Twintig Syrische asielzoekers verdacht van oorlogsmisdaden

In de stroom vluchtelingen uit Syrië zijn de afgelopen jaren zeker twintig ex-strijders meegekomen die worden verdacht van oorlogsmisdaden. Dat blijkt uit een brief van staatssecretaris Klaas Dijkhoff (Asiel) aan de Tweede Kamer.

Een verwoest gebouw in Homs, Syrië Beeld epa

De Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) deed de afgelopen twee jaar onderzoek naar 340 asielzoekers van wie het vermoeden was gerezen dat ze betrokken waren bij oorlogsmisdaden. Van tachtig van hen acht de IND het aannemelijk dat ze bloed aan hun handen hebben. Naast de twintig Syriërs gaat het ook om Eritreeërs, Nigerianen, Soedanezen en Georgiërs.

De asielzoekers krijgen geen verblijfsvergunning. Landen mogen asiel weigeren bij 'ernstige vermoedens' van oorlogsmisdaden. Het relatief hoge aantal verdachte Syriërs versterkt de angst dat de vluchtelingenstroom niet alleen slachtoffers herbergt, maar ook jihadisten en misdadige ex-strijders meebrengt. Vorige week nog werd in Zweden de Syrische asielzoeker Mohamad A. aangeklaagd, nadat foto's waren opgedoken waarop te zien is hoe hij met een wapen in zijn hand poseert bij een aantal dode lichamen. De zaak kwam aan het rollen door het werk van burgeractivisten, die in toenemende mate autoriteiten voorzien van foto- en videomateriaal om vermeende misdadigers te ontmaskeren. Zo publiceerde de Britse journalist Ben Davies de gewraakte foto's van A. enkele dagen voor diens arrestatie.

Volgens Davies blijven veel Syrische oorlogsmisdadigers onder de radar van veiligheidsdiensten, omdat die 'geobsedeerd' zijn door de mogelijke komst van IS-strijders. 'Er is nauwelijks bewijs dat er veel IS-strijders naar Europa zijn gestuurd. Ondertussen zijn hier al wel honderden ex-strijders uit Syrië, die de meest verschrikkelijke dingen op hun geweten hebben.'

Ook de IND zegt gebruik te maken van het werk van burgeractivisten. Zo speelde de Nederlandse Syriër Salem Kurdi, die het internet afspeurt op zoek naar gevluchte oorlogsmisdadigers, meermalen informatie door. Van vervolging van vermeende Syrische oorlogsmisdadigers is nog geen sprake. Het team Internationale Misdrijven van de Landelijke Recherche beoordeelt of vervolging kans maakt, nadat de procedures bij de IND zijn afgerond. Dat kan jaren duren, want vrijwel al deze zogeheten 1F'ers gaan in beroep tegen hun uitspraak. Volgens hoogleraar internationaal strafrecht Harmen van der Wilt (Universiteit van Amsterdam) is de kans klein dat een zaak rondkomt. 'Dat is heel lastig omdat het daar oorlogsgebied is. Je kunt er niemand naartoe sturen om getuigen te horen of onderzoek te doen.'

Ook als er foto- of videomateriaal opduikt waarop te zien is dat Syriërs betrokken waren bij gevechten, is het nog geen uitgemaakte zaak. 'Je moet eerst vaststellen wie ze hebben doodgeschoten. Als het combattanten waren dan is het waarschijnlijk geen oorlogsmisdaad. Zelfs als het om burgers gaat, is het van belang te weten of ze participeerden in de strijd. In dat geval kunnen ze een legitiem doelwit vormen.

Zolang justitie niet voldoende bewijs heeft, kunnen de vermoedelijke oorlogsmisdadigers niet worden vastgezet. Een gedwongen terugkeer naar Syrië gaat ook niet, omdat het in Syrië te gevaarlijk is. Internationale verdragen staan niet toe om iemand naar zo'n gebied terug te sturen. Voor de verdachte Syriërs rest een leven in de illegaliteit. Staatssecretaris Dijkhoff schrijft dat er niet meer opzit dan 'eens per half jaar' middels een gesprek aan te dringen op vertrek.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.