Twijfel zaaien als methode

In Frankfurt is een tentoonstelling gewijd aan de hang naar magie, mystiek en het occulte onder een groeiende groep jonge kunstenaars....

Domeniek Ruyters

Een lach, een schreeuw, jammerlijk geweeklaag en tromgeroffel. Het gebeurt niet alle dagen dat de bezoeker van een tentoonstelling wordt begroet door een duivels koor. Het is alsof de makers van The Great Transformation: Art and Tactical Magic in de Kunstverein Frankfurt iedereen willen toevoegen: wees gewaarschuwd. U kunt nu nog terug!

De satanische klanken, die nog het meeste weg hebben van een exotische geestesbezwering waar je liever niet bij aanwezig bent, blijken afkomstig van het geluidswerk Ukh-Dugga Chant (2008) van de Italiaanse kunstenaar Roberto Cuoghi, dat afgespeeld in de kelder en de lift, de hele tentoonstelling van een onheilspellend klankdecor voorziet.

Dit stemmige, of beter ‘ontstemde’ begin van The Great Transformation, zet de toon in een tentoonstelling die uiteindelijk stukken minder griezelig blijkt dan deze openingsact suggereert. Het kunstcentrum in Frankfurt, dat onder de voormalige directeur Nicolaus Schafhausen (tegenwoordig werkzaam bij kunstcentrum Witte de With in Rotterdam) uitgroeide tot een van Duitslands meest vooruitstrevende kunstcentra, en dat ook onder leiding van zijn opvolger Chus Martínez is blijven werken aan thematentoonstellingen uit de voorste gelederen van de internationale kunst, is niet in zijn geheel omgebouwd tot spookhuis.

Martínez (die overigens na twee jaar alweer op het punt staat uit Frankfurt te vertrekken) heeft gekozen voor een ingetogen, ietwat reflectieve presentatie met een dertigtal, soms speciaal voor de gelegenheid geproduceerde werken van twintig jonge, relatief onbekende kunstenaars.

De bescheidenheid van het spektakel maakt de tentoonstelling niet minder effectief. Op een elegante wijze wordt inzicht verschaft in de mogelijke achtergronden van de hang naar magie, mystiek en het occulte onder een almaar groeiende groep van kunstenaars, zo niet de samenleving in haar geheel – zie de populariteit van het onderwerp in de media (Harry Potter, Happinez, Lord of the Ring, X-Files, Char).

Hoewel de Kunstverein ongetwijfeld profiteert van deze magie-hype, probeert ze haar niet te exploiteren. The Great Transformation doet een poging serieus te doorgronden wat hier aan de hand is. En dat niet alleen. Ze ziet in de keuze voor magie een ‘tactische’ beslissing van de kunstenaar, om, op een moment dat de samenleving zich er gevoelig voor toont, te gaan werken aan de ontwikkeling van een alternatief voor onze langzaam ineenstortende materialistische cultuur.

Het woord ‘magie’ (magic) kent twee betekenissen. Het verwijst zowel naar het goochelen als naar betovering, het wonderbaarlijke, het occulte. Beide kanten worden in Frankfurt aangestipt, door elkaar heen, als is er onderling weinig verschil. Het maakt dat posities enigszins vertroebeld raken en kunstenaars, goochelaars en mediums met het grootste gemak van positie wisselen bij hun reflecties op de werkelijkheid.

Dat lijkt misschien wat verwarrend, maar het geeft aan de tentoonstelling ook een ontspannen toon, waarbij vooringenomenheden (wie wil naar een tentoonstelling over Hans Kazan?) uitblijven en elke vorm van magie even serieus genomen wordt.

De makers doen dat uiteraard met reden. Ze kiezen ervoor te werken vanuit een 19de-eeuwse, pre-moderne mentaliteit, toen de domeinen nog niet zo gescheiden waren, en kunst, magie en wetenschap gezamenlijk optrokken bij het doorgronden van de werkelijkheid. Pas in de 20ste eeuw zijn de disciplines uiteengespeeld, onder invloed van het verlichtingsdenken en een voortschrijdende rationalisering.

In de tentoonstelling wordt met klem afstand genomen van dit 20ste-eeuwse model, dat verantwoordelijk wordt gehouden voor de onttovering van het bestaan, het uitsluiten van tal van gevoeligheden en competenties, emoties en expressies, geheimzinnigheden en lol. De tentoonstellingsmakers lijken het de 20ste eeuw ernstig kwalijk te nemen dat ze het bestaan zozeer heeft verarmd en de mensen heeft gereduceerd tot platte productie-consumptie-eenheden binnen een allesoverheersend economisch systeem.

En zo, nadat eerst de boze geesten uit de kelder verdreven zijn, mag de Deense kunstenaar Joachim Koester de jacht openen op dit meest machtige spook van allemaal: de overlevering van het 20ste-eeuwse materialistische denken. Zijn The Magic Mirror of John Dee (1527-1608) bestaat uit een tekst met daarnaast een zwarte foto, waar witte spoortjes en vlekken de suggestie van een magische werkelijkheid bieden, in een beeld dat evengoed micro- als macrokosmos is.

In de toelichting wordt duidelijk dat het hier om een detail van de zwarte bol van geestesbezweerder Edward Kelly gaat, die gedurende zeven jaar séances hield die werden bijgewoond en nauwgezet beschreven door John Dee, een 16de-eeuwse wetenschapper, astroloog en bezitter van de grootste boekencollectie van het Engeland van zijn tijd, die meer wilde te weten komen over het bestaan aan gene zijde, maar daar zelf niet toe in staat was.

Koesters pleidooi voor herstel van de samenwerking tussen disciplines krijgt een krachtig vervolg in de eerste zalen van de tentoonstelling, waar kunst en wetenschap in een stemmig, bijna 19de-eeuws aandoend ensemble gebroederlijk samenwerken bij een onderzoek van occulte ervaringen.

Twee schitterende films van avant-gardefilmer Maya Deren (over voodoo) en antropoloog Jean Rouch (over een Ghanees ritueel), die zowel in de kunstwereld als in de wetenschap veel waardering hebben geoogst, geven het goede voorbeeld. Ze worden gepresenteerd naast diverse ‘behekste’ beelden, waaronder een bizar eerbetoon aan Madame Blavatsky (New Age denker avant la lettre, die in de 19de eeuw occultisme verbond met nieuwe wetenschap en daarmee grote invloed had op de kunst) van de Poolse Goshka Macuga. Levensgroot uitgevoerd in hout, balanceert de slapende goeroe van de theosofie tussen twee stoelen, als in een goochelact.

Hoe belangrijk dit breed ingezette pleidooi voor een nauwere samenwerking tussen de disciplines – kunst, magie en wetenschap – ook is, meest prikkelend en controversieel toont The Great Transformation zich waar de verhouding van kunst en magie een meer politieke dimensie krijgt.

Dat kondigt zich al enigszins aan in de bovenhal, waar Jonathan Allen, Amerikaans goochelaar, kunstenaar en magiekenner, aan de hand van foto’s een levensportret toont van Nazi-goochelaar Helmut Schreiber, alias Kalanag, waarin zijn nauwe betrokkenheid met Hitler en Goebbels duidelijk wordt. In een toelichtende tekst schetst Allen hoe militaire macht en goochelaars een gemeenschappelijke fascinatie hebben voor list en bedrog.

Maar de discussie over de relatie van kunst, magie en politiek brandt pas goed los in de daaropvolgende zaal waar Machine shall be the slave of man but we will not slave for the machine (2005-2008) van Olivia Plender wordt getoond.

In een gelaagde installatie, bestaand uit een powerpoint met tekst en beeld, een economisch diagram, een stel kostuums en een klein diorama, wordt de geschiedenis verteld van de alternatieve scoutinggroep Kibbo Kift Kindred, die in de jaren twintig van de vorige eeuw is opgericht door John Hargraves. De sekte hield er een mysterieuze Robin Hoodachtige cultus van kamp-achtige rituelen op na, in reactie op wat genoemd werd ‘de spirituele armoede van het moderne stedelijke leven’.

Plenders beschrijft hoe een typisch romantisch, door natuurmystiek gevoed ideaal van de harmonie van mens en natuur, uiteindelijk leidde tot de ontwikkeling van een ingrijpend alternatief economisch concept voor de financiering van de gehele maatschappij. Haar verhaal zit ingenieus in elkaar, maar laat ook zien dat magie en politiek geen gelukkig duo zijn. Zodra Hargraves besluit zijn idealen in de landelijke politiek te gaan verwezenlijken is het snel met hem afgelopen.

In de tentoonstelling wordt Plenders verhaal gecombineerd met een meer hedendaagse variant van de Robin Hood-mythe, in een grappige video van de Franse kunstenaarsgroep Claire Fontaine, die een uur lang alle mogelijke manieren om sloten te openen toelicht – van paperclip tot professioneel loper –, onder de veelzeggende titel Instructions for the sharing of private property (2006).

Het lijkt een weinig magisch kunstwerk, totdat je in de opening van alle tentoonstellingszalen echte sleutelbossen met lopers aantreft, die daar zijn opgehangen door Claire Fontaine, kennelijk als metaforische toespeling op het streven naar volledige toegankelijkheid van alle mogelijke domeinen, niet alleen alle privé-domeinen, zoals aangekaart in de video, maar ook de onontgonnen ruimtes in de kunst en de geest.

Zoals de gegeven voorbeelden aangeven laat The Great Transformation zich het beste begrijpen als een maatschappijkritisch exposé met magie als onverwachte politiek activist. Meer dan te verleiden of te begeesteren, zijn de deelnemende kunstenaars bezig te onderzoeken hoe magie, als truc en als mysterie, ingezet kan worden als maatschappelijk alternatief.

Op de bovenste etage mag Center for Tactical Magic, bij wijze van apotheose, het magisch activisme tot zijn uiterste consequentie doorvoeren, in een oefening voor de stimulering van wat officieel heet Extra Sensory Perception. De toeschouwer wordt uitgenodigd deel te nemen aan een psycho-botanisch experiment, waarbij hij plaatsneemt op een bankje voor een drietal plantjes, elk perfect verzorgd met licht en water, om die vervolgens mentaal in hun groei te beïnvloeden. Het is voor CTM de voorbode van een veelomvattend magisch activisme, op ruimer psychosociaal vlak. Het is niet moeilijk je daar allerlei grappige situaties bij voor te stellen, als het echt zou werken.

De speelse toon van CTM, laat zien hoe de tentoonstelling kritisch is, zonder drammerig te worden. Daarvoor is het onderwerp ook te ongewis en het besprokene te dubieus van aard. Uiteindelijk wordt hier voor twijfel als levensbasis gepleit, vanuit de gedachte dat wij mensen de wijsheid niet in pacht hebben, niet alles kunnen zien, horen, voelen of proeven, zelfs niet dat wat als gekend wordt verondersteld. We zijn, zo de teneur in deze tentoonstelling, ons leven niet zeker en doen er daarom goed aan ons dienovereenkomstig te gedragen, met respect voor zowel het ken- als onkenbare.

Het is deze twijfel die The Great Transformation uiteindelijk ook zo bijzonder maakt. Want weliswaar wil deze tentoonstelling net als alle thematentoonstellingen graag kaders bieden voor een beter begrip van de hedendaagse kunst, maar ze doet dat niet zonder tegelijkertijd een grondige zelf-twijfel te etaleren. Bij bijna elk kunstwerk in deze tentoonstelling vraag je je als toeschouwer af of het wel serieus te nemen is, of je niet ontzettend in de maling genomen wordt, zoals dat altijd gebeurt bij manifestaties van magie.

Meest kenmerkend komt die onzekerheid naar voren bij een van de beste werken van de tentoonstelling, Théâtre de Poche (2007) van Aurélion Froment, die de kunstenaar portretteert als een gesoigneerde beeldgoochelaar. In de ingenieus in elkaar zittende video loopt hij wat te schuiven met om hen heen geprojecteerde beelden, die hij met het grootste gemak van werkelijkheid naar werkelijkheid transporteert, in wat nog het meeste lijkt op een semiotisch luchtballet. Na twaalf minuten met fascinerende beeldcombinaties, die betekenis op betekenis suggereren, staat de toeschouwer, net als de goochelaar, ineens met lege handen. Als in een handomdraai is alles verdwenen, foetsie, weg. Althans ogenschijnlijk, want ergens in je hoofd zingen de beelden nog na.

Het werk, met Froment in frontale positie, vrijwel levensgroot, dient in feite als spiegel van de gehele situatie ter plekke in Frankfurt. Elke toeschouwer die naar Froment kijkt te midden van zijn beeldenballet, ziet tevens zichzelf staan middenin de tentoonstelling. Waarmee het werk aangeeft hoe er in ieder van ons een beeldgoochelaar huist, die voortdurend loopt te schuiven met de beelden waar hij zich voedt. We zijn allemaal even kundig als Froment in staat beelden te pas en te onpas op te roepen en weer te laten verdwijnen, volgens een veelal onnavolgbare systematiek.

Het is Froment, zoals overigens ook CMT, die het thema van de tentoonstelling teruggeeft aan de toeschouwer, met de onvermijdelijke suggestie dat de grootste magiër van allemaal de toeschouwer zelf is. Want magie is nu eenmaal geen gegeven, het is een wijze van zien.

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden