Tweede Kamer eist duidelijkheid over uitzetting El-Bakraoui

De Tweede Kamer eist meer duidelijkheid over de gang van zaken rond Ibrahim el Bakraoui, één van de Brusselse zelfmoordterroristen die vorig door Turkije naar Nederland is gestuurd. De vragen spitsen zich vooral toe op een memo die de Turken vlak voor de uitzetting naar de Nederlandse ambassade stuurden. Dat bericht blijkt destijds nooit geopend te zijn.

Beeld epa

Minister van Veiligheid en Justitie Ard van der Steur moet voor het debat van aanstaande dinsdag nog 166 schriftelijke vragen over de kwestie beantwoorden. De toon van de gisteren ingediende informatieverzoeken is vaak zeer kritisch.

Inmiddels is duidelijk dat er in de zomer van 2015 een tweede man onder de radar is gebleven, een Duitse reisgenoot van El Bakraoui. Die persoon is volgens Duitse media gisteren in de regio rond Düsseldorf gearresteerd. De Belg en de Duitser kwamen op 14 juli 2015 aan op Schiphol, nadat ze waren aangehouden in het Turkse grensgebied met Syrië. Of ze daarvoor ook al samen optrokken, is niet helder. De twee mannen kwamen na aankomst op Schiphol ongehinderd langs de Nederlandse douane.

Lakse houding

De gang van zaken leidt tot verwijten over en weer tussen Ankara en Den Haag. De Turkse president Recep Tayyip Erdogan bracht Nederland en België eerder deze week in verlegenheid door tijdens een toespraak te melden dat Turkije had gewaarschuwd voor El Bakraoui, maar dat beide landen hem in de zomer van 2015 lieten lopen. Ook gisteren uitte Erdogan weer kritiek op de lakse houding in Europa.

De verwijten van Erdogan worden in Haagse coalitiekringen gezien als 'een jij-bak'. Ankara zou een rekening vereffenen, omdat Europa vaak zeer kritisch is over de Turkse aanpak van het Koerdisch terrorisme.

Volgens minister Van der Steur is het juist Turkije dat in de zaak rond El Bakraoui niet goed heeft gehandeld. In strijd met het protocol heeft Ankara nooit telefonisch contact opgenomen over de uitzetting van de Belg en de Duitser, hoewel dat in alle andere gevallen in 2015 wel gebeurde. In de elektronische memo die Turkije stuurde stond bovendien alleen maar summiere informatie, zonder enige vermelding over verdenkingen van terrorisme.

'Zeer urgent'

De oppositie in de Tweede Kamer is niet overtuigd. Vast staat dat de elektronische memo destijds helemaal niet is geopend. Daardoor is nooit zichtbaar geworden dat er 'zeer urgent' boven stond.

Een anonieme Turkse functionaris beweerde gisteren in NRC Handelsblad bovendien dat Nederland zelf had kunnen concluderen dat de memo relevant was. Het elektronische bericht ging vergezeld van een code die verwijst naar de afdeling Inlichtingen en veiligheid van het Turkse ministerie van Buitenlandse Zaken. Het Turkse ministerie wilde gisteren niet reageren op dat verhaal.

Volgens Van der Steur had het weinig verschil gemaakt als de memo wel was gelezen. El Bakraoui stond destijds op geen enkele 'relevante opsporingslijsten', omdat de Belgen toen nog geen potentiële terrorist in hem zagen. Nederland had geen enkele basis om hem aan te houden.

Ook over dat aspect eist de Kamer meer duidelijkheid. Waarom heeft Nederland nooit zelf bij de Turken informatie ingewonnen over de uitzetting van de Belg en Duitser naar Schiphol? En wat bedoelt het kabinet met 'relevante opsporingslijsten'? Volgens Amerikaanse media stond Ibrahim en zijn broer Khalid el Bakraoui wel op Amerikaanse terreurlijsten. De Kamer wil weten wanneer Nederland daarvan op de hoogte was.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden