Twee-eenheid tot het sterfbed met een passie voor planten

Het eeuwig leven: Cécile Lapré 1936-2017, Piet Kuiper 1934-2017

Bij de Nederlandse Jeugdbond voor Natuurstudie leerden ze elkaar kennen en na een gelukkig huwelijk van bijna 60 jaar stapten ze samen uit het leven.

Piet Kuiper en Cécile Lapré

De echtelijke ruzies tussen veldbioloog Piet Kuiper en socioloog/botanicus Cécile Lapré bleven beperkt tot de Latijnse namen van grassprieten die ze in de natuur tegenkwamen, zo herinnert hun dochter Roos Kuiper zich. 'Als we met het gezin wandelden, stonden ze tot ergernis van ons kinderen om de paar passen stil voor een discussie over wat daar nu weer groeide en bloeide.'

De twee hielden zielsveel van elkaar en vormden een eenheid. Hij was hoogleraar plantenfysiologie in Groningen, zij was socioloog en botanicus. 'Mijn vader was trots op het werk van mijn moeder. Als hij studenten beelden toonde van planten dook er altijd wel een foto op van mijn moeder.'

Deze twee-eenheid zetten ze voort tot en met het moment van sterven. Op 10 december stapten ze samen uit het leven, omdat het in hun ogen was voltooid. Ze voelden zich oud, er kwamen kwaaltjes en het wereldje om hen heen werd steeds kleiner. Ze wilden niet naar een verzorgingstehuis.

Piet Kuiper werd geboren in Hoorn. Toe hij nog jong was verhuisde het gezin van vier kinderen naar Alkmaar, waar Piet lange wandeltochten maakte naar Egmond en Bergen. Vanaf zijn 7de verzamelde hij planten en paddestoelen. Na de oorlog besloot zijn vader, die als ambtenaar voor een landbouworganisatie werkte, naar Wageningen te gaan, zodat alle kinderen de kans kregen daar aan de Landbouwhogeschool te studeren. Piet was toen al lid van de Nederlandse Jeugdbond voor Natuurstudie (NJN), waarin hij actief was in de plantensociologische werkgroep. Op zijn 16de ontdekte hij een tolzwam waarvan de soortnaam pas vele decennia later werd vastgesteld.

Bij de NJN leerde hij Cécile Lapré kennen, die in Djokjakarta was geboren en in 1947 in Nederland was gekomen om met haar gezin, dat tijdens de Japanse bezetting uiteen was gevallen, te worden herenigd. Ze had de middelbare tuinbouwschool gedaan en deelde Piets liefde voor planten.

Ze trouwden. Nadat Piet Kuiper in 1958 de graad van ingenieur in de tuinbouwteelt had behaald en drie jaar later was gepromoveerd op een onderzoek naar omgevingsfactoren op de verdamping bij planten, zouden ze samen naar de Verenigde Staten gaan, waar ze eerst in Connecticut aan de oostkust woonden en later in Californië aan de westkust. Hij deed in Californië onderzoek naar planten die goed zouden kunnen gedijen in een woestijnklimaat.

In 1974 werd Kuiper hoogleraar in Groningen en ging het gezin in het nabij gelegen Haren wonen. 'Het was een links intellectueel nest. Mijn moeder was zeer actief in Man Vrouw Maatschappij en voor de oprichting van een crèche. Na haar 40ste ging ze sociologie studeren. En ze ging in haar eentje naar Papoea Nieuw-Guinea voor de studie van tropische planten.

Piet Kuiper leidde bij de universiteit het zogenoemde Plantago-project, een onderzoek naar de invloed van stressfactoren - zout, vorst en droogte - op commerciële planten zoals de tomaat. Ook was hij betrokken bij onderzoek naar de effecten van luchtverontreiniging op wilde planten. Met zijn Leerboek der plantenfysiologie werd een hele generatie biologen opgeleid. 'En als paddestoelendeskundige werd hij nogal eens opgeroepen als er iemand met een vergiftiging in het ziekenhuis belandde', zegt Roos Kuiper.

Ze waren al heel lang overtuigd hun eigen leven niet eindeloos te rekken. Ze waren lid van de Vereniging voor Vrijwillige Euthanasie (NVVE). In 1996 leidden ze zelfs een keer een opstand binnen de vereniging toen er een ontwerpwet werd gepubliceerd zonder ruggespraak met de leden.

Meer over