Twee wielerdoden in minder dan twee weken: leidt wielrennen tot hartfalen?

De recente dood van twee Vlaamse renners versterkt de gedachte dat wielrennen niet altijd gezond is. Volgens sportcardioloog Rienk Rienks is daar echter geen wetenschappelijk bewijs voor. Wel betoogt hij dat de jaarlijks verplichte screening niet volstaat.

11-04-2018. Teamgenoten van Michael Goolaerts houden een minuut stilte voor de start van de Brabantse Pijl. Beeld Belga

Twee wielerdoden in minder dan twee weken tijd. Eerst Michael Goolaerts, de 23-jarige Vlaming die overleed na een hartstilstand in Parijs-Roubaix. Daarna een 25-jarige Vlaming, Jeroen Goeleven, ook door hartfalen. De lijst te vroeg gestorven renners groeit. In Nederland en ­België samen is het bijna elk jaar wel raak. Albert Megens, schrijver van het boek Requiem voor een Wielrenner, telde 68 doden sinds 1970. Dat roept vragen op over de risico’s van wielrennen, met name voor het hart. Rienk Rienks, sportcardioloog aan het Universitair Medisch Centrum in Utrecht, legt uit.

De lijst met overleden wielrenners is lang en vaak is er sprake van hartfalen. Is wielrennen gevaarlijk voor het hart?

‘Dat wordt niet algemeen gedacht. Het is een beetje speculeren, want er is niet veel onderzoek naar gedaan. Uit een recente Deense studie blijkt dat sporten als marathon, triatlon en obstacle runs de riskantste sporten vormen. Wielrennen wordt niet met name genoemd. Wielrenners hebben wel vaak een groot hart. Daar ­bestaat een duidelijke relatie met boezemfibrileren, een vorm van hartritmestoornissen, maar dat er sprake zou zijn van een oversterfte in vergelijking met andere sporten bij het wielrennen? Dat is nooit beschreven.’

Zo’n vergroot hart – een sporthart – klinkt gevaarlijk.

‘Nee, een sporthart is een normaal hart, maar groter. Het belangrijkste kenmerk van een sporthart is dat het weer weggaat als je niet meer aan sport doet.’

Sporten is gezond, maar is ­topsport dat niet?

‘In principe is sporten gezond, omdat het de belangrijkste risicofactoren positief beïnvloedt. Cholesterol, suiker en bloeddruk reageren allemaal heel goed op sporten. Het hart houdt er ook van, want de conditie van het hart wordt beter en je verkleint de kans op problemen met de kransslagaderen. Voor de preventie van hart- en vaatziekten is dat prima.

‘Dan heb ik het over iemand die normaal sport, een paar keer per week. Voor mensen die heel intensief sporten, of dat langdurig doen, is het maar de vraag of dat goed is voor het hart. Dat is niet zeker. Er treedt slijtage op, met name de rechterhartkamer.’

Teamgenoten van Michael Goolaerts, Stijn Devolder en Elias van Breussegem, in tranen tijdens de minuut stilte voorafgaand aan de Brabantse Pijl. Beeld Belga

Goolaerts was pas 23. Slijtage zou vreemd zijn. Wat kan daar ­gebeurd zijn?

‘Het kan allerlei redenen hebben. Het was een jonge gast. De kans op problemen met de kransslagader, die kunnen leiden tot een hartaanval, is daardoor laag. Dat past meer bij 40-plussers.

‘Hij kan last hebben gehad van een ontsteking van de hartspier. Dat kan reden zijn voor hartritmestoornissen en van daaruit een hartstilstand. Een ontsteking van de hartspier kan ontstaan vanuit griepachtige verschijnselen. Als mensen koorts hebben en zich niet lekker voelen, zit er soms een virus op het hart. Als je je gewoon gedraagt, merk je er niets van, maar als je op topniveau gaat sporten, kan dat tot elektrische instabiliteit leiden. Het is belangrijk dat renners die zich voor een ­wedstrijd niet lekker voelen niet op het zadel worden gedwongen. Dat werkt risicoverhogend.

‘Medicijnen kunnen ook een rol spelen. Sommige middelen kunnen ritmestoornissen geven. Pijnstillers of antibiotica. Je ziet wel vaker in dit soort gevallen dat later blijkt dat de sporter iets onder de leden had en een bepaald medicijn kreeg. Er bestaat zeker ook een kans dat dit een niet-ontdekt aangeboren probleem is geweest. Zoiets kan zich ondanks goede screening goed verbergen.’

Verbergen? Dus de verplichte screening die profrenners jaarlijks ondergaan is niet afdoende?

‘Helaas niet. Het belangrijkste probleem is een verdikte hartspier. Dat geeft een grotere kans op overlijden door ritmestoornissen, maar is niet zomaar te zien. Andere afwijkingen, elektrische hartziektes noemen we die, zijn soms duidelijk te zien op hartfilmpje en soms niet. Dan varieert het hartfilmpje: de ene keer normaal, de andere keer abnormaal.

‘Als een sporter een neefje heeft dat op 20-jarige leeftijd is overleden, ben je extra alert. Maar de helft van de problemen is niet familiegebonden. Dat is het vervelende. Ergens stokt je diagnostisch vermogen. Je haalt er 50 à 60 procent uit, niet meer dan dat. Behalve als je een mri-onderzoek doet. Dat is kostbaar.

‘Het standaardonderzoek is een echo en een inspanningstest. Daar kan je veel uit opmaken, maar voor die kleine zaken heb je uitgebreid onderzoek nodig. Zo worden abnormale kransslagaderen eenvoudig ­gemist. Al kan je het wel opmerken. Ik kom het regelmatig tegen bij jonge sporters, die duizelig waren na een inspanning of druk op de borst voelden. Als ze 60 waren geweest zullen alle cardiologen daar meteen aan denken. Ik ben daar ook bij jongeren nogal op gespitst.’

Als de standaardtests niet alles in kaart brengen, moeten sportbonden dan niet veel uitgebreider laten testen?

‘Er is een grote discussie geweest over preventief screenen, maar het lastige is dat bij jonge mensen de kans dat er iets gebeurt heel laag is:

1 of 2 op de 100 duizend. Dan moet je verdomd goed zijn om die er uit te pikken. De natuur maakt het ons makkelijker bij de oudere sporter, dan loopt het risico op naar 1 op 1.000 en meer. Bij die groep is een uitgebreide screening maatschappelijk makkelijker te verdedigen.

‘Toch zijn er bonden en clubs die er anders over denken. Zij kijken – en dat klinkt cru – naar hun sporters met een economische blik. Als je miljoenen investeert in sporters zoals dat in het voetbal gebeurt, dan is het economisch gezien peanuts om een paar honderd euro extra te betalen voor een uitgebreide screening. Als je daarmee een bepaalde zekerheid krijgt, is dat begrijpelijk. Zo eist de Fifa een echo van het hart.’

Wat zijn dan de extra kosten?

‘Voor een paar honderd euro kun je bij een sportarts een inspanningstest en keuring doen. Dat is het ­standaardpakket. Met een paar honderd euro extra krijg je er een echo bij. Voor 500 euro heb je een coronaire scan en een mri-scan. Doe je alles, dan zit je rond de 1.500 euro. Dan heb je de atleet van voor tot achter bekeken. Maar dan nog ben je niet helemaal zeker. De honderd procent haal je nooit.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden