'Tweede IRT-affaire in doofpot gestopt'

In onderzoeken naar heroïnelijnen tussen Turkije en Nederland heeft de Nederlandse politie in de tweede helft van de jaren negentig een criminele burgerinfiltrant ingezet. Een eerder onderzoek van de rijksrecherche hiernaar leidde tot andere conclusies, maar volgens oud-recherchechef John Olierook was dit louter omdat ‘niemand zat te wachten op een tweede IRT-affaire’.

Dit heeft Olierook, inmiddels gepensioneerd, onlangs verklaard bij de rechter-commissaris in Almelo, in een vooronderzoek van een drugszaak. Advocaat Jan Boone, als raadsman betrokken in die zaak, vindt dat de uitspraken van Olierook aanleiding geven voor een ‘nieuwe parlementaire enquête’. De inzet van criminele burgerinfiltranten is een verboden opsporingsmethode.

Taboe verklaard
De inzet van criminele burgerinfiltranten is halverwege de jaren negentig taboe verklaard, na de parlementaire enquête naar opsporingsmethoden van politie en justitie, de zogeheten IRT-affaire. Ook in die affaire was sprake van (oncontroleerbare) criminele burgerinfiltranten en het doorlaten van partijen drugs. De enquêtecommissie-Van Traa verklaarde deze methoden ontoelaatbaar.

De Turkse man die Olierook in zijn getuigenverhoor omschrijft als criminele burgerinfiltrant, was in de tweede helft van de jaren negentig, dus na ‘van Traa', informant van het kernteam Noord- en Oost-Nederland. Dat team draait veelvuldig onderzoeken naar (Turkse) heroïnehandel. In een door Olierook geleid Amsterdams onderzoek dook hij op als verdachte.

Actief in heroïnehandel
Volgens Olierook was deze informant volop actief in de heroïnehandel. Hij was ‘geen kruimelaar’, aldus Olierook, maar betrokken bij aanzienlijke partijen drugs die vanuit Turkije werden geïmporteerd. De oud-recherchetopman geeft in zijn verhoor aan dat hij eind jaren negentig ook bij de rijksrecherche heeft verklaard dat het zijns inziens niet om een informant ging maar om een criminele burgerinfiltrant. De rijksrecherche concludeerde op basis van een reeks verhoren met betrokkenen dat er geen sprake was van infiltratie door een criminele burger.

Olierook blijft van mening dat dit wel het geval was, blijkt uit zijn verklaring in het Almelose onderzoek. ‘Ik zit al dertig jaar bij de recherche en kan dit wel beoordelen. Ik weet dat de rijksrecherche tot een geheel andere conclusie is gekomen.’ Volgens Olierook zijn die conclusies gebaseerd op de wens om een nieuw IRT-schandaal te voorkomen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden