Twijfels bij martelgang

Zero Dark Thirty over de jacht op Osama bin Laden is bij het publiek een groot succes. Maar vanuit Washington klinkt kritiek. De film zou martelen vergoelijken. Is die kritiek volgens kenners terecht?

In zijn boze brief over de martelpraktijken van de CIA hoefde de conservatieve senator John McCain, niet te vermelden dat hij zelf jarenlang werd gemarteld. Zijn oorlogsgeschiedenis in Vietnam is algemeen bekend in de VS. Maar McCains persoonlijke ervaringen gaven wel extra moreel gewicht aan zijn ongebruikelijke brief aan filmstudio Sony, nadat de speelfilm Zero Dark Thirty onlangs in roulatie ging.


'U voedt de mythe dat martelen effect heeft', schrijven de 'diep teleurgestelde' McCain en twee collega-senatoren. De 'foutieve en misleidende' film wekt immers de suggestie dat informatie door marteling de weg wees naar Osama bin Laden.


Zero Dark Thirty is op de werkelijkheid gebaseerd en brengt inderdaad onomwonden in beeld hoe spionagedienst CIA na de terreuraanslagen van 9/11 omging met weigerachtige moslimextremisten. Gevangenen werden op 'black sites' in Afghanistan en Pakistan soms aan mensonterende verhoren onderworpen. Harde klappen, eenzame opsluiting, de gesimuleerde verdrinkingsdood: dat waren de 'gevorderde ondervragingstechnieken' die Zero Dark Thirty laat zien.


Wat de filmmakers in de problemen heeft gebracht, is de onmiskenbare suggestie dat het geweld ook effect had. Daarover bestaat geen Amerikaanse consensus. Maar regisseur Kathryn Bigelow en scriptschrijver Mark Boal hebben geconcludeerd dat de schuilplaats van Bin Laden onder meer werd gevonden dankzij gevoelige informatie uit 2002 en 2003 - die door mishandeling loskwam.


De film betoogt níet dat martelen aanvaardbaar of noodzakelijk is; de bekende progressieve filmmaker Michael Moore heeft daar recentelijk op gewezen. Als felle criticus van Amerikaanse macht en de 'oorlog tegen terreur' heeft Moore zich daarmee opgeworpen als een onverwachte verdediger van Zero Dark Thirty.


Maar de film zal wel in grote mate bepalen hoe Amerikanen en bioscoopgangers daarbuiten zich de jacht op Bin Laden herinneren. Dat is waar McCain zich zorgen over maakt.


Zijn brief is als een bom ingeslagen, zo vaak bemoeit Washington zich niet met een Hollywoodfilm. Onlangs hebben de senatoren ook nog een formeel onderzoek aangekondigd naar de enthousiaste medewerking die de CIA gaf aan de filmmakers.


Dit alles is slecht gevallen bij Boal, Bigelow en andere filmmakers. Politici die Hollywood wensen te corrigeren of zelfs censureren: het doet in de VS onvermijdelijk denken aan de communistenjacht onder senator McCarthy in de jaren vijftig.


Zero Dark Thirty is de eerste film die sinds de dood van staatsvijand nummer één (in mei 2011) terugblikt op de aanloop naar dat moment van nationale ontlading. De film raakt een snaar, en niet alleen in Washington. De bioscopen in de VS zitten vol, de recensies zijn enthousiast en Zero Dark Thirty kreeg vijf Oscarnominaties.


Maar de CIA is geschrokken van de controverse en zag zich gedwongen om in een - ook al zeldzame - verklaring toelichting te geven. 'Sommige informatie' die leidde naar Bin Laden in Pakistan kwam van mishandelde verdachten, aldus interim-CIA-chef Michael Morell. 'Maar er waren ook andere bronnen. Of gevorderde ondervragingstechnieken de enige effectieve manier waren, zal nooit definitief duidelijk worden.'


Niet alleen de martelingscènes, maar ook andere details uit de film staan ter discussie. Voormalige CIA-agenten hebben er op gewezen dat ze echt niet met een CIA-speldje op hun colbert rondlopen, zoals de acteurs in Zero Dark Thirty. CIA-analisten die in restaurants over geheime operaties spreken? Nooit. Maar de verhoren van moslimextremisten staan centraal in het waarheidsdebat.


Er zijn al meerdere nonfictieboeken verschenen over de jacht op Bin Laden, zoals het onlangs vertaalde Geen makkelijke dag van de oud-marinier Mark Owen, die Bin Laden zag sterven. Maar een pakkende speelfilm kan veel meer mensen bereiken. 'De discussie loopt zo hoog op doordat er zo veel op het spel staat', zegt Tricia Jenkins, hoogleraar mediastudies en de auteur van het boek The CIA in Hollywood.


De CIA is een geheime dienst die moeilijk, vuil werk doet. Intussen heeft de dienst wel een speciale afdeling om filmmakers en schrijvers bij te staan. 'De spionagedienst beseft dat het grote publiek alleen maar via film en televisie informatie over de CIA krijgt', zegt Jenkins in een interview. 'Ze besloten zich te bemoeien met de beeldvorming.'


De vaak bloederige inspanningen van de CIA komen ook in andere actiefilms en in populaire televisieseries zoals Homeland en 24 in beeld. Zelden worden CIA-agenten als lieverdjes geportretteerd. 'Maar je ziet bijna nooit landelijke verontwaardiging zoals nu', zegt Jenkins.


'Amerika martelt niet', heeft president Obama vaak gezegd. Maar de discussie over de zin van gewelddadige dwangondervraging is nooit werkelijk beslecht.


Zero Dark Thirty biedt nieuw voer voor dat debat. Zonder opsmuk komt in beeld hoe gedetineerden te maken kregen met waterboarden, de meest omstreden praktijk na 9/11. Daarbij krijgt een gevangene het gevoel te verdrinken door een natte doek over zijn gezicht, waar water op wordt gegoten. Geen aangename ervaring, beamen veel Amerikaanse militairen - die deze behandeling zelf ondergaan als onderdeel van hun training. Ook slaag, vernedering, dorst, honger, slaapgebrek, momenten van fel licht en harde muziek kunnen volgens medici sporen nalaten. Maar in de strijd tegen terreur had het volgens experts, zoals de oud-CIA-manager Jose Rodriguez, niets te maken met de middeleeuwse praktijken waar we aan denken bij het woord 'marteling'.


Rodriguez was van 2002 tot 2007 nauw betrokken bij de contraterreuroperaties en schreef er het boek Hard Measures over. 'Ons programma werkte, maar het was geen marteling', heeft Rodriguez gezegd in reactie op Zero Dark Thirty. 'Het ondervragingsprogramma werd onder streng toezicht zorgvuldig uitgevoerd. Het had weinig te maken met wat we nu in de bioscoop zien.' De werkelijkheid was weer eens minder dramatisch en meer bureaucratisch dan de Hollywoodversie. 'Het is entertainment', zei de scriptschrijver Mark Boal dan ook. 'Geen documentaire.'


Net als andere betrokkenen onderstreept Rodriguez dat fysieke mishandeling juist zeldzaam was. 'Het ging erom dat we een gevoel van wanhoop wilden kweken, zodat de gevangene zou concluderen dat hij beter kon samenwerken.' Dat is ook de indruk die Zero Dark Thirty wekt.


Rodriguez heeft het niet over de wantoestanden in de begindagen van Guantánamo Bay of het beruchte Abu Graib-detentiecentrum in Irak. Maar die schandalen vloeiden voort uit de door Washington goedgekeurde cultuur van mishandeling en marteling, zeggen veel critici.


Zo is Zero Dark Thirty onder vuur genomen in The Huffington Post door de filmmaker Alex Gibney. Hij won in 2008 een Oscar voor Taxi to the Dark Side, een documentaire over marteling en de schaduwkant van de strijd tegen terreur. Gibney noemt het een schande dat Zero Dark Thirty enkel het perspectief van de CIA laat zien. 'Met zo veel bewijs van de praktische, juridische en morele mislukking van het gevangenenprogramma is het de vraag waarom Boal en Bigelow daaraan geen aandacht besteden.'


Volgens regisseur Bigelow heeft de film geen agenda: 'We oordelen niet.' En de filmmakers krijgen ook steun op inhoudelijke gronden. De onderzoeksjournalist Mark Bowden volgt het contra-terreurbeleid al sinds de jaren negentig en schreef het boek The Finish: The Killing of Osama Bin Laden. Wie eerlijk naar 'the greatest manhunt in history' heeft gekeken, moet volgens Bowden instemmen met de CIA en de filmmakers: niet zozeer de pijn, maar de aangewakkerde angst - 'het essentiële onderdeel van elke dwangondervraging' - heeft wél een rol gespeeld. 'Het zou prettig zijn om te concluderen dat het niet alleen verkeerd maar ook zinloos was', zegt Bowden. Prettig, maar onjuist.


Senator John McCain weigert dat te aanvaarden. Marteling is verkeerd, betoogt hij categorisch in de brief aan Sony: 'Een affront van de Amerikaanse eer'.


John McCain stelde zich in 2008 verkiesbaar als president voor de republikeinen (ondanks zijn toen 71-jarige leeftijd) en zou dan de opvolger worden van George W. Bush. Het liep anders: Barack Obama won de verkiezingen op 4 november met een ruime meerderheid.


Foto AFP


Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden