Gesloten jeugdzorg

Twintig keer in de separeercel, en dan...?

Probleemjongeren belanden in gesloten jeugdzorginstellingen nog met regelmaat in de isoleercel. Een middeleeuws instrument, stellen behandelaars. Het kan ook anders. Dit is het verhaal van Lisette. 

Het sportveld van de jeugdzorgplusinstelling Transferium. Beeld Guus Dubbelman / de Volkskrant

Thuis hebben ze een nestje pasgeboren konijntjes. Lisette kiest een wollig bruin beestje en stopt het in een schoenendoos met gaatjes in de zijkant. De doos gaat onder in een grote boodschappentas. Daarbovenop legt ze een stapel kleren. Het plan is het konijntje aan het eind van het weekend, als haar verlof erop zit, mee naar binnen te smokkelen, Trans­ferium in. In die instelling voor gesloten jeugdzorg verblijft Lisette – uit privacyoverwegingen een gefingeerde naam – dan al een jaar.

Ze is er op haar 14de beland omdat ze ernstig suïcidaal was en zichzelf beschadigde – meer wil Lisette niet kwijt over haar persoonlijke omstandigheden. Ze kon niet thuis blijven wonen en ook niet in open instellingen. De jeugdrechter had besloten dat ze naar de gesloten jeugdzorg moest.

Lisette heeft een eigen kamer aan een gang met zeven andere jongeren met ernstige problemen. Er zijn veel strenge regels, die ze niet altijd logisch vindt. Ze mag het terrein niet verlaten zonder toestemming. Binnen valt elke tussendeur automatisch in het slot. En ’s middags moet ze een half uur naar haar kamer, als de groepsbegeleiders overdracht houden.

Lisette vindt haar groep te druk. De andere jongeren zijn andere types, ze draaien gangster-rap, zelf luistert ze liever naar Beyoncé. Met sommige groepsbegeleiders heeft ze wel een band, maar groepsbegeleiders zijn er niet altijd. Ze gaan ook weer naar huis.

Met een konijn zou het allemaal beter gaan, denkt Lisette. Daarmee zou ze altijd kunnen knuffelen. Het diertje zou bij haar zijn als ze zichzelf weer iets wil aandoen.

Weggestopt in de jeugdgevangenis

Tot 2008 belandden minderjarigen waar hulpverleners zich geen raad mee wisten in de jeugdgevangenis. Kwetsbare jongeren als Lisette en jongeren met ernstige gedragsproblemen zaten er vast tussen jeugdige daders, een onhoudbare situatie.

Als alternatief werd de zogeheten jeugdzorgplus in het leven geroepen: ­gesloten instellingen voor tijdelijk verblijf en behandeling. De jeugdrechter kan besluiten tot een plaatsing in een van de twaalf gesloten instellingen in de Jeugdzorgplus.

De circa 1.400 jongeren tussen de 12 en 18 jaar die in de gesloten jeugdzorg verblijven, zijn daar terechtgekomen ­omdat ze bescherming nodig hebben, omdat ze zichzelf in gevaar brengen of omdat anderen dat doen, omdat hun ­ouders hun geen veilig thuis kunnen bieden, of omdat ze behandeling weigeren voor hun ernstige gedragsproblemen. Het zijn veelal kinderen die een trauma hebben opgelopen door mishandeling, verwaarlozing of misbruik. Met hun ­ouders hebben ze vaak een moeizame, ingewikkelde relatie. Een deel van de jongeren is licht verstandelijk beperkt. Steeds meer kinderen hebben een psychiatrische stoornis.

De bedoeling is dat ze alleen in het ­uiterste geval in zo’n instelling terechtkomen en dat hun verblijf zo kort mogelijk duurt. De behandeling moet erop ­gericht zijn de kinderen zo snel mogelijk te laten terugkeren naar de samen­leving, bij voorkeur in het eigen gezin of een pleeggezin. In de praktijk blijven ze vaak langer, onder meer door gebrek aan doorstroommogelijkheden.

De gesloten jeugdzorg ligt de laatste jaren onder vuur. Jongeren klagen over het strikte regime. De jeugdzorg is niet bedoeld als straf, maar het lijkt wel veel op een gevangenis, zeggen zij. Wie zich misdraagt, belandt in de afzonderingsruimte – jeugdzorgjargon voor de isoleercel.

‘In sommige instellingen zat ik tot wel 21 uur op mijn kamer. In andere mocht ik me juist niet terugtrekken’, schreef ­Jason Bhugwandass (21), die zelf in vijf verschillende instellingen verbleef, begin dit jaar in een opiniestuk in de Volkskrant. ‘Overal waren weer andere regels, andere tucht. In de ene instelling mochten we niet naar Prison Break kijken, in de andere instelling niet Ik voel me zo verdomd alleen van Ciske de Rat zingen.’

Een van de jongeren (niet Lisette) in de jeugdzorgplusinstelling Trans­ferium in Heer­hugowaard, met haar steun en toeverlaat. Beeld Guus Dubbelman / de Volkskrant

In de gesloten jeugdzorg staat repressie goede behandeling in de weg, concludeerde gedragswetenschapper Sophie de Valk eerder dit jaar in haar promotieonderzoek. Repressie, legt ze uit, is als medewerkers misbruik maken van hun macht en de jongere daardoor schade oploopt. ‘Denk aan het ten onrechte isoleren, of te strikte regels, waardoor jongeren nauwelijks autonomie hebben.’

Mede door dergelijke kritiek heeft ­minister Hugo de Jonge van Volksgezondheid vorig jaar met de jeugd­zorgplusinstellingen afgesproken dat minderjarigen vanaf 2022 niet langer worden afgezonderd. Het isoleren van veelal getraumatiseerde kinderen zou traumatisch kunnen zijn, vinden ook de instellingen zelf. Ze willen de praktijk helemaal uitbannen.

Het terugdringen gaat niet snel genoeg, vindt de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd, die het proces nauwlettend volgt. Instellingen kampen met grote personeelstekorten. De decentralisatie heeft bovendien tot onrust geleid. Om contracten met gemeenten in de wacht te slepen, moeten jeugdzorgaanbieders zich steeds opnieuw verkopen. Dat kost veel tijd en energie, die ten koste gaat van de zorg voor de jongeren.

De Volkskrant bezocht twee jeugdzorgplusinstellingen die desondanks proberen de zorg anders in te richten: de Koppeling in Amsterdam en Transferium in Heerhugowaard. Allebei gelden ze volgens de Inspectie als instellingen die op de goede weg zijn.

De twee gezichten van de jeugdzorg

Transferium heeft twee gezichten. Van buiten is het een uit bruine bakstenen opgetrokken gebouw, tussen de weilanden en de sportvelden, aan de rand van Heerhugowaard. De dubbele sluisdeuren, die alleen een medewerker kan openmaken, houden buitenstaanders buiten en de jongeren binnen.

Eenmaal binnen verandert het gebouw in een doorsnee vinexwijk. Midden in het complex is een straat aangelegd, compleet met naambordje en straatverlichting. De leefgroepen van de jongeren zien eruit als rijtjeshuizen, omringd door perkjes vol vlinderstruiken. Atalanta’s fladderen rondom de paarse bloemen, een kip pikt wat zaadjes weg.

Met dit speciaal voor hen neergezette pand, is Transferium een uitzondering. De meeste jeugdzorgplusinstellingen kregen bij de oprichting een voormalige jeugdgevangenis toegewezen. Werk­nemers uit die jeugdgevangenissen maakten destijds vaak de overstap naar de jeugdzorgplus. Het is een veelgenoemde reden voor het repressieve ­klimaat.

Ook daarin is Transferium anders: bij de oprichting werd een team samen­gesteld dat niet afkomstig was uit de jeugddetentie. In het kantoorgedeelte hangen kitscherige schilderijen van huilende zigeunerkinderen. Die moeten de ­medewerkers eraan herinneren dat achter iedere boze tiener die hier rondloopt een verdrietig kind schuilgaat.

Buitensporig veel regels

Naast het gedwongen afzonderen, draagt ook de soms buitensporige hoeveelheid regels bij aan een repressief klimaat in de gesloten jeugdzorg. Dat zegt gedragswetenschapper Sophie de Valk, die onderzoek deed naar de gesloten jeugdzorg. ‘De meeste jongeren snappen dat regels noodzakelijk zijn’, aldus De Valk, ‘Het geeft ook duidelijkheid. Maar soms zijn de regels te rigide, of zijn er te veel regels. Als een boterham bij de lunch eerst in zes stukjes moet worden gesneden, bijvoorbeeld. Dat soort situaties brengt het stressniveau omhoog en dat vergroot psychische klachten, weten we uit onderzoek.’

Transferium probeert het aantal regels terug te dringen. Kinderen hoeven bijvoorbeeld niet meer per se aan tafel mee te eten met de groep als ze daar een keer geen zin in hebben. Ook gaat de kamerdeur niet meer een half uur op slot tijdens de overdracht van het personeel tussen de ene dienst en de volgende.

Waarom waren dit soort regels er überhaupt? ‘Ze zijn erin geslopen’, zegt hoofd behandeling Suzan Terweij. ‘We werken met groepen van acht kinderen en twee begeleiders. Vergelijk het met een gezin met acht kinderen, elk met zware gedragsproblemen. Dan verval je snel in een strikt regime.’

Konijn Aisha als breekijzer

Als Lisette na haar verlof terugkomt in Transferium, gaat ze de sluisdeuren door en naar haar groep. Ze weet dat haar tas daar onderzocht zal worden. Bij binnenkomst zegt ze daarom dat ze nodig naar de wc moet. Van de begeleider mag ze direct door naar haar eigen kamer. Daar verstopt ze het konijntje in de kast.

Na een paar dagen gebeurt het onvermijdelijke. Een van de groepsleiders ontdekt Aisha, zoals ze het huisdier inmiddels genoemd heeft, op haar kamer. Ze had het dier niet naar binnen mogen smokkelen, oordeelt de begeleiding. Toch wordt er besloten dat het meisje het beestje mag houden. Zolang ze er zelf voor zorgt en het konijn buiten in een hokje staat.

Ook daarin is Transferium anders dan andere gesloten jeugdzorginstellingen. Huisdieren zijn er toegestaan. Een jaar of zes geleden kwam het eerste konijn binnen. Later volgden ­cavia’s, ratjes, vissen en zelfs een ­enkele keer een hond.

Dieren kalmeren de kinderen. Ze bieden afleiding, zegt Suzan Terweij, als hoofd behandeling verantwoordelijk voor hoe met de kinderen in Transferium wordt omgegaan. ‘Veel kinderen die bij ons zitten voelen zich afgewezen. Door hun familie, door hun leeftijds­genootjes, of door school. Een huisdier wijst je niet af. Het is er altijd.’ De Inspectie noemt het als een van de maatregelen die instellingen kunnen nemen om de sfeer in de jeugdzorgplus te verbeteren.

Waarom smokkelde Lisette het konijn naar binnen? Kinderen die een dier willen, moeten eerst met de directeur bespreken of ze genoeg geld en tijd hebben om het dier te verzorgen. Lisette had toestemming gekregen. Maar daarna bleek haar mentor allergisch voor konijnen. Er moest overlegd worden hoe de situatie opgelost kon worden.

‘Dat duurde te lang’, zegt Lisette. ‘Ik wilde zo graag een konijn.’

Lisette in de separeerruimte

Lisette, inmiddels 16 jaar, verblijft nu twee jaar in Transferium. Op voorwaarde dat ze anoniem blijft, wil ze vertellen over haar ervaringen in de gesloten jeugdzorg.

Ze praat zacht, bedachtzaam. Als ze vertelt hoe ze haar konijn naar binnen heeft gesmokkeld, begint ze voor het eerst te stralen. Met deze kleine daad van verzet, heeft ze zichzelf toch mooi een beetje uit de put getrokken, zegt ze. ‘Je hebt hier niets voor jezelf, alleen wat spullen. Groepsleiders ­komen en gaan, maar een konijn blijft bij je. Het geeft je houvast. En je kunt het heel veel knuffelen.’

In de twee jaar dat Lisette in Transferium verblijft, heeft ze de instelling zien veranderen. Het is er minder streng geworden. Er zijn minder willekeurig regels. Misschien wel de ­belangrijkste verandering: jongeren belanden niet meer zomaar in de afzonderingsruimte.

Zelf heeft Lisette daar vaak gezeten. Zeker een keer of twintig keer, schat ze. Elke keer als ze ‘een poging’ deed, zoals ze het zelf noemt, besloten de pedagogisch medewerkers dat ze naar de afzonderingsruimte moest. Aanvankelijk verzette ze zich. ‘Ze vroegen me eerst of ik zelf wilde ­lopen. Als ik zei dat ik niet zou gaan, pakten ze me vast en brachten ze me alsnog.’

De gang naar de afzonderingsruimte alleen al kan traumatisch zijn, zegt onderzoeker De Valk. ‘Als een jongere agressief gedrag vertoont, wordt er op een alarmknop gedrukt. Dan komen vier tot zes medewerkers die de jongere op de grond drukken. In principe doen ze dat pijnvrij, maar zelfs dan is het heel naar als je als kind door zes volwassenen tegen de grond wordt gewerkt.’

Vervolgens wordt een kind in de ­separeercel achtergelaten. ‘Zoek het maar uit, is de impliciete boodschap. In mijn onderzoek zeggen jongeren: ik voelde me depressief en dan word je in je eentje neergezet. Dat is wel het laatste waar ik beter van word.’

In Transferium, zegt hoofd behandeling Suzan Terweij ter ­nuance, worden jongeren alleen in het uiterste geval tegen de grond gewerkt.

In de afzonderingsruimten in de instelling ligt een matras op de grond. In de hoek hangt een stalen toiletpot zonder bril, boven de deur een klok en er is een knop voor de ­intercom. Op de kale muren hebben sommige jongeren hun naam gekerfd.

Lisette zat er soms een kwartier, soms een hele nacht. Na een tijd begon ze de voordelen te zien van het verblijf in de afzonderingsruimte. ‘Het was soms nodig dat ik daar was’, zegt ze. ‘Omdat het de enige manier was om veilig te blijven.’ Ze was niet helemaal alleen: haar konijn Aisha, mocht vaak mee.

Soms vroeg ze er zelf naar, om naar die ruimte te mogen gaan. ‘Op sommige dagen moest ik in mijn hoofd de hele tijd vechten om mezelf niets aan te doen. Dat is heel vermoeiend. In die ruimte kon ik mezelf niets aandoen. Dat gaf rust.’

Terweij, die aanwezig is bij het gesprek, onderbreekt haar pupil. ‘Als we op die momenten bij je waren gaan zitten, was het dan ook nodig geweest om je naar de afzonderingsruimte te brengen?’

Net als in andere gesloten jeugdzorginstellingen was in Transferium het separeren van kinderen lange ­tijd staande praktijk. De laatste jaren werden daar steeds vaker vraagtekens bij gezet. Er kwamen onderzoeken die aantoonden dat het schadelijk kon zijn voor jongeren, zegt Terweij. Het bleek het begin van een cultuur­omslag, waar veel gesloten jeugdzorginstellingen nu middenin zitten.

Terweij: ‘De oude mentaliteit was: je moet deze jongeren aan een strikt regime onderwerpen. Nu weten we dat het veel belangrijker is bij iedere jongere te kijken: wat heb je nodig?’

Bij Transferium is die verandering vier jaar geleden ingezet. Medewerkers zijn op deëscalatiecursus gestuurd en leerden signaleren herkennen wanneer het mis dreigt te gaan met een kind.

Als een kind in de groep toch een uitbarsting heeft, vraagt een medewerker nu eerst: wil je misschien een rondje lopen, om af te koelen? Soms wordt er een begeleider van een andere groep bijgehaald die niet bij de situatie betrokken was, die het kind wel rustig kan krijgen. En als er geen land meer met een kind te bezeilen valt, wordt het eerst naar zijn kamer gestuurd. ‘Met de deur open. Je probeert te voorkomen dat een kind wordt opgesloten.’

Eenvoudig is dat niet. Aanvankelijk waren sommige medewerkers huiverig voor de nieuwe werkwijze. Het is soms gemakkelijker regels te handhaven dan te proberen contact te ­maken met een kind dat uit zijn dak gaat, zegt Terweij. Maar er worden al resultaten mee geboekt. De laatste jaren neemt het aantal gedwongen afzonderingen in Transferium flink af.

Als Lisette nu was binnengekomen, zouden de medewerkers er alles aan gedaan hebben om de gang naar de afzonderingsruimte te voorkomen. ‘We zouden zeggen: wij blijven bij je, wat heb je nodig?’ Als een kind suïcidaal is, voelt het wanhoop, zegt Terweij. ‘In een afzonderingsruimte wordt die wanhoop alleen maar groter. Een kind dat boos is, wordt daar ook alleen maar bozer.’

Het afzonderen van kinderen, zegt Terweij ‘is middeleeuws. De hele ­samenleving vindt dat raar. Wij willen naar een werkwijze waarin het nauwelijks meer voorkomt.’

De mantra: geen kind meer gesloten

Een soortgelijke transformatie vindt plaats in de Koppeling, een gesloten jeugdzorginstelling in Amsterdam. Dat is alleen al vanwege het pand niet makkelijk, zegt Frederique Coelman, van huis uit klinisch psycholoog en sinds 2013 de directeur van de Koppeling. De instelling is gevestigd in een voormalige jeugdgevangenis, pal tegenover een filiaal van de Kentucky Fried Chicken in een winderige uithoek van Amsterdam Zuidoost. Er zijn drie witte blokken met grotere ramen aan vast gebouwd, maar de nieuwbouw heeft de geest van de jeugdgevangenis niet helemaal kunnen verdrijven.

‘Begrijpelijk dat veel kinderen zich hier bij binnenkomst opstandig gedragen’, zegt Coelman. ‘Je neemt ze hun autonomie af, juist in een leeftijdsfase dat ze die autonomie willen verwerven. Dit wil geen kind.’

Haar mantra prijkt in groene ­viltstiftletters prominent op het ­whiteboard in haar kantoor: ‘Geen kind meer gesloten.’ Het liefst zouden ze zichzelf opheffen, zegt Coelman. Alleen in uiterste nood zou een kind in een gesloten jeugdzorginstelling moeten belanden. ‘En niet omdat men geen raad weet met een kind.’

Vooralsnog heeft de klinisch psycholoog de verantwoordelijkheid over een vijftigtal minderjarigen. Kinderen die soms een uitbarsting hebben en dan tafels, stoelen, ramen vernielen, agressief zijn naar begeleiders, of zichzelf proberen te beschadigen. ‘Soms kan het wekenlang rustig zijn. Maar als er bijvoorbeeld een nieuwe jongere binnenkomt, kan er elke dag een incident zijn.’

Voorheen zou een kind bij het vertonen van zulk gedrag grote kans ­maken om in de afzonderingsruimte te belanden, zegt Coelman. ‘Dat gebeurde soms uit machteloosheid. Nu denken de medewerkers: wat kunnen we doen om hem rustiger te maken? Kunnen we contact met hem krijgen? Buiten even een sigaretje roken? Of wil hij bijvoorbeeld even naar zijn ­lievelingsmuziek luisteren?’

Zo’n aanpak vergt voldoende goed gekwalificeerd personeel en juist daar schort het aan. De Koppeling moet openstaande vacatures geregeld invullen met uitzendkrachten. Die kennen die jongeren niet altijd en dat bemoeilijkt de persoonlijke aandacht.

Daarom zet de instelling een pool in van extra ervaren medewerkers die bij trammelant kunnen assisteren. ‘Koppelaars’, heten ze er. De Inspectie noemt deze aanpak een voorbeeld voor andere instellingen die flexkrachten inzetten.

De cijfers bewijzen dat ze op de goede weg zijn, zegt Coelman. In 2017 belandde in de Koppeling nog 46 keer een kind in de afzonderingsruimte. In 2018 gebeurde dat 15 keer. En dit jaar nog helemaal niet, zegt Coelman trots.

Toekomst Transferium onzeker

Transferium verloor vorig jaar een openbare aanbesteding voor de gesloten jeugdzorg. De instelling vocht dat aan bij de rechter, maar kreeg geen gelijk. Achttien gemeenten in Noord-Holland mogen de gesloten jeugdzorg bij een andere aanbieder (Horizon) aanbesteden. Transferium blijft wel gesloten jeugdzorg bieden voor onder meer de gemeente Haarlem. Het betekent dat de instelling moet afbouwen. Er verblijven momenteel veertig kinderen, terwijl er plek is voor tachtig. De zorginstelling, die volgens de inspectierapporten op de goede weg is, zal wel blijven bestaan. Er komt open jeugdzorg 

Daarom wil ze per 1 november de isoleerruimte opheffen, met een ceremonie. Natuurlijk heeft de directeur ook de berichten gelezen dat het in de volwassenen-ggz niet mogelijk is gebleken om te werken zonder isoleercellen. Ook in die sector was het de ambitie het separeren uit te bannen. In een kliniek in Hoorn is de eerder symbolisch verwijderde deur inmiddels weer teruggehangen in een isoleercel.

Kan dat de Koppeling ook over­komen? ‘Het gaat hier om kwetsbare kinderen, dat is anders’, zegt Coelman. ‘Het is voor mij een principekwestie geworden.’ Als er een afzonderingsruimte is, wordt de ruimte gebruikt. ‘Dat moet je niet willen. Deze kinderen zijn al zo vaak in de steek gelaten, als je ze alleen opsluit, laat je ze opnieuw zitten.’

Lisettes droom ligt in de jeugdzorg

Terug in Heerhugowaard hoopt ook Suzan Terweij de afzonderingsruimten uiteindelijk te kunnen sluiten. Of het haalbaar is gedwongen afzonderingen helemaal uit te bannen in de jeugdzorgplus, weet de behandelaar niet. ‘Wat ik wel weet: als je de lat hoog legt, kom je verder.’

Met Lisette gaat het steeds beter. Ze staat op het punt te verhuizen naar een open groep binnen Transferium. Daar krijgt ze een sleutel en kan ze vrij het gebouw in en uit. Het is na twee jaar een enorme stap. ‘Vroeger was ik een raar kind’, zegt Lisette. ‘Ik switchte snel van emoties, van druk naar verdrietig. Nu kan ik daar beter mee omgaan.’

Ze begint na te denken over haar eindexamen. Ze is bij Transferium binnengekomen als vwo-leerling, maar afgezakt naar het vmbo, maar ze is vastbesloten door te leren. Ze hoopt therapeut te worden voor kinderen zoals zij. ‘Als iemand nu tegen mij zegt: ‘Ik begrijp dat je je rot voelt’, denk ik vaak: je begrijpt het helemaal niet. De kinderen die ik later ga behandelen weten van mij: die begrijpt het echt.’

Lisettes konijn Aisha is twee maanden geleden overleden. Ze heeft het beestje begraven. Aan een nieuw huisdier wil ze nog niet denken, daarvoor is ze nog te verdrietig.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden