Twee vertalingen brengen Italiaanse en Russische golven weer in beweging

Boekenweek

Russische golven uit 1912, en Italiaanse uit 1943, hoorde Arjan Peters als nieuw, dankzij Nederlandse vertalingen.

Foto Io Cooman, Eva Roefs

Nooit eerder integraal in het Nederlands vertaald, maar nu is hij er zomaar: Avond, de eerste bundel van Anna Achmatova uit 1912, toen ze nog maar 22 jaar was. Verscheen destijds in eigen beheer in Sint-Petersburg, met een wervend bedoeld voorwoord van de gezaghebbende dichter Michaïl Koezmin: 'We kunnen vaststellen dat zij niet tot de vrolijkste dichters behoort, maar haar verzen steken, als naalden of angels.'

En niet alleen de lezer. Ook de jongeman die hier de bons krijgt, zal niet blij geweest zijn met het bijgesloten advies: 'Als kleine/ IJsschotsen weerspiegelt de rivier/ Witte wolken. Ga erheen en luister,/ Want het water troost. De zon is fel,/ Maar de golven horen je gefluister/ En misschien omhelzen ze je wel', luidt de versie van de minstens zo scherpe vertaler Hans Boland.

Hij verrichtte deze arbeid voor de bibliofiele Stichting De Roos, waar je om te beginnen lid van dient te zijn, maar dan ben je voor 89,50 euro een van de gelukkigen met een door Michaël Snitker vorstelijk vormgegeven boek.

Andere opgedolven golven. Eveneens tweetalig en integraal is de uitgave van Finisterre, een cyclus van 15 gedichten van Nobelprijswinnaar Eugenio Montale uit 1943. De kleine uitgever Koppernik heeft de bundel van Montale laten vertalen door Liesje Schreuders, die zelfs de klankcombinaties van het Italiaanse origineel in onze taal heeft geprobeerd weer te geven, en alles over deze poëzie toelicht wat je erbij zou willen weten (21,50 euro).

Complexe gedichten, niet in één keer te vatten, maar meer dan boeiend, zoals deze klacht van een man die maar niets van zijn geliefde hoort: 'Verdwijnen kan ik niet noch me opnieuw vertonen; nee,/ de vermiljoenen smidse/ van de nacht komt laat, duurt nu de avond,/ bidden wordt een kwelling en nog heb je tussen/ de opstaande rotsen de fles niet gedolven/ uit zee. Daar waar de punt in het water/ steekt, breken, leeg, de golven, in Finisterre.'

Door die komma's kun je de golven een voor een welhaast hóren klotsen op de rand van het continent, daar aan het einde van de aarde. De naam Finisterre moet in oorlogstijd eens te meer hopeloos hebben geklonken.

Twee buitensporige vertaalprestaties, zowat in het verborgene gepubliceerd. Tot twee keer toe slaan de golven van vroeger weer aan het rollen, voor het eerst in onze taal.

Het is soms even zoeken, maar als je de bestsellerlijst links laat liggen, hoor je nog eens wat anders.