Twee steden, twee wethouders, twee visies op bijstand en armoede

Twistgesprek tussen Arjan Vliegenthart en Maarten Struijvenberg

Twee wethouders, beiden belast met uitkeringsbeleid. Maar de collega's hebben compleet verschillende visies. De een is van de Amsterdamse SP, de ander van Leefbaar Rotterdam. Als ze praten over hun vak wordt het subiet een twistgesprek.

Arjan Vliegenthart, wethouder Werk, Inkomen en Participatie in Amsterdam (SP) en Maarten Struijvenberg, wethouder Werkgelegenheid en Economie in Rotterdam (Leefbaar Rotterdam). Foto Sanne De Wilde / de Volkskrant

Zet de Amsterdamse SP-wethouder Arjan Vliegenthart van sociale zaken om de tafel met zijn collega Maarten Struijvenberg van Leefbaar Rotterdam, en voor je het weet twisten ze over wat een bankstel mag kosten.

Maarten Struijvenberg: 'Mensen in de bijstand konden in Rotterdam een vergoeding krijgen voor woninginrichting. Weet je hoeveel je kon krijgen voor een nieuwe bank? 1.100 euro! Daar word ik ziedend van! De meeste mensen met een vaste baan hebben niet eens zo'n dure bank. Als je weinig geld hebt, koop je er toch eentje voor 150 euro op Marktplaats of bij Leen Bakker?'

Arjan Vliegenthart hoort het zwijgend aan, draait zijn stoel naar rechts, trekt beide wenkbrauwen hoog op en zegt dan, zonder Struijvenberg aan te kijken: 'Zuinigheid met vlijt bouwt huizen als kastelen, dat is waar. Maar weet je waar ík boos van word? Dat één op de vier kinderen in Amsterdam in armoede opgroeit. Eén op de vier! Als je dat tot je door laat dringen... dan moet je niet zuunig zijn met je middelen. In geld, of in natura. En ja, dat kost wat.'

Struijvenberg: 'Volgens jouw definitie, Arjan, ben ik ook in armoede opgegroeid. Toen ik geboren werd, hadden mijn ouders weinig geld. Maar ik heb me nooit arm gevoeld.'

Twee steden, twee wethouders, twee visies op bijstand, sollicitatieplicht, schuldsanering en armoede. Ze kruisten al vaker de degens over dit onderwerp. Dit keer is Arjan Vliegenthart te gast bij Maarten Struijvenberg, op het stadhuis aan de Coolsingel. De Amsterdamse SP'er heeft zich voorgenomen zich dit keer niet al te zeer op te winden. Toch worden na de vrolijke fotosessie de messen al snel geslepen.

Wereld van verschil

De SP was er in 2014, na de gemeenteraadsverkiezingen, op gebrand deze portefeuille te bemachtigen. 'Sociale zaken is core business voor de SP, net als wonen en zorg', zegt Vliegenthart. Ook de Leefbaren vonden het 'plezierig' dat ze deze post kregen, zegt Struijvenberg. 'We wilden wel het een en ander veranderen.' Het beleidsterrein dat in de volksmond sociale zaken wordt genoemd heet in Rotterdam 'Werkgelegenheid en Economie', in Amsterdam 'Werk, Inkomen en Participatie'. Er schuilt een wereld van verschil achter.

De SP zette in haar Amsterdamse verkiezingsprogramma dat het stadsbestuur 'de barmhartigheid uit het wapen van de stad actief moet uitdragen'. Oftewel: 'Niet meer wegkijken als mensen het op eigen kracht niet redden.' De gemeente moet Amsterdammers met een laag inkomen beter informeren over welke kortingen of andere ondersteunende regelingen er voor hen zijn, aldus de SP, want ze weten niet welke rechten ze hebben.

De wat atypische coalitie van D66, SP en VVD maakte in de hoofdstad 108 miljoen euro vrij voor armoedebestrijding - 25 miljoen euro meer dan het vorige college, met GroenLinks en de PvdA. Vliegenthart: 'Omdat wij de vastgelopen formatie vlot hadden getrokken, had de SP wat te eisen.'

Foto Sanne De Wilde / de Volkskrant

Arjan Vliegenthart (1978) promoveerde aan de VU en was tussen 2007 en 2014 Eerste Kamerlid.

Hij zat in het landelijk partijbestuur en was directeur van het wetenschappelijk bureau van de SP. Sinds 2014 is hij wethouder Werk, Inkomen en Participatie in Amsterdam.

Zijn strijd tegen armoede in de stad - waarvoor de SP in de coalitie veel extra geld bedong - is een van de verhaallijnen in Schuldig, de veelbekroonde documentaireserie over de schuldenproblemen in de Vogelbuurt.

In het coalitieakkoord Amsterdam is van iedereen klinkt het SP-geluid: 'We gaan niet snijden in sociale budgetten, maar binden de strijd aan met kinderarmoede. Ieder kind moet de beste kansen krijgen, kunnen sporten of een instrument leren bespelen. En we gaan meer Amsterdammers de kans geven mee te doen: ook door werk aan te bieden dat de gemeente zelf mogelijk maakt.'

Van Leefbaar Rotterdam mocht het intussen allemaal wel een onsje minder. Het verkiezingsprogramma van 2014 sloeg een harde toon aan: 'Leefbaar Rotterdam vindt dat iedereen die kan werken, ook moet werken. Betaald, vrijwillig of als tegenprestatie voor een uitkering. Wie dit weigert, met uitkeringen fraudeert of medewerkers bedreigt, krijgt geen uitkering meer. Goede sociale voorzieningen moeten een vangnet zijn, en geen hangmat.'

'Andere aanvliegroute'

Het Rotterdamse coalitieakkoord #Kendoe (de lokale verbastering van 'Can do') van Leefbaar Rotterdam, D66 en CDA is dan ook soberder dan het Amsterdamse. De Rotterdamse minima verloren hun recht op inkomensondersteuning door middel van een langdurigheidstoeslag, de afvalstoffenheffing werd nog maar voor de helft kwijtgescholden. Alles onder het motto: 'Werk moet lonen. De beste bestrijding van armoede is een baan. Wie kan aantonen dat ondersteuning nodig is, kan aanspraak maken op een vangnet.'

De Rotterdamse wethouder kreeg er begin juli extra geld bij uit de gemeentelijke begroting, zonder er zelf om te hebben gevraagd. Nadat het Rotterdamse college zijn meerderheid van één zetel was kwijtgeraakt - een raadslid stapte over van Leefbaar naar oppositiepartij Nida - bood de ChristenUnie/SGP gedoogsteun aan. In ruil daarvoor eiste de christelijke eenmansfractie in het 'zomerakkoord' extra geld voor de aanpak van problematische schulden (2 miljoen euro) en voor individuele inkomenstoeslagen (6 miljoen).

'Nee, ik geef die inkomenstoeslag niet met tegenzin uit', zegt Struijvenberg. 'Maar vraag het mensen die zelf werken en het ook niet breed hebben. Die kan ik niet uitleggen waarom we anderen zo in de watten leggen.'

Foto Sanne De Wilde / de Volkskrant

Maarten Struijvenberg (1974) werkte bij Robeco tot hij in 2002, na de moord op Pim Fortuyn, assistent werd van Leefbaar Rotterdam-wethouder Wim van Sluis.

Tussen 2006 en 2010 leidde hij het fractiebureau. In 2010 werd hij raadslid. In 2013 werd hij uitgeroepen tot Rotterdams politicus van het jaar. Struijvenberg slaagde er volgens de jury in 'de vinger op de zere plek te leggen en Rotterdammers in huis-tuin-en-keukentaal uit te leggen hoe het zit'.

Sinds 2014 is hij wethouder Werkgelegenheid en Economie in Rotterdam.

Vliegenthart: 'Ik ben begonnen te praten met degenen die zelf in de bijstand zitten. Dat vind ik relevanter dan belastingbetalers te vragen wat er al dan niet met hun geld moet gebeuren. De meeste uitkeringsgerechtigden solliciteren zich suf en raken ontmoedigd.'

Struijvenberg: 'Ik kijk niet door een roze bril naar bijstandsgerechtigden. Er zijn mensen die hun best doen, maar er zitten er ook tussen die met een flauw smoesje het sollicitatiegesprek afbellen dat een consulent van de sociale dienst voor ze heeft geregeld.'

Vliegenthart: 'Ik probeer mensen ook aan het werk te helpen. Maar bijstand is wél een recht. Ik ben niet bezig om mensen uit de bijstand te duwen. Ik kies een andere aanvliegroute.'

Jeugd

Hoe arm of rijk waren de twee eigenlijk zelf in hun jeugd, in wat voor gezin groeiden ze op? Als domineeszoon in Amsterdam Zuidoost heeft Arjan Vliegenthart (1978) zich altijd 'heel rijk gevoeld'. Armoede is meer iets dat hij bij anderen zag. 'Er belden geregeld mensen aan om geld te lenen van de dominee. Dat maakte grote indruk op me. Het geld werd soms terugbetaald, soms ook niet. Het waren mensen aan de rand van de kerk en de samenleving.' Nee, geen junks - 'die wisten niet waar de dominee woonde'.

Er waren klasgenootjes die geen cadeautje konden meebrengen naar een partijtje, vertelt de SP'er. 'Je beseft dat je geld hebt voor de sportvereniging, voor gitaarles. Ik kreeg een cadeautje als ik overging naar de volgende klas. Dat was niet vanzelfsprekend.' Armoede in Amsterdam was voor hem schaken in winkelcentrum Amsterdamse Poort met dak- en thuislozen. 'Je zag de onverzorgdheid bij mensen. Ze waren al blij met een kop koffie.'

Bijstand

Amsterdam verstrekte op 1 september aan 43.091 personen een bijstandsuitkering (5,2 procent van de inwoners). In Rotterdam ging het om 38.807 uitkeringen (6,1 procent).

Maarten Struijvenberg (Rotterdam, 1974) bracht zijn jeugd door in Dordrecht en woont sinds 1996 weer in Rotterdam. Toen er kinderen kwamen, bleef zijn moeder werken als verpleegkundige - 'in die tijd niet vanzelfsprekend'. Zijn vader werkte op de koopvaardij, bij de Koninklijke Rotterdamsche Lloyd, als tweede stuurman. Hij stopte met varen toen er kinderen kwamen.

'Dat maakt wel verschil in het gezinsinkomen. Hij ging economie studeren aan de hogeschool. Hij draaide bardiensten in het zeemanshuis om geld te verdienen voor de vakantie. Hij voelde zich als oud-stuurman niet te goed om biertjes te tappen voor de matrozen. Later, toen hij docent bedrijfseconomie werd, hadden we meer geld thuis. Het heeft me nooit aan iets ontbroken. Er was geld voor kleding, voor speelgoed, soms tweedehands, maar vaak ook nieuw.'

De moraal van zijn verhaal? 'Er werd thuis gewoon heel hard gewerkt, dat is een levenservaring die ik wel heb meegenomen. De vuistregel is dat je niet het bijltje erbij neer moet leggen als het even niet lukt. Je hoeft in Rotterdam niet in armoede op te groeien.'

Schuldenaren

Denk nou niet dat Rotterdammers in de bijstand of met een laag inkomen aan hun lot worden overgelaten, zegt Struijvenberg. 'Ik heb het niet graag over arme mensen, dat vind ik niet zo aardig klinken. Ik heb het liever over minima, of mensen met een kleine beurs. Ook wij betalen sportabonnementen, muziekles, een fiets. We hebben de Rotterdampas, zodat ouders bijvoorbeeld toch een leuk uitje met korting kunnen ondernemen. Bijzondere bijstand is maatwerk. Dingen in natura worden in de koopkrachtplaatjes nooit meegenomen.'

Zijn rotsvaste overtuiging: 'Het probleem is niet hoeveel geld je binnenkrijgt, maar hoeveel je uitgeeft. De meeste mensen met schulden geven te veel uit. Daar kan de schuldsanering bij helpen.' Hij staat nog steeds achter het verkiezingsprogram van de Leefbaren: 'Wie er na zo'n traject nog steeds een potje van maakt en daardoor bewust weer in de problemen komt, moet zelf maar een oplossing bedenken.'

Vliegenthart: 'Ik vind het nogal hardvochtig klinken.'

Struijvenberg: 'Let op het woordje bewust.'

Vliegenthart: 'Je legt het probleem van schulden bij de mensen. Maar de oorzaak van schulden zijn vaak life events zoals verlies van je baan, een scheiding, een ongeluk waardoor je niet meer kan werken. En ja, soms doen mensen inderdaad rare dingen. Het probleem is alleen dat ze dat niet zelf meer kunnen oplossen, omdat boete op boete wordt gestapeld. Ik vind het onverteerbaar om dan te zeggen: eigen schuld. Armoede betekent ook dat je geen buffer kan opbouwen voor tegenslagen.'

Struijvenberg: 'Ik heb de Nibudnormen erbij gehaald, dus niet de Maarten Struijvenbergnorm. Voor tien huishoudtypen heb ik gekeken: vallen ze in Rotterdam binnen de norm of niet? Bij één type bleken mensen er 17 euro onder te zitten. Dat gat heb ik gerepareerd. Ik probeer op orde te brengen wat op orde moet zijn. Ik voer geen armoedig beleid.'

Boetes

Bij een maatregel wordt een uitkering verlaagd en soms beëindigd, bijvoorbeeld omdat iemand niet solliciteert. Wie informatie achterhoudt of liegt, riskeert een boete.

In het eerste halfjaar van 2017 legde Amsterdam 576 maatregelen op van gemiddeld 193 euro. En er waren 360 schriftelijke waarschuwingen.

Rotterdam deelde 1.290 boetes uit (gemiddeld 568 euro), naast 1.667 maatregelen (gemiddeld 480 euro).

Vliegenthart, cynisch: 'Ik heb grote bewondering voor wat je zegt. Als je maar wil, dan lukt het. Ik wil dat risico niet lopen met de levens van mensen. Na zo'n life event is het grootste probleem dat je inkomen daalt, terwijl je vaste lasten niet navenant afnemen. Dat los je niet eventjes op, zoals jij denkt.'

Struijvenberg: 'Ik begrijp dat je dan niet direct inkomsten en uitgaven in balans kan krijgen. Daarom moet je leren wat een goed uitgavenpatroon is. Je moet geen geld geven, maar geldles.'

Vliegenthart: 'Ik zie de doelgroep van de schuldhulpverlening verschuiven. Zelfs veel werkenden komen niet meer rond. De huren gaan fors omhoog, de zorgkosten. Jij zegt: als je het slim aanpakt, kan je je redden. Ik vind dat geen verhaal waarop je een samenleving bouwt. Mensen redden het níét.'

Lees verder onder de foto.

Volgens Vliegenthart ben je in Amsterdam beter af dan in Rotterdam: 'We hebben meer regelingen, bereiken een grotere doelgroep en bieden meer mogelijkheden.' Foto Sanne De Wilde / de Volkskrant

Struijvenberg: 'Ik hoor die verhalen ook. En dan zeg ik: laat me eens de huishoudboekjes zien. Maar ik krijg nul huishoudboekjes opgestuurd. Ik vraag me soms af of ze überhaupt nog bestaan. Wie wil rondkomen, zou dat redelijkerwijs moeten kunnen. Als ik één koopkrachtplaatje eruit mag lichten: een eenoudergezin met kind komt maandelijks 300 euro boven de Nibud-norm uit. Hoezo moet er dan geld bij van de gemeente? Dat is hun financiële situatie, exclusief allerlei regelingen in natura.'

Vliegenthart: 'Je bent in Amsterdam beter af met een laag inkomen dan in Rotterdam. We hebben meer regelingen en bereiken een grotere doelgroep, we bieden meer mogelijkheden om mee te doen. Ik word boos van armoede.'

Tegenprestatie

Een verschil tussen Amsterdam en Rotterdam is wat er van je wordt verwacht in ruil voor een uitkering. Amsterdam schafte de sollicitatieplicht af voor mensen met een grote afstand tot de arbeidsmarkt. 'Het heeft geen zin te solliciteren op een baan als je die toch niet kan krijgen', zegt Vliegenthart. 'Werkgevers worden doodmoe van al die overbodige brieven. Al die afwijzingen leiden tot gedesillusioneerde mensen. Het is veel zinniger om vrijwilligerswerk te doen.'

Struijvenberg: 'Niemand wordt in Rotterdam achter de broek gezeten als je wel je best doet, maar je sollicitaties geen succes hebben. Maar je moet het wel blijven proberen. We hebben in Rotterdam bijna veertigduizend mensen met een uitkering. Tussen die groep zitten er ook die echt profiteren. Daar is in het verleden te slap mee omgegaan. Je moet een wortel én een stok hebben. We hadden hier mensen in de bijstand die van de gemeente vijftien jaar lang precies één keer per maand iets hoorden: als de uitkering werd bijgeschreven. Die mensen moeten we opzoeken. Niet om ze verwijten te maken, maar om te helpen.'

Rotterdam verlangt van bijstandsgerechtigden een tegenprestatie in de vorm van vrijwilligerswerk of mantelzorg van 20 uur per week - een maatregel die door Struijvenbergs voorganger, de PvdA'er Marco Florijn, is ingevoerd en door staatssecretaris Jetta Klijnsma (ook PvdA) is vastgelegd in de Participatiewet.

Amsterdam botste deze zomer hard met Klijnsma, door de tegenprestatie juist niet te verplichten. De gemeenteraad nam in juli een motie aan om Vliegenthart hierin te steunen. 'Dwang en drang helpen niet', zegt de SP'er beslist. Graag wilde hij uitkeringsgerechtigden op proef 200 euro per maand laten bijverdienen. Maar Klijnsma sloot Amsterdam uit van deelname aan het proefproject Bijstand op maat. 'We zetten nu, mede op verzoek van de gemeenteraad, ons eigen experiment op.'

Struijvenberg: 'Dankzij de Participatiewet kunnen gemeenten sancties opleggen als iemand geen tegenprestatie wil leveren. Arjan wil dat niet, dat is zijn goed recht. Maar ik doe het anders.'

Vliegenthart: 'Door de Participatiewet hebben we als gemeenten meer ruimte om ons lokale beleid vorm te geven. Maar voor dat onsje vrijheid hebben we wel allemaal kilo's budget ingeleverd.'

Struijvenberg: 'De bezuinigingen die het kabinet aan de gemeenten heeft opgelegd, zijn echt te gortig.'

Beste resultaten

Met welke aanpak behaal je nu de beste resultaten - de Amsterdamse of de Rotterdamse? Beide steden hebben voortgang geboekt. Eerlijk is eerlijk, erkennen beide wethouders, de gunstige cijfers van de afgelopen jaren zijn zeker ook te danken aan de economische groei. Maar probeer met de twee niet onderling cijfers te vergelijken - ze betwisten graag elkaars resultaten, wijzen liefst op hun eigen wapenfeiten en leggen de nadruk op verschillende indicatoren.

Struijvenberg kijkt elke week naar de in- en uitstroom in de bijstand - 'zowel de instroom als de uitstroom is circa tienduizend per jaar - in goede jaren wat meer uitstroom en in slechte jaren wat meer instroom', zegt hij.

Lees verder onder de foto.

In- en uitstroom

De sociale dienst van Amsterdam kreeg er in de eerste helft van 2017 5.072 klanten bij, 4.648 uitkeringen werden beëindigd. Rotterdam kende 4.776 nieuwe uitkeringen toe en zag 4.286 mensen uitstromen.

Beide steden hadden fors minder instroom en meer uitstroom dan in dezelfde periode van 2016. In Amsterdam vond 51 procent werk, in Rotterdam 44 procent. Rotterdam zette meer uitkeringen stop na controles.

Vliegenthart: 'In Amsterdam worden meer uitkeringen beëindigd doordat mensen aan het werk gaan. In Rotterdam is een groter deel van de uitstroom te danken aan strenge controles.' Foto Sanne De Wilde / de Volkskrant

Vliegenthart krijgt per maand de stand van zaken onder ogen. Ook hij kijkt eerst naar in- en uitstroom ('vooral richting werk'). Daarnaast ligt zijn prioriteit bij het aantal klachten over de sociale dienst ('ik wil weten of de dienstverlening goed is') en bij de doorlooptijd voor een aanvraag. 'Sneller beslissen is beter. Wie recht heeft op een uitkering, moet dat snel weten en snel geld krijgen. Zo voorkom je dat er extra financiële problemen ontstaan.'

De resultaten? Rotterdam meldde in juni dat deze collegeperiode twaalfduizend mensen uit een uitkering aan het werk zijn gegaan. Dat was een doelstelling die in het coalitieakkoord was vastgelegd voor het eind van deze collegeperiode, in maart 2018.

Vliegenthart: 'Ik vind het een geweldige prestatie van Maarten. Zelf heb ik er in Amsterdam vijftienduizend aan het werk geholpen. Daar ben ik groots op.'

Struijvenberg: 'Als je soepeler bent met je instroombeleid, is het logisch dat je uitstroom ook soepeler gaat.'

Vliegenthart: 'In Amsterdam worden meer uitkeringen beëindigd doordat mensen aan het werk gaan. In Rotterdam is een groter deel van de uitstroom te danken aan strenge controles.'

Struijvenberg: 'Mij gaat het wel degelijk om de uitstroom naar werk. Maar het klopt dat ik daarnaast jaarlijks drieduizend dossiers laat controleren op fraude. Wie bijvoorbeeld gaat samenwonen met een werkende partner, verliest het recht op zijn of haar uitkering. Maar men 'vergeet' nog weleens zo'n mutatie door te geven aan de gemeente.'

Amsterdam versus Rotterdam

Opnieuw ontspint zich een discussie onder vakgenten over wie beter scoort - het ene jaar Amsterdam een half procent meer uitstroom naar werk, een jaar later Rotterdam 1,5 procent extra. Het steekt Struijvenberg dat Vliegenthart in het goede jaar zichzelf op de borst klopte, maar in het mindere jaar zei dat het allemaal niet zoveel voorstelde.

Struijvenberg, geïrriteerd: 'Ik had van jou niet verwacht dat je zo met die cijfers zou omgaan. Dat had ik niet achter je gezocht, Arjan.'

Vliegenthart, geamuseerd: 'Ik constateer dat Rotterdam ons goed in de gaten houdt.'

Door de oogharen bezien lijken Amsterdam en Rotterdam grofweg vergelijkbare resultaten te hebben geboekt, qua in- en uitstroom. Links of rechts beleid, het lijkt per saldo niet veel uit te maken. Klopt dat?

Struijvenberg: 'Die conclusie deel ik niet. Rotterdam heeft wel degelijk een beter resultaat. En we hebben ook nog eens een lastiger doelgroep in de bijstand dan Amsterdam, namelijk lageropgeleid. Maar als ik in 2014 SP had gestemd in Amsterdam, dan zou ik tevreden zijn over wat Arjan heeft bereikt. En ik denk dat de Leefbaar-kiezers ook tevreden mogen zijn met mijn aanpak.'

Vliegenthart: 'Het verschil zit niet zozeer in die cijfers, maar in hoe we met mensen omgaan. Ik behaal mijn goede resultaten liever met een vriendelijke aanpak.'

Struijvenberg: 'Ik ben het niet met je eens. Ik pluk de vruchten van mijn strenge beleid.'

Meer over