Twee schouders en één hart

'Alles wat je bezit, heb je te leen.' Elly en Rikkert zijn Elly en Rikkert gebleven, ook in een tijd waarin het geld regeert....

ER WAS een tijd dat ze zelfs hun onderbroek moesten delen, in die periode dat ze samenleefden in een commune, zonder dat ze wisen wat dat eigenlijk was, een commune. Ze hadden gewoon een eigen 'samenlevinkje' opgebouwd in Drenthe, maakten avond na avond muziek op trommeltjes en gitaren buiten bij het vuur, met de mensen die waren komen aanwaaien op hun witte boerderij.

Ze hoorden dat ze werden gezien als de voortrekkers van het hippiedom in Nederland, maar zeiden van zichzelf nooit: wij zijn bloemenkinderen. Ze deden gewoon maar wat ze dachten dat goed was.

Heimwee naar dat verleden kennen ze niet. Heimwee betekent dat je ergens naar terugverlangt, en dat gevoel hebben ze niet over de jaren zestig, zeventig. Er gebeurden ook heel vreselijke dingen. De drugs hè. Een jongen die een liedje van hen draaide, die dacht dat hij kon vliegen en van zoveel-hoog het raam uitsprong.

Maar van sommige lessen die Elly en Rikkert Zuiderveld toen leerden hebben ze nu nog profijt.

Rikkert (51): 'Alles wat je bezit, heb je te leen.'

Elly (52): 'Voor onze ouders was het vreselijk, dat we zo gingen denken. Gaven ze ons iets cadeau, gaven wij het meteen weer weg.'

Rikkert: 'Daar hebben we ze echt mee gekwetst.'

Elly: 'Dan zeiden we, waar onze ouders nog bijstonden: o, dat is leuk voor die en die.'

Rikkert: 'Voor ons is het heel prettig nog steeds niet te hechten aan bezit. Rijdt er iemand een deuk in je auto, valt je gitaar aan stukken op het podium, dan denk je: maakt niet uit. Die spullen zijn toch niet van mij.'

Elly en Rikkert, hoe geruststellend, zijn Elly en Rikkert gebleven, ook in een tijd waarin het geld regeert en Nederlanders hun levensgeluk afmeten aan de koerswinst van hun aandelen.

Z E STEKEN steken af tegen de blauwe en grijze pakken in de lobby van een Amsterdams hotel. Elly, in haar wijnrode fluwelige jurk met ingewoven spiegeltjes, en Rikkert, wiens grijze haar tot aan de schouders reikt. Maar, beklemtoont Rikkert meermalen, sommigen mogen hen dan zien als een 'middeleeuws stel', ze staan wel 'met beide benen in het leven'. Als om dat te onderstrepen piept de draagbare telefoon van Elly een paar keer driftig mee met alle andere mobiele exemplaren van het hen omringende zakenvolk.

Rikkert: 'Toen onze oudste zoon 4 jaar werd, vroeg hij tot ons afgrijzen een pak met stropdas voor zijn verjaardag.'

Elly: 'Dat vond ie prachtig, dat vond ie mooi.'

Rikkert: 'Hij wilde het, net als wij, ook weer anders doen dan zijn ouders, snap je?'

Elly: 'De stropdas ging niet door. Hij kreeg wel een broek met een vouw erin, maar dan zo een die er na een poosje vanzelf uitging.'

Dertig jaar geleden tilde Rikkert zijn paarsblauw geklede bruid Elly over de drempel van hun huis aan de gracht in Amsterdam. Al op de eerste dag dat ze elkaar ontmoetten, zongen ze samen, op een studentenfeest. Zij was 20, hij 19, toen ze hun eerste lp met 'luisterliedjes' maakten. 'Boem, zomaar ineens', zegt Rikkert. 'Dat kon toen. Ik had nog nooit een studio van binnen gezien.' Elly: 'Hij wist niet eens hoe hij een gitaar moest stemmen.' Rikkert: 'Ik speelde heel rare akkoorden.'

A ANSTAANDE maandag komt een speciale dubbel-cd uit, 30 Jaar Onderweg, met de mooiste nummers die ze in die jaren hebben gemaakt, en de bekendste: De Kauwgomballenboom en Parsifal. Ook 'vrienden van vroeger' doen mee aan de cd, onder wie Boudewijn de Groot (hij zong samen met Elly de klassieker Meester Prikkebeen) en Ernst Jansz, die indertijd als lid van de groep CCC in een van de eerste 'bandcommunes' in Nederland woonde.

De teksten van Elly en Rikkert beschreven van begin af aan een zoektocht naar 'de zin van het leven', de 'kern van het bestaan', naar 'het', dat ze na verloop van jaren vonden in Jezus Christus. De ontdekking van Hem beschouwen Elly en Rikkert als het hoogtepunt in die dertig jaar. Het dieptepunt lag niet zo lang daarvoor, toen ze gedesillusioneerd de commune in Drenthe ontvluchtten. 'We wilden een eenheid tussen mensen creëren', zegt Rikkert. 'Elkaar aanvoelen en begrijpen op een natuurlijke manier. Gewoon zijn met z'n allen, zonder conflicten. Dat konden we niet realiseren.'

Elly: 'Soms ging het mis om heel lullige dingetjes. De wasmachine, of iemand die zijn sokken overal liet liggen. Maar we hadden ook problemen om hogere principes hoor. En dan zag de een het standpunt van de groep helemaal zitten, terwijl de ander tegen was.'

Ze dreigden elkaar 'kwijt te raken' en kwamen ook op het podium in morele problemen. Scholieren en studenten luisterden ademloos, gezeten op Perzische tapijtjes, in een mist van wiet- en wierookwalmen naar de teksten van hun troubadours. Elly en Rikkert ontvingen brieven in de trant van: 'Ik had zo'n geweldige avond, ik was helemaal in space. Vrede op aarde! Maar toen ik thuiskwam, had ik gelijk weer ruzie met die klootzak van een vader van me.'

Het zette de twee aan het denken, of ze wel helemaal 'eerlijk' waren tegenover hun publiek. 'Wat kan ik daarmee, vroeg ik me af als we zo'n brief kregen', zegt Rikkert. 'Wat geef ik ze eigenlijk? Iets blijvends of een dooie mus?'

Elly: 'We vertelden ons publiek mooie verhalen over liefde, vrede en eenheid, terwijl we ze zelf niet waar konden maken.'

Ze besloten hun identiteitscrisis te bezweren ('Een stuk ontvluchten van een situatie die je niet lekker zat', omschrijft Rikkert) door op wereldreis te gaan. Met als eindbestemming India.

Het huis en alle spullen werden verkocht, - ze hadden als bestek nog één lepel, één mes, één vork - en hun busje zette koers naar het zuiden. Rikkert las onderweg de bijbel, als 'een boek dat je toch ook gelezen moest hebben', Elly draaide intussen joints met de bladzijden die hij uit had, 'uitstekend papier daarvoor'.

Hun pokkenprikken hadden ze weliswaar gehaald, maar het busje kwam nooit verder dan Spanje. Elly: 'We ontmoetten allemaal mensen die het ook niet gevonden hadden in India. En eigenlijk wisten we wel dat het in jezelf moest beginnen. Daar maakten we allang liedjes over.'

Berooid en bedroefd keerden ze terug naar Nederland, waar ze een huurhuis vonden in de kop van Overijssel. Oude vrienden van de commune bezochten hen, en vertelden dat ze Hem hadden gevonden. 'De cirkel was rond', zegt Rikkert. 'We zijn in het diepe gesprongen omdat we wisten dat we zouden worden opgevangen. Een vorm van overgave. Vanaf dat moment zijn we de schat gaan uitdelen die we hadden gevonden.'

Natuurlijk, het oude flowerpower-publiek ervoer hun bekering als 'een enorme klap'. Rikkert neemt Bob Dylan als voorbeeld: 'Die heeft het ook voor zijn kiezen gehad joh, toen hij christen werd. Zelfs zijn muziek deugde niet meer. Ik heb recensies gelezen dat ik dacht: wat krijgen we nou?'

In een televisieprogramma verweten ze Elly en Rikkert: 'Wat moeten jullie toch met die Jezus?' Rikkert antwoordde: 'Als jullie een beter iemand weten om te volgen, mag je het nu zeggen.' De zaal bleef stil. 'Want iedereen is het er wel over eens wat een waanzinnig bijzondere man die Jezus was', zegt Rikkert.

Het geloof is een bron waaruit ze kunnen blijven putten en waardoor ze kunnen blijven geven. Maar ze bedrijven geen propaganda, hun liedjes hebben geen dubbele bodem, en gaan naast het geloof ook 'gewoon' over maatschappelijke issues als incest en moeilijkheden in relaties, verklaart Rikkert. De samenleving van nu heeft genoeg problemen, weet je wel. Rikkert citeert zacht het nummer Wachten, dat hij erg van toepassing vindt op de jaren negentig.

Ze zitten in het restaurant

Ieder aan hun eigen kant

Van niemandsland

Te zwijgen

Een man, een vrouw,

een eeuwigheid

Geen tekens van genegenheid

En geen verwijt

Geen dreigen

Alleen het wachten

Het wachten

Op wat niet komt

'De eenzaamheid is enorm', zegt Rikkert. 'Je kunt wel naar de Riagg om een gesprekje te voeren, maar er is niemand die zegt: ik ga met je mee naar huis en ik vertrek pas als ik weet dat je binnen bent.' Hun huis is al die jaren open blijven staan voor hulpzoekenden. Maar, beseft ook Elly nu: 'Je hebt maar twee schouders en één hart.'

N OG STEEDS treden ze wekelijks tussen de drie en vier keer op. In zaaltjes, kerken, scholen, voor tussen de honderd en de duizend toeschouwers. Over de gelovigheidsgraad van hun publiek weten ze weinig. 'Voor ons zijn het in de eerste plaats mensen', zegt Elly.

Hoe lang ze nog willen doorgaan, weten ze niet. Als ze maar geen karikatuur van zichzelf worden op het podium, vindt Rikkert. Sommige mensen kunnen prachtig oud worden op de bühne, meent Elly.

Na enige aarzeling hebben ze toegestemd om komende week De Kauwgomballenboom te zingen bij Paul de Leeuw. Op 14 oktober begint in Drachten hun speciale tournee door Nederland, die twee maanden duurt. De officiële presentatie van de nieuwe cd is op 18 oktober in Paradiso.

Zelf zijn ze een beetje verrast door de uitbundige manier waarop de platenmaatschappij hun dertigjarig samenzijn wil vieren. 'Ik denk dat het meer is omdat ze ons graag mogen en waardering hebben voor ons werk, dan dat ze in al die jaren zoveel aan ons hebben verdiend', zegt Rikkert.

Want op geld & roem hebben Elly en Rikkert nooit zitten wachten.

Rikkert: 'Als je de allerberoemdste mens ter wereld bent, ligt iedereen aan je voeten, en staat er niemand meer naast je.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden