Twente is dol op eigen regenwater

Het waterschap Regge en Dinkel probeert het waterbeheer op een natuurlijker leest te schoeien. Beken krijgen hun oude kronkels terug, regenwater wordt langer vastgehouden en ontwatering voor de landbouw en nieuwbouwwijken blijft zoveel mogelijk achterwege....

RENE DIDDE

NOG IN DE JAREN zeventig kleurde het water rood, geel of zwart, al naar gelang het kleurbad van de textielindustrie. Nu spelen oeverzwaluwen er tikkertje en turen vissers naar hun dobbers. Traag vaart een kano door het water. De zomer glijdt voorbij.

Stukje bij beetje blaast Waterschap Regge en Dinkel het Twentse laaglandriviertje de Regge nieuw leven in. Enthousiast wijst directeur technische dienst, ir. H. van der Honing, op de lisdodde, mattenbies en moerasspirea die langs de oever bloeien.

Het riviertje bleek niet alleen flink vervuild, in de jaren dertig werd de Regge onbarmhartig rechtgetrokken, waarbij de totale lengte van de beek werd ingekort van zeventig tot dertig kilometer. Door de dringende behoefte aan droge voeten en landbouwgrond werden de karakteristieke kronkels uit de rivier gehaald.

Dat drastisch afsnijden van bochten (normaliseren) leidde tot een enorme versnelling van de waterafvoer. Generaties civiel-ingenieurs, cultuurtechnici en planologen zijn groot geworden met deze rechtlijnige gedachte.

Vandaag de dag groeit het inzicht dat zowel de sterke verdroging als de wateroverlast van de rivieren de keerzijde is van dezelfde medaille. Het snel afvoeren van regenwater dat in de hoger gelegen gebieden valt, veroorzaakt daar namelijk verdroging, terwijl deze weggesluisde watermassa's in de lager gelegen rivieren tot overstromingen kunnen leiden.

Het zogeheten integraal waterbeheer maant waterschappen de hydrologische systemen op hun grondgebied in hun samenhang te bekijken, en daarmee beide problemen het hoofd te bieden. De activiteiten zijn er vooral op gericht om het water in de beken, sloten en vaarten van het eigen stroomgebied vast te houden, en wel zo veel mogelijk bovenstrooms. Dat kan door bijvoorbeeld water vast te houden in moerassen of in parallel aan de beken gegraven sloten.

Wie water wil gebruiken, moet dat zoveel mogelijk benedenstrooms doen, zo luidt het moderne credo. 'Met een houtsingel of een moerasje de natuurwaarde van een afzonderlijk beekje opvijzelen is leuk, maar weinig zinvol als in de hoger gelegen delen fors in de waterkringloop wordt ingegrepen, bijvoorbeeld door diep te ontwateren voor een nieuwbouwwijk', aldus Van der Honing.

Dergelijke ingrepen kunnen ertoe leiden dat in de zomer benedenstrooms de stroomsnelheid van de beek afneemt. Daardoor stijgt de temperatuur van het water en neemt het zuurstofgehalte af. De daarvoor gevoelige waterkevers of kokerjuffers kunnen dan het loodje leggen. Door onzorgvuldig beleid vallen soms beken geheel droog waardoor flora en fauna zware klappen krijgen. 'Het moderne waterschap is de systeembeheerder van het water', legt Van der Honing uit.

WATERSCHAP Regge en Dinkel, genoemd naar de twee meest prominente beken, die het westelijke en oostelijke watersysteem van het grondgebied vormen, heeft een goede naam op het gebied van integraal waterbeheer. Eerste vereiste is een soepel samengaan tussen de waterschappen - die van oudsher de waterkwantiteit regelen - en de zuiveringschappen - die zich vanaf 1970 om de kwaliteit van het water bekommeren.

Terwijl veel water- en zuiveringsschappen steggelen over competenties en bevoegdheden, werd Regge en Dinkel reeds meer dan 25 jaar geleden een 'all-in waterschap'. 'De provincie Overijssel droeg ons al vóór de Wet Verontreiniging Oppervlaktewateren op de belangen van de waterkwaliteit te behartigen', aldus Van der Honing.

Daarnaast verklaart hij het succes van de geïntegreerde aanpak doordat de Twentse nood domweg hoog is. 'Door de hoge ligging van de streek stroomt het water snel weg. Bovendien verloopt de verstedelijking in dit gebied relatief rapper dan in de Randstad. En verstedelijking betekent nu eenmaal verharding van het grondoppervlak en doorgaans een snelle afvoer van het regenwater naar het riool.

'Twente is voorts van oudsher een landbouwgebied, hetgeen in het verleden leidde tot verlaging van de grondwaterstand. Als je bedenkt dat we tevens rijkelijk zijn gezegend met natuur, is duidelijk dat hier overal bronnen van conflicten liggen.'

Essentieel onderdeel in de Twentse aanpak, is niet alleen de versmelting van de taken op het gebied van waterkwaliteit en waterkwantiteit. Het waterschap treedt ook in overleg met de afdelingen ruimtelijke ordening van de gemeenten om al, in wat Van der Honing het 'viltstiftstadium' noemt, te wijzen op de effecten van een nieuwbouwwijk of industrieterrein.

'In een vroege planfase is nog niemand gekwetst en is er voor waterschap én gemeente winst te boeken. Bijkomend voordeel is dat eventuele extra kosten om verdroging te voorkomen in de grondprijs kunnen worden verrekend.'

Zo bouwt de gemeente Enschede in de nieuwbouwwijken op de Vinex-locatie Eschmarcke (5500 woningen) zogeheten retentiebekkens; vijvers waar het regenwater via een ingenieus gotenstelsel (wadi's) naartoe wordt gevoerd. Vanuit deze spaarbekkens sijpelt het regenwater langzaam in de grond, in plaats van dat het via het riool en het oppervlaktewater snel wordt afgevoerd. Bijkomend voordeel is dat kan worden volstaan met een minder grote waterzuiveringsinstallatie, waar normaliter het regenwater wordt verwerkt.

Een andere maatregel tegen de verdroging is het bouwen van woningen zonder kruipruimten, waardoor het grondwater op een hoger peil kan worden gehandhaafd. Volgens Van der Honing gaan architecten en stedebouwkundigen van de grote Twentse gemeenten dergelijke maatregelen mondjesmaat invoeren. 'Door het water in vijvers vast te houden, kunnen ze bovendien vaak aardige combinaties maken met het openbaar groen in de wijk.'

Te spreken is Van der Honing eveneens over de mentaliteitsverandering bij de boeren. 'Ze laten overvloedige drainage vaker achterwege omdat ze zelf ook wel zien dat de droogte leidt tot steeds geringere opbrengsten.' Na drie jaar, met de verzengende zomers van 1994 en 1995, constateert Van der Honing minder verzet tegen de beregeningsverboden.

Het waterschap tracht zelf door stuwen in de waterwegen de afvoer van de waterstroom te vertragen. Van der Honing loopt naar een stuw in de Regge waar met een tiental schotten het water langer wordt vastgehouden.

Aan de ene oever is een vistrap gemaakt waarin bijvoorbeeld de winde en het bermpje zich ongehinderd langs de stuw kunnen bewegen. Aan de overkant is een 'overtoom' gemaakt, waarmee de toeristische platbodem Regt door Zee zijn tracé van Rijssen tot Nijverdal heeft uitgebreid.

OOK HET terugleggen van de oude kronkels in de beken, blijkt een effectieve maatregel tegen de verdroging. Niet alleen wordt het water langer vastgehouden en treden de beken vaker buiten de oevers, ook ontstaan gradiënten in de vochthuishouding die resulteren in een meer gevarieerde vegetatie.

'Kijk, doordat we Gods water weer over Gods akker laten lopen, staat daar weer waterscheerling en glanzend fonteinkruid', wijst Van der Honing. De planten trekken insecten en vlinders aan, terwijl de geleidelijke overgang tussen land en water amfibieën ten goede komt.

In een meander wordt de buitenbocht net zo lang door het water uitgeslepen tot een stuk oever instort. In de verse loodrechte wand kunnen ijsvogels en oeverzwaluwen nestelen, en is er plaats voor graafbijen. In de binnenbocht wordt daarentegen zand afgezet. In dit warme, ondiepe water kan de riviergrondel paaien, en op spontaan ontstane landtongetjes kruipt de gele waterkers.

Waterschap Regge en Dinkel zoekt naar de oude kronkels met behulp van oude topografische kaarten. Niet zelden kan de beekloop worden gereconstrueerd doordat oude gemeentegrenzen samenvallen met de oude beek. In geval van de Dinkel werden enkele kronkels en de mate van overstroming gereconstrueerd aan de hand van oude documenten.

Zo dienden de inwoners van Denekamp in 1774 een requeste in om iets te doen aan de aanhoudende inundaties van het Duitse deel van de Dinkel. En in 1810 noteerde een landdrost dat 'de verstopping en verlamming van de Dinkel' moest worden hersteld. Ook de positie van watermolens wil de oorspronkelijke beekloop nog wel eens verraden.

Nu nog wordt ter bestrijding van de verdroging gebiedsvreemd Rijnwater ingelaten. Dat geeft enige verlichting, maar de keerzijde is dat de chemische samenstelling van het water verandert. De waterkwaliteit wordt daardoor genivelleerd: zure veenmilieus worden basisch, terwijl basenrijk grondwater zuurder wordt.

Van der Honing stuurt zijn auto een foeilelijk industrieterrein op bij Nijverdal. Daar wordt een drie hectare groot bergbassin gemaakt waar het regenwater uit de omgeving naar toe wordt gesluisd en langzaam in de bodem bezinkt. 'Als het klaar is', zegt Van der Honing, 'ziet het er leuk uit. Door dergelijke voorzieningen in vroegtijdig stadium te treffen, ga je verdroging tegen, ontlast je het riool, en kun je meer groen creëer je meer groen.'

René Didde

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden