Bericht uitAmphia ziekenhuis

Twee maanden werd hier gestreden tegen corona. Nu is het normale leven hervat

Een arts met een gezichtsmasker op verplaatst een patiënt op een brancard. Beeld SOPA Images/LightRocket via Gett

Zeven weken deed Volkskrant-journalist Willem Feenstra verslag vanuit ziekenhuis Amphia in Breda, waar op het oog het normale leven is hervat. Het slotakkoord.  

Wie nu ziekenhuis Amphia in Breda bezoekt, ziet nauwelijks verschillen met twee maanden geleden. De gangen zijn druk, de parkeergarage staat vol. Een jongen loopt onhandig op zijn nieuwe krukken, een oude vrouw krabt aan de grote pleister op haar voorhoofd. Achter de balies van poliklinieken zitten medewerkers, rond lunchtijd zijn de tafels van het restaurant bezet.

Het voelt surrealistisch: alsof de brokstukken die het virus hier acht weken lang maakte, in het holst van de nacht zijn opgeruimd.

Dit ziekenhuis is een van de plekken waar de strijd tegen het coronavirus het heftigst werd gestreden. Bijna alle reguliere zorg werd er stilgelegd. Personeel, apparatuur en beschermingsmiddelen waren nodig tegen het virus. 95 mensen zijn eraan overleden, 19 liggen er nog en 263 patiënten zijn ontslagen. De restschade, door uitgestelde operaties en diagnoses, zal later dit jaar pas blijken.

De afgelopen zeven weken deed de Volkskrant verslag vanuit het ziekenhuis. Artsen, verpleegkundigen en ondersteunend personeel moesten er alle zeilen bijzetten. Gedreven door adrenaline en een voor hun vanzelfsprekende motivatie om mensen te redden.

In het land werden ze neergezet als helden. Zelf vonden ze dat overdreven. Ze deden ‘gewoon’ hun werk, zeiden ze. Die mentaliteit zit verankerd in hun bestaan en helpt overleven. Maar diep van binnen voelen ze het ook: gewoon was dit niet.

Ze denken aan de mensen die hier eenzaam stierven. Familieleden die te laat kwamen omdat het virus zo onvoorspelbaar bleek. Hun plek werd ingenomen door verpleegkundigen en artsen, die bij de patiënt bleven tot de laatste adem. Soms hielden ze handen vast. Soms gingen ze mee naar het mortuarium, in de kelder, waar de mortuariumbediende ze even de tijd gaf om afscheid te nemen van ‘hun’ patiënt.

Ze lopen nog dagelijks langs de kinderopvang, die er voor corona niet was, en volgende week weer verdwijnt. Verpleegkundigen Francet Janssens en Margot Jansen zaten zonder werk doordat de reguliere zorg was stilgelegd. Op eigen initiatief begonnen ze halverwege maart een opvang in het ziekenhuis, zodat collega’s zich over hun kroost geen zorgen hoefden te maken als ze het virus te lijf gingen. Hoewel ze er meer dan ooit behoefte aan had, knuffelde Francet sindsdien haar man niet meer. Hij is ernstig ziek geweest, ze wilde hem niet besmetten.

In hun hoofd horen ze nog de klanken van de nood-intensive care, de plek in het ziekenhuis waar je in één oogopslag de door het virus veroorzaakte ellende zag. Negen mensen lagen er bij elkaar op zaal, allemaal in kunstmatig coma. Bij bed 18 klonk opeens een slurpend geluid, toen het speeksel van een 75-jarige man uit zijn openstaande mond werd gezogen. Een verpleegkundige poetste daarna voorzichtig zijn tanden. Als hij ooit wakker zou worden, dan wel zonder gaatjes.

Ze vragen zich af hoe het gaat met de patiënten van de psychiatrische kliniek, van wie sommigen waren opgenomen nadat ze een eind aan hun leven hadden willen maken. De behandelingen waren volop gaande toen ze opeens moesten vertrekken. Het personeel was nodig in de strijd tegen het virus, de kliniek ging dicht. Hoe zou het gaan met de suïcidale man die zei dat het van hem niet meer zo nodig hoefde?

Ze voelen nog de emoties van de zongebruinde boer, die begin april buiten adem de corona-afdeling op werd gereden. Hij vertelde aan verpleegkundige Floor Franssen over zijn vrouw. Als het mijn tijd is, dan is dat maar zo, zei ze altijd, en zo stond hij er zelf ook in. ‘Laat mij maar dood neervallen’, had hij een dag eerder in zijn boerderij dan ook gezegd. Nu was hij hier alsnog, omdat de dood nou eenmaal niet een kwestie van neervallen is.

Achter de schermen werken ze nog steeds harder dan normaal, omdat het virus nog niet weg is, en vermoedelijk de komende tijd ook nooit weg zal zijn. Ze vrezen de tweede golf, die er vrijwel zeker gaat komen. Zal die nog meer kracht hebben?

Van dat alles is in het ziekenhuis nu dus weinig meer te zien. Alleen de muren in de gangen vallen nog op. Beplakt met honderden A4’tjes vol aanmoedigingen, die ze nog maar even laten hangen. Ter nagedachtenis aan een ongelooflijke tijd.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden