Twee levens die elkaar belichten

Twee levens, twee steden, twee perioden in de geschiedenis. De Oostenrijkse schrijver Robert Menasse laat ze elkaar spiegelen in zijn nieuwe roman Die Vertreibung aus der Hölle....

SOMS ONTVOUWT een boek, een verhaal, zich vanuit zijn eerste zin. Ulysses van James Joyce is zo'n boek. Als een symfonie: in de eerste maten, in de eerste regels, worden het thema en de toonsoort gegeven. Voor de duur van het stuk of het boek is het er; het wordt uitgewerkt, het volgt een verrassende ontwikkeling, er duiken nieuwe motieven in op, nieuwe instrumenten of nieuwe personages komen tot leven, maar dat alles blijft ondergeschikt aan die eerste klap. Het kunstwerk is er ineens en het staat, 'als een huis', zegt men, al verliest dat beeld aan kracht nu huizen korter leven dan mensen. Die symfonie en dat boek, beide zo streng en vindingrijk gecomponeerd, wens je een langer leven toe.

Soms ontleent een boek zijn betekenis aan zijn allerlaatste zin; Honderd jaar eenzaamheid van Gabriel García Marquez is zo'n boek. Die slotzin is de bekroning van alles wat eraan vooraf ging, maar is er ook de rechtvaardiging van. Alles valt op zijn plaats. Alle zinnen, alle verhalen, de zijlijnen, de hoofdlijnen, ze lijken maar één doel te dienen: die slotzin. In dwingende vaart gaat het daar op af.

In beide gevallen weet je dat er iets aan de werkelijkheid is toegevoegd, maar vooral ook aan jouw beleving van de werkelijkheid. Iets dat er tot dusverre niet was, is er ineens - en het is niet meer weg te denken. Je kan je de werkelijkheid, jouw werkelijkheid, niet meer voorstellen zonder. De stilte van de wereld voor Bach heeft de Zweedse dichter Lars Gustafsson dat genoemd. Die wereld is inderdaad onvoorstelbaar, ijzingwekkend stil.

De nieuwe roman van de Oostenrijkse schrijver Robert Menasse, Die Vertreibung aus der Hölle, voltrekt zich tussen een openingsscène en een slotzin. Nu geldt dat voor ieder boek, sommige experimentele romans daar gelaten, maar het bijzondere is, dat die openingsscène werkt als zo'n alles beheersende openingszin en die slotzin er niet een is waar dwingend op af werd gewerkt, maar er tegelijkertijd een klap vanuit gaat waarvan de trilling met terugwerkende kracht tot aan de eerste regel van het boek voelbaar is.

Robert Menasse heeft, met andere woorden, scherp in de gaten hoe je streng en vindingrijk een boek schrijft waarin gewoekerd wordt met één thema binnen één toonsoort - én hij weet dat je dat niet moet doen op een manier waarop een andere grote schrijver dat al eens heeft gedaan. Hij heeft, kortom, met grote begaafdheid en luciditeit een oorspronkelijk boek geschreven, een boek dat staat als een degelijk negentiende-eeuws huis, van alle eigentijdse gemakken voorzien.

En wat voor een huis, wat voor een boek!

Die Vertreibung aus der Hölle is een dubbelverhaal, een dubbele biografie of misschien een autobiografie vermengd met een biografie. Soms verspringt het per alinea van het ene verhaal in het andere, soms wisselen langere hoofdstukken elkaar af, soms gaat het maar om een zin. Door dat verspringen, dat Robert Menasse moeiteloos afgaat - hij is als schrijver een groot vakman, maar dat wisten we al van zijn eerdere romans -, ontstaat een versterking. De schrijver is op zoek naar de parallellie tussen twee levens of liever gezegd: die parallellie dient zich aan, dringt zich soms op. Door je in het ene leven te verdiepen, begrijp je het andere beter, door dat begrip van het andere leven neemt ook het inzicht in dat eerste leven weer toe.

Het is een van de redenen waarom de biografie in onze tijd de functie heeft overgenomen van de vroegere heiligenlevens, wij meten ons aan onze helden. Plutarchus demonstreerde, met zijn Parallelle levens, hoe vruchtbaar de vergelijking van twee levensverhalen binnen een dubbelbiografie is.

Bij Robert Menasse zijn dat de geschiedenis van Menasseh ben Israel, de Portugese jood uit een familie van maranen die aan het begin van de zeventiende eeuw in Amsterdam belandde en daar een vooraanstaand theoloog, rabbijn, geleerde, schrijver en zelfs uitgever en boekdrukker werd, en het levensverhaal van Viktor Abravanel, een Weense jongen, geboren in 1955 uit mensen die worstelden met hun aandeel in de geschiedenis van de holocaust, opgegroeid tijdens de turbulente jaren zestig en zeventig. Robert Menasse, Menasseh ben Israel, de rabbijn wiens vrouw een Abravanel was: je ziet hoe hij op het idee gekomen is.

Het is een gevaarlijk idee, zeker voor wie bedenkt welke weinig ontspannen omgangsvormen Oostenrijkse schrijvers er de afgelopen halve eeuw met hun vaderland op na houden - en welke moeite dat vaderland met zijn eigen geschiedenis van iets langer dan een halve eeuw terug heeft. Robert Menasse, van joodse afkomst, schreef daar enkele jaren geleden al eens een pittig essay over, Land ohne Eigenschaften, en toen Jörg Haider er de leiding over nam, heeft hij zich ook niet onbetuigd gelaten.

In de allereerste scène van Die Vertreibung aus der Hölle zijn we getuige van een bizar en huiveringwekkend tafereel: er wordt een zwarte kat begraven, gekruisigd als Christus, opgebaard in een kist. De plaats van handeling is een stadje in Portugal aan het begin van de zeventiende eeuw, de verslaggever is het kind Menasseh ben Israel, dan nog 'Manuel' genoemd, verbastering van het oudtestamentische Samuel, maar in het vehement antisemitische Portugal passabel omdat die naam evenzeer naar de mythische koning van dat land kan verwijzen. De terreurwetten tegen de joden zijn erger dan beestachtig, de praktijken van de inquisitie tarten iedere beschrijving.

Daar begint een verhaal van vervolging, onderduik en vlucht, dat pas in de twintigste eeuw, tijdens de nazi-tijd, een parallel zal krijgen. Dat verhaal domineert de eerste helft van het boek, of liever gezegd: de helft van de eerste helft.

Want de tweede helft is Viktor Abravanels verhaal - en opnieuw: wat een listig gekozen naam, Viktor, wat een bravoure, wat een uitdaging, want wie ter wereld zou verzinnen dat hier iets te winnen valt? Viktor gaat, eerste parallel-scène, naar de reünie van zijn middelbare school, in het Wenen, het Oostenrijk van nu. De klasgenoten zijn inmiddels van middelbare leeftijd, zijn min of meer gearriveerd, en zij hebben een avond in een restaurant belegd waarbij ook hun vroegere leraren, voor zover nog in leven, zullen aanzitten. De oud-rector opent het diner en verzoekt iedereen ombeurten, bij wijze van tafelrede, iets over zijn eigen leven te vertellen. Men is voor in de veertig, de kaarten zijn geschud.

Enfin, de bekende verhalen over baan, vrouw of man, kinderen, ouders nog kwiek of juist al begraven, succes voor een droom, een compromis voor een illusie. Viktor spreekt als vierde. Hij heeft filosofie en geschiedenis gestudeerd en werkt als historicus, specialisatie de vroeg-moderne tijd, de tijd van Menasseh ben Israel zeg maar. Hij wil iets zeggen over de invloed van de geschiedenis op het heden, op ons, want dat is de enige rechtvaardiging voor de studie van de geschiedenis. Wie zijn wij, waar komen wij vandaan - wie hebben ons gevormd, waar kwamen zij vandaan? En hij tovert een lijstje uit zijn zak waarop hij de NSDAP-lidmaatschapsnummers van zijn vroegere leraren heeft genoteerd.

Dat leest hij voor.

Tumult, woede. De leraren en de leerlingen verlaten tierend het restaurant, op één na, het meisje voor wie Viktor vroeger al een zwak had. Zodra zij van de schrik en de eerste zenuwlach zijn bijgekomen, komen de obers met de soep binnen: dertig borden. De twee besluiten het volledige diner, dertig couverts, te laten aanrukken en de avond samen door te brengen.

En het verhaal springt terug naar Portugal, begin zeventiende eeuw, andere maaltijd, andere conversatie, andere zorgen. Een kind begrijpt dat het gaat wrikken met dat 'anders' - en dat zal een boeklang zo blijven. Opleiding wordt vergeleken met opleiding, ambitie met ambitie, geschiedenis met geschiedenis, en ja, dat is de geschiedenis van het Portugese en katholieke antisemitisme met het Oostenrijkse van de nazi's. Niet dat Robert Menasse dat ooit uitspreekt, maar wie een verhaal naast een verhaal legt, zoekt onwillekeurig naar de overeenkomsten en de verschillen.

Aanvankelijk bewerkstelligt dat ongeloof en verbijstering: Oostenrijks Vergangenheitsbewältigung uit de jaren zeventig is geen Portugese pogrom uit de zestiende, zeventiende eeuw. Maar omdat Robert Menasse zo geestig is - hoe lang is het geleden dat je om een boek van een Oostenrijkse schrijver zo luidkeels kon schaterlachen? - en tegelijkertijd zo onweerstaanbaar goed en scherpzinnig kan schrijven, wordt de vergelijking interferentie.

Het gaat om de omgang met de geschiedenis, de geschiedenis als eindpunt van een lange ontwikkeling, als slotsom die tot apathie leidt, of de geschiedenis als verwachting van iets anders, iets vitaals, iets nieuws. Naast de verlamming in het Oostenrijk van de jaren zeventig en negentig van de twintigste eeuw, wordt de hoop van Amsterdam aan het begin van de zeventiende eeuw geplaatst. Geschiedenis is wat je er van maakt, a good guess - het verleden zelf is in duisternis gehuld, en im Dunklen ist alles vorstellbar.

Zelden heeft iemand zo scherp opgeschreven wat de jaren zeventig betekenden, de jaren van Viktors universitaire vorming, de jaren waarin van de toekomst gedroomd werd, maar met het verleden geworsteld. Zelden heeft iemand ook zo goed weten op te roepen in welke wereld Spinoza opgroeide - Menasseh ben Israel was zijn leraar - en waarin de vitaliteit van een cultuur schuilt. Zelden heeft iemand ook zo goed begrepen wat 'opgroeien' en 'vaderland' betekenen.

Dat Robert Menasse een belangrijk schrijver is, wisten we al sinds zijn vorige romans: Bar Hopeloos en Zalige tijden, breekbare wereld werden beide ook in het Nederlands uitgebracht. Maar dat hij zo goed, zo streng en zo scherpzinnig zou zijn dat je Die Vertreibung aus der Hölle dichtslaat en meteen je vrienden moet bellen om hen te verwittigen, is een onvergetelijke verrassing.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden