Twijfelachtige actie

DOOR het tijdstip en de omstandigheden heeft president Clinton op z'n minst de schijn gewekt dat de Amerikaanse acties tegen terroristische bolwerken in Sudan en Afghanistan uiteenlopende doelen moeten dienen....

Die laatste suggestie is wellicht te cynisch. Zij wordt niettemin niet alleen in de Arabische wereld, maar ook door politici in Washington en elders in het Westen gedeeld. De traditionele reflex van de Amerikaanse politiek, Republikeinen en Democraten gezamenlijk, om in tijden van crisis als één man achter hun president te gaan staan, bleef deze keer uit.

Tegen de Lewinsky-factor als hét motief voor Clinton om geweld te gebruiken tegen de vermeende daders van de recente aanslagen in Nairobi en Dar-es-Salaam, pleit dat, wanneer hij dat vóór zijn tv-biecht had gedaan, die verdenking ook was gerezen. Had hij op een veel later tijdstip tot ingrijpen besloten, bijvoorbeeld na het rapport van speciale aanklager Starr, dan was ongetwijfeld hetzelfde verwijt geuit. Dit 'het is nooit goed, of het deugt niet' is kenmerkend voor de lastige positie waarin Clinton zichzelf en het presidentschap heeft gemanoeuvreerd.

Blijft over de drieledige vraag of de acties van donderdag de daders en hun medeplichtigen hebben getroffen, of ze effectief zijn als middel tegen toekomstige terreuraanslagen en of ze in strijd zijn met het internationaal recht.

Op de eerste deel van de vraag luidt het antwoord: geen idee. Doel was, aldus minister van Defensie Cohen, het verminderen van de kans op nieuwe aanslagen door misleide lieden die in Sudan of Afghanistan werden getraind en bewapend. Misschien is dat gelukt. Maar hoe is dat te rijmen met diens ontkenning dat het de bedoeling was Osama bin Laden, die volgens de Verenigde Staten achter de aanslagen in Afrika zat, te vermoorden?

De resterende kwesties zijn zo mogelijk nog moeilijker te beantwoorden. Zeker, terreur is ontoelaatbaar. Het nu gekozen middel zal daar echter zonder een politieke analyse van de oorzaken en voortdurende diplomatieke inspanningen geen einde aan maken. Een spiraal van geweld en tegengeweld, sinds jaren het stramien in het Israëlisch-Palestijnse conflict, zal eerder het gevolg zijn.

De keuze van Clinton om de Veiligheidsraad te passeren en de permanente leden pas achteraf op de hoogte te stellen, getuigt niet alleen van minachting voor het internationaal recht. Die is in de harde wereld van de internationale betrekkingen vaker vertoond.

Ernstiger is dat de Amerikaanse president het vredesdividend dat in de Golfoorlog tegen Irak werd vergaard, in de afgelopen zeven jaar tot de laatste cent heeft opgebruikt. Het aanvankelijk hoopvol begonnen vredesproces in het Midden-Oosten is, mede door diens privé-gedrag en (mede daardoor) verlamd leiderschap, vastgelopen. De nieuwe internationale rechtsorde, die door zijn voorganger Bush in 1991 werd geschetst, is nooit van de tekentafel gekomen.

Er valt niet aan de indruk te ontkomen dat president Clinton, die in het verleden terecht terughoudend of weloverwogen reageerde op agressie en schendingen van het internationaal recht, beleidsbeslissingen door persoonlijke problemen laat beïnvloeden. Gewin op korte termijn, ten koste van mogelijke oplossingen op de langere termijn, prevaleert. Dat draagt wellicht wel bij aan het herstel van zijn positie in de VS, maar niet aan zijn positie als wereldleider.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden