Twexit

Toen ik in de goot lag, vond niemand wat van me. Op Twitter had ik ongeveer evenveel volgers als het aantal onbetaalde rekeningen dat op mijn deurmat lag: een stuk of 26. Op Twitter maakte ik af en toe een grapje en volgde ik bekende kunstenaars en politici die nooit reageerden wanneer ik een gesprek met ze probeerde te beginnen. Dat veranderde toen ik een jaar geleden te gast was in de veelbekeken talkshow Pauw & Witteman. Na afloop stormde mijn goede vriend, de scenarist Willem Bosch, meteen op me af: 'Verdomme Fretz, flawless! En: je hebt er in 1 klap 1.500 volgers op Twitter bij!'


1.500? Ik dacht dat hij me in de maling nam, maar hij had gelijk. Er barstte een periode los waarin ik van volslagen onbekend plots een wat publieker figuur werd. Natuurlijk, ik kan, ook nu nog, prima anoniem over straat. Zoals mijn vriendin wel eens zegt: 'Je bent niet Nick & Simon' en dat klopt: ik ben niet Nick & Simon. Maar na die uitzending veranderde er wel degelijk iets. Men vond iets van mij.


Kunstenaars zijn over het algemeen sensitieve dwazen. Ik in elk geval wel. Dat men een mening over je heeft, kwetst soms. Tegenstrijdig is dat. Je klimt zelf op een podium, eigenlijk roep je telkens: zie mij! Daar komt bij dat ik ook nog eens met enige regelmaat een behoorlijk grote bek heb. Over politici, Nederland, de wereld. Natuurlijk roept dat felle reacties op. Vroeger scholden mensen je uit in hun huiskamer, nu doen ze dat op Twitter zodat je het zelf ook kunt lezen. Technologische vooruitgang heet dat. Wie op Twitter zit, weet dat het leven eigenlijk altijd een groot schoolplein zal blijven: mag je wel bij groepje X staan en meepraten? Is Y wel goed volk? Waarom is Z zo populair? Twitter is ook een schoolplein zonder bel: het speelkwartier gaat eeuwig door.


Langzaamaan werd ik in een orkaan gezogen die niks meer te maken had met het voeren van geinige terloopse gesprekken met onbekenden. Elke dag probeerde ik wel weer een hater te overtuigen dat ik heus open sta voor dialoog en best een aardige kerel ben. Als ik weer te gast was in een talkshow, keek ik na afloop meteen op mijn smartphone naar de Twitterreacties. Tussen allervriendelijkste berichten vond ik dan ook veel ongecensureerde haat: 'Als Johan Fretz ooit premier wordt, dan emigreer ik'. 'Wat heeft die arrogante Obama-wannabe nou weer voor lelijk vest aan, #fail', 'Kan DWDD ophouden met deze sneue zelfingenomen pinda-engnek? Dank!'


De haters waren beslist geen anonieme idioten, maar gewoon mensen met vriendelijke gezichten die in hun Twitterbio schreven: 'Levensgenieter - Wielrennen - Trotse vader van Lieve en Sterre'. Dat deze mensen al besloten hadden een onveranderlijke hekel aan mij te hebben: daar had de sensitieve dwaas in mij het moeilijk mee. Maar bovenal werd ik moe van mezelf, van mijn geplug: 'Kom naar mijn show!', mijn meningen - 'denkt de minister nu echt dat...' - en mijn gedachten over de waan van de minuut.


Van het ene op het andere moment dacht ik: wat doe ik hier eigenlijk? Kan ik alle tijd die ik hier spendeer niet beter gebruiken om mooie boeken en voorstellingen te schrijven? Het antwoord daarop was volmondig ja. Om er geen dramatisch moment van te maken, vertrok ik toen in stilte. Ik deactiveerde mijn account en verdween.


Nog geen uur later regende het berichten in mijn mailbox. Er was paniek, ontsteltenis, woede. 'Heb jij mij geblockt Fretz?!?!'. 'Johan? Wat is er gebeurd met je Twitter, wil je me niet meer spreken?' Ongemerkt vertrekken bleek onmogelijk. Maar toen ik die avond te gast was in DWDD was de Twitterloze stilte na afloop zalig. Geen tweets over mijn rode vest, mijn tweedagenbaard, geen sneren over hoe ik moeilijk uit mijn woorden kwam toen ik in een gesprek over strafbaarstelling van illegaliteit tegen Felix Rottenberg poogde te zeggen dat het te weinig over mensen ging. Zonder Twitter restte mij het heerlijke biertje in de studio en de eigen reflectie.


Met gebruik van de hashtag #JOHANKOMTERUG probeert vriend Willem Bosch nu mijn digitale comeback te forceren. De druk neemt toe. Ik voel me net een hardnekkige roker, eentje kan geen kwaad toch? Of moet ik nu gewoon volhouden tot het verlangen naar het Twitterrijk vanzelf slijt? In de tussentijd ben ik maar begonnen met Instagram, het medium waar je met enkel foto's momenten deelt. Vervanging van de verslaving? Dat valt te betwijfelen: in het woord ligt bijna altijd een oordeel besloten, in het beeld bijna nooit.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden