Twitter en het einde van de popjournalist

Gijsbert Kamer

Het waren mooie dagen daar in Groningen tijdens Eurosonic/Noorderslag. Ik zag op Eurosonic goede optredens (Mount Kimbie, James Blake, Treefight For Sunlight) en tegenvallende (met Clare Maguire als dieptepunt). En natuurlijk werd het iedere avond veel te laat, maar wilde ik ook weer niet te veel missen van het dagprogramma, waar ik bovendien zelf aan deel moest nemen.

Hoogtepunt van het seminargedeelte voor mij was toch Bob Lefsetz. Natuurlijk, hij bereed zijn stokpaardjes, maar daar was hij ook voor gevraagd. Wat ik zo aardig vond aan zijn rants over door een rad van avontuur aangereikte onderwerpen als Spotify, Justin Bieber en Irving Azoff was de manier waarop hij dat deed. Lefsetz was eigenlijk precies het stampvoetende kleine driftkikkertje waarvoor ik hem hield. Hij is op Youtube wel te vinden (kijk naar de hilarische partij bekvechten met Gene Simmons), maar tot gisteren had ik hem nog niet opgezocht.

Zoals ik hem hoorde, zo stelde ik me hem voor na lezing van honderden Lefsetz Letters. Mocht u die nog niet kennen, totdat hij vorige week over Groningen en het Anne Frankhuis begon te schrijven, waren die zeer lezenswaardig. Ik hoop dat ie snel weer in LA zit, en weer gewoon over de muziekindustrie gaat schrijven.

Ik was ook graag naar Fred Goodman gaan luisteren, die vooral bekendheid geniet van zijn boek The Mansion On The Hill, maar vorig jaar het even aanbevelenswaardige Fortune’s Fool publiceerde over Edgar Bronfman Jr., Warner Music, And An Industry In Crisis. Een boek over de meest recente ontwikkelingen in de muziekindustrie, dat op zorgelijke toon eindigt, en waarin de auteur bij wijze van epiloog ook met een beschuldigende vinger naar de consument wijst. Waarom moet muziek allemaal gratis zijn, en weigeren internetfanatici nog langer voor muziek te betalen, terwijl veel van hen wel hun mond vol hebben over fair trade coffee waar ze wel graag meer voor willen betalen.

Zo kun je het ook zien.

Ik heb Goodman op het seminar gemist omdat ik op datzelfde moment deelnam aan een panel Muziekjournalistiek: De Toekomst. Gezien de concurrentie van Goodman, toch een vooraanstaand journalist, dacht ik dat de aandacht voor dit panel wel beperkt zou zijn. Maar het was er stampvol in het zaaltje. Het werd volgens mij ook wel een geanimeerd gesprek, zonder dat de conclusie zo verrassend was: er zal altijd ruimte voor muziekjournalistiek blijven al blijft het moeilijk daar je brood in te verdienen. Een situatie die twintig jaar geleden hetzelfde was, alleen zijn er nu veel meer muziekliefhebbers die zichzelf journalist kunnen noemen omdat ze op internet hun uitlaatklep hebben gevonden dan wel kunnen vinden.

Niemand die er om vraagt, en dus ook niemand die er voor zal willen betalen.

Toch heb ik er wel wat van geleerd. Allereerst vond ik het op een vreemde manier toch hartverwarmend dat er zoveel interesse in het ‘vak’ van muziekjournalist bestond. Ik denk wel eens dat veel van wat ik doe vergeefs is. Ik bedoel: die White Lies zijn echt niet om aan te horen, maar ze staan wel in een uitverkochte HMH.

En in andere sombere buien denk ik dat er toch wel niemand om die malle meninkjes van mij maalt.

Niet alleen tijdens dit panel maar ook op andere momenten de afgelopen dagen, waarop ik zomaae door mensen werd aangesproken bleek dat men die meninkjes en stukjes van mij juist wel op prijs stelde.

Sterker nog, ik word gemist op Twitter!

Een half jaar geleden heb ik me van Twitter teruggetrokken, na er een maand of vijf op actief te zijn geweest.

Ik hoopte dat dit medium me zou inspireren, maar het blokkeerde me vooral.

Eigen schuld, ik weet het, maar het beviel goed.

Toch kom ik terug, want er blijken mensen die graag meteen willen weten wanneer ik wat geschreven, gezegd of gedraaid heb. En al is het er maar 1, het is een kleine moeite.

Popjournalistiek heeft wat mij betreft nog genoeg toekomst, maar ik zal de nieuwe media daar ook wat meer bij betrekken.

Al gaat er toch nog weinig boven een goed ouderwets boek.

Onderweg naar en van Groningen las ik Best Music Writing 2010, een selectie met de beste artikelen over popmuziek gepubliceerd in 2009. Het is de elfde keer dat zo’n boek verschijnt en het is ieder jaar weer smullen. Steeds wordt er een andere gast redacteur uitgekozen en dit jaar is dat Ann Powers, journaliste bij de LA Times.

Zij is een generatiegenote, en ik moest alleen al vreselijk lachen om haar inleiding waarin ze vertelt dat ze wel eens aan andere leeftijdgenoten moet uitleggen wat ze doet:

‘I’m a music writer’, I say.

‘Oh that must be fun’, my interlocutor replies. Blank stare. ‘So....what does that mean?’

After we determineer that, yes, I’ve met Prince, and certainly I’ve lost some hearing going to so many concerts, the conversation usually dries up.

Heel herkenbaar. Ook het enthousiasme waarmee Powers zich in haar inleiding uitlaat over de kicks die ze nog altijd van muziek kan krijgen en de behoefte die ze voelt daar iets mee te doen.

Het hele boek staat vol met prachtverhalen. Vaak over toen actuele zaken zoals de dood van Michael Jackson, maar ook het prachtverhaal uit Rolling Stone over Merle Haggard is door Powers opgenomen.

De meeste verhalen komen uit de gedrukte media, maar ze heeft ook ogen voor internet gehad, getuige het Pitchfork stuk over ‘the decade in Indie’.

Lezing van dit boek is voor mij zeer inspirerend. Het bewijst dat er nog altijd volop ruimte en dus interesse in mooie, goed doortimmerde muziekfeatures is terwijl ook duidelijk wordt online-journalistiek en gedrukte media elkaar prima aanvullen.

Geestigst is de bijdrage van Christopher R. Weingarten met de inspirerende titel Twitter And The Death Of Rock Criticism. Het is een lezing die hij in New York gaf op een Twitter-conferentie.

Het begint zo:

Hi everyone. I’m Christopher R. Weingarten. I am a freelance writer for RollingStone.com, The Village Voice, Revolver Magazine, Revolver Magazine, Decibel Magazine, the website Idolator and more. By this time next year I’m going to need a new job.

Weingarten stelt vervolgens dat het tegenwoordig geen zin meer heeft om recensies van nieuwe platen te schrijven, omdat iedereen die gewoon zelf kan horen en de criticus door ‘lekken’ op internet geen voorsprong meer heeft.

En dat niet alleen, er kan op allerhande blogs of gewoon op Twitter ook meteen over geschreven worden, dagen, meestal weken voordat een ‘echte’ journalist er zijn stuk over publiceert.

Zelf heeft Weingarten in een jaar totaal 1000 recensies van dus maximaal 140 tekens op Twitter gezet, zoals hij afgelopen South By Southwest in vier dagen 100 concerten heeft besproken.

Natuurlijk, er is veel veranderd. Iedereen is recensent als die dat wil en waarom zou je nog wachten op een concertbespreking in de krant als je anderhalve dag eerder op Twitter al talloze berichten en foto’s hebt gezien.

Is Weingarten daarmee overbodig geworden? Nee, en hij geeft zelf ook aan waarom.

Ten eerste is het jammer dat de social media er voor gezorgd hebben dat iedereen vooral kennis neemt van dat wat er zich in zijn interessegebied afspeelt:

If you are into metal, you go to metal twitters. Bands build audiences for themselves, you just follow the bands you like. You don’t stumble across this stuff . And that’s a probleem. It’s harder to get exposed to stuff that is not in your comfort zone.

Dat is waar en er is nog iets anders: men Twittert zich tijdens een concert suf om te laten weten dat deze of die band geweldig dan wel kut is. Maar, zo constateert Weingarten uit ervaring: niemand zet erbij waarom.

Hij concludeert: ‘Be a critic in whatever you do. Let people now the why, let people now the how....Just don’t expect to get paid for it ever.

Zo somber ben ik niet.

En ach, zoals Bob Lefsetz ook al zei: er zal altijd goede muziek gemaakt worden. Het distributie-format verandert maar de ervaring van een live-concert zal altijd uniek blijven.

Het is inmiddels diep in de nacht. Terwijl ik dit schrijf luister ik naar Happy Camper, naast The Black Atlantic en Gomes vs Brutuzz voor mij de aangenaamste verrassing op Noorderslag. Maar ik ben te moe om uit te leggen waarom.

Komt wel als de plaat binnenkort verschijnt.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden