één gaatje. Maar dan blijft uw moeder dus met één open gaatje zitten...' Zijn mondhoeken krulden. Ik kreeg spijt dat ik het woord 'gaatje' had gebruikt. 'Dus als u nou even teruggaat naar uw moeder, om d'r gaatjes op te meten...', sprak hij treiterig.

'Ja, dat zal ik doen', zei ik.

Maar goed, dat kómt nog wel.

Reageren? s.witteman@volkskrant.nl