Tweede - stille - deel van missie tegen IS van start

In Noord-Irak beginnen Nederlandse militairen zondag met het trainen van het Koerdische leger.

De Britten zijn in Irak al bezig peshmergastrijders te leren hoe ze zware machinegeweren moeten bedienen. Beeld Sebastian Meyer/Corbis

Na het gooien van ruim honderd bommen boven Irak, begint zondag het tweede - stille - deel van de Nederlandse missie om terreurbeweging Islamitische Staat (IS) tot een halt te roepen. Nabij het vliegveld van de Koerdische stad Erbil maakt een tiental Nederlanders zich komende week op voor het geven van een proeftraining aan het Koerdische leger.

Deze zogenoemde peshmergastrijders gaan daarna zelfstandig IS in Noord-Irak bevechten. De echte training begint ruim een maand later, op zondag 8 februari, met circa honderd Nederlandse trainers.

Dit zegt brigadier-generaal Hazhar Ismail, de coördinator planningszaken van het Koerdische ministerie van Peshmerga. Het Nederlandse ministerie van Defensie heeft tot nu geen begindatum willen bevestigen, maar zegt te 'hopen' op februari.

Ontzettend blij

'We staan nog aan het begin van het trainingsproces', zegt Ismail. 'Maar we zijn ontzettend blij met de missie. Hopelijk krijgen we meer militaire hulp van Nederland en andere coalitielanden. Met name munitie; dat is ons grote probleem.' De missie duurt een jaar. 'Daarna bekijken we de resultaten', aldus Ismail. 'Indien nodig, zullen we uiteraard om verlenging vragen.'

De Nederlandse trainingsmissie in Noord-Irak gaat voorzichtig van start, en pas drie maanden na instemming van de Tweede Kamer, mede doordat het kampt met wat bescheiden struikelblokken. Zo is er gesteggeld met het vinden van genoeg Koerdische leerlingen om te trainen. Idealiter zou Defensie enkele honderden strijders tegelijk trainen, maar zij blijken niet in groten getale en voor langere duur aan het front onttrokken te kunnen worden. Vooral als er zwaar gevochten wordt tegen IS, is de beschikbaarheid van peshmergastrijders voor training klein.

Nederland lost dat probleem op door lesprogramma's van twee, vier of zes weken aan te bieden aan relatief kleine groepen strijders. Bovendien zijn de trainingen niet op één centrale locatie, maar reizen de Nederlandse trainers naar diverse locaties langs de duizend kilometer lange frontlijn. Strijders kunnen dan indien nodig snel terug naar hun post. Volgens Defensie wordt op Koerdisch verzoek gekeken naar circa negen beveiligde trainingslocaties in relatief veilig gebied. Nederlanders blijven daar maximaal enkele weken achter elkaar.

Brigadier-generaal Hazhar Ismail zegt dat het aantal trainingscentra en hun locatie nog onzeker is, en uiteindelijk wordt bepaald op basis van de resultaten van de proeftraining die morgen begint. Waar deze training plaatsvindt, wil Ismail om veiligheidsredenen niet zeggen. 'Maar de locatie is volledig veilig en wordt beschermd door peshmerga.'

Wat gaan we de peshmerga leren?

De peshmerga stonden tot voor kort bekend als het goed getrainde leger van de autonome regio Koerdistan in Irak. In de praktijk geldt dat vooral voor de oudere generatie nog goed kan vechten. Over de jongere generatie wordt gekscherend gezegd dat ze beter met hun Playstation overweg kunnen dan met een wapen. Ze hebben lang in vredestijd geopereerd en kunnen dus wel wat training gebruiken.

De training van de peshmerga is vooral gericht op hun vaardigheden aan de frontlinie. De peshmerga kunnen volgens Defensie op zes fronten iets leren van de Nederlanders. Ze moeten betere schutters worden en meer medische vaardigheden leren. 'Er bloeden nog mensen dood die een kogel in hun hiel hebben gehad', aldus de Nederlandse overste Harm eind december tegen ANP. Verder worden ze getraind om boobytraps en bermbommen beter te herkennen en simpele explosieven te ontmantelen. Ten slotte wordt gewerkt aan hun verdedigende en offensieve technieken en zal leiderschapstraining worden gegeven. Overigens worden peshmerga momenteel ingezet voor het beschermen van Nederlandse kwartiermakers in de relatief veilige Koerdische stad Erbil.

Pikant

Het probleem van voldoende beschikbaarheid van leerlingen is pikant, omdat Nederlandse politietrainers in 2011 in Afghanistan kortstondig te weinig werk hadden vanwege een tekort aan leerlingen. Daarover ontstond politieke verontwaardiging. 'Belangrijke voorwaarde is de beschikbaarheid van het trainingspubliek', schreven minister Koenders (Buitenlandse Zaken) en Hennis (Defensie) daarom op 15 december aan de Tweede Kamer.

'Ja, er zijn genoeg peshmerga om te trainen', zegt de woordvoerder van de Nederlandse Commandant der Strijdkrachten inmiddels. 'Het is wel zo dat eenheden manschappen moeten vrijmaken. Ze moeten afwegen: gaan we strijders direct inzetten en worden ze eerst getraind?', aldus de defensiewoordvoerder.

De Koerdische planningscoördinator Ismail bevestigt: 'Wij hebben momenteel geen problemen om strijders vrij te maken.'

Ruim honderd peshmerga gaan meedoen aan de proeftraining. Er zijn in totaal ruim 100 duizend peshmergastrijders om de frontlijn tussen Irak en Koerdistan te beschermen en om IS-strijders te verjagen uit cruciale Iraakse steden.

Een mogelijk ander struikelblok voor Nederlandse trainers om snel aan de slag te gaan is de trage politieke besluitvorming in Duitsland. Dat land heeft beloofd om het voortouw te nemen bij de trainingsmissie. De Duitsers zullen leidinggevende functies in de missie op zich nemen, bevestigt een zegsman van de Bundeswehr. Het Duitse parlement neemt half januari echter pas een definitief besluit over deelname. Beide strijdmachten benadrukken dat zij geen vertraging verwachten.

130 Nederlandse opleiders gaan in februari naar Irak. De eerste honderd gaan bivakkeren op een nog te bouwen centraal kamp bij het vliegveld van Erbil in Noord-Irak. Vanuit het centrale kamp bezoeken zij de trainingslocaties. De andere toegezegde dertig trainers zijn special forces die Iraakse commando's bij de hoofdstad Bagdad opleiden. De trainingsmissie is onderdeel van de bijdrage van Nederland aan de internationale coalitie tegen IS. Zes Nederlandse F-16's bombarderen sinds oktober IS-doelwitten in Irak. Eind december hebben de gevechtsvliegtuigen peshmerga op de grond ondersteund bij het bevrijden van enkele honderden vluchtelingen op het Sinjar-gebergte.

Vluchtelingen in Sinjar, Noord-Irak. Beeld reuters
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden