Twijfel en huiver over de bereikbare Giotto

Met de toren van de Utrechtse dom is de campanile van de dom van Florence een van de edelste torens van Europa....

Giotto ontwierp de campanile aan het einde van zijn leven. Behalve schilder was hij ook architect, al is hij als schilder, de grootste van de tweede helft van de dertiende en de eerste decennia van de veertiende eeuw, het meest bekend en bemind.

Heel Europa weende in september 1997, toen bij de aardbeving in Assisi gedeelten van muren van de bovenkerk met zijn fresco’s van Franciscus’ leven, naar beneden kwamen. Daar ging de eeuwigheid aan gruizels.

In een denkbeeldig museum dat mijn herinnering is, hebben de muurschilderingen een bijna eerste plaats: Ze horen tot de kunstwerken die je, al is het maar levend op de laatste lucht, zou willen terugzien.

Toch gelden de muurschilderingen in het kerkje Santa Maria dell’Arena in Padua nog als groter. Taferelen uit het leven van Maria en Jezus stellen de schilderingen voor; Giotto maakte ze tussen 1301 en 1306, toen hij eraan begon was hij vijfendertig jaar. De lyriek die alle beschrijvingen ervan kenmerkt, vooral het licht wordt geprezen, kan ik niet uitbreiden: ik heb de schilderingen nooit gezien. Zeven jaar geleden stond ik voor de kapel; hij was gesloten in verband met een inwendige restauratie. Voorlopig onbereikbaar.

Ik ging maar naar de grote torenrijke basiliek van de heilige Antonius. Hij ligt in een kolossale tombe, waar devoten zich om heen bewegen, de hand er langs strijkend. Uit respect voor mijn moeder, die Antonius zeer vereerde (en zijn naam aan mij als derde meegaf) heb ik rond de tombe gelopen, denkend aan die theoloog, mysticus en predikant die volksheilige is geworden en godsdienstleraar van de vissen.

De onbereikbaarheid van Giotto werd buiten Padua goed gemaakt. (Bijna overal in Italië is er wel een zijstraat die troost biedt voor een gemis. Ik kwam eens van een gesloten kerk, in een zijstraat trof ik de allermooiste kaaswinkel aller tijden.) Daar lag ineens een dorp dat de naam van Petrarca heeft. Hij heeft er gewoond en is er gestorven. Zijn huis is een heel mooi museum. We reden verder. Langzaam begon het verlangen naar het Arenakerkje te verdwijnen.

Een enkele keer als een gelukkige die de kerkdeur niet gesloten had gevonden, tegenover mij erover begon, had ik last van een lichte jaloezie en het verlangen even naar Padua te gaan.

En nu las ik in het Het Parool een artikel met de kop ‘Giotto op schaal in Amsterdam’. In een zaal van het Bijbels Museum aan de Herengracht had men, schaal 1 op 4, de kapel nagemaakt. Alle schilderingen waren zorgvuldig gefotografeerd. Ik twijfelde en huiverde ook een beetje bij de vraag: zal ik er heen gaan. Een paar jaar geleden was er in het Teylers Museum in Haarlem een schitterende tentoonstelling van tekeningen van Michelangelo. Op het plafond van een der zalen was, ook in foto’s en ook verkleind, het plafond van de Sixtijnse kapel aangebracht. De taferelen verschoven langzaam. Ik keek en huiverde. Ik was in een hoger Madurodam.

Zal ik dezelfde ervaring in het Bijbels Museum krijgen? Ik vrees het. Bij het artikel stonden in kleur twee foto’s: een van de Arenakapel, de andere van het tafereel waarop de kerk aan de heilige Maria wordt geschonken. Die schildering doortrok mij geheel van een groot heimwee naar Padua, maar ook naar het licht van Italië, misschien zelfs naar de kaaswinkel. Ik weet nog steeds niet of ik naar de namaak zal gaan.

De recensente kreeg ook al zin om naar Padua te gaan. Misschien mag ik er haar op wijzen dat men veertien dagen te voren een bezoekuur moet reserveren. Ik gun haar mijn lichte trauma niet.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden