Twaalf provincies, twaalf maanden: een jaar lang wandelend door Nederland

Verslaggever Caspar Janssen schrijft vanaf dinsdag een dagelijkse rubriek, waarin hij al wandelend minutieus het landschap van Nederland in kaart gaat brengen - en alles wat daarmee aan de hand is.

null Beeld Studio V met dank aan Frank Broos
Beeld Studio V met dank aan Frank Broos

Lampen uit, verwarming uit, rugzak op, verrekijker om, regenjas aan. Een laatste blik vanaf het balkon in de binnentuin. Het is geen ideale dag. Het is fris en het regent licht. De magnolia bij de benedenburen staat nog in bloei, maar de blauwe regen om de balkonreling treuzelt, terwijl het toch al begin mei is. Het is een lente van horten en stoten.

Genoeg getreuzeld. Op weg. Ik ga door Nederland lopen. Een jaar lang. Twaalf provincies in twaalf maanden. Vanuit mijn huis in Amsterdam, via Noord-Holland naar Friesland, Groningen, Drenthe en zo verder. Ik ga er korte stukjes over schrijven, op alle doordeweekse dagen. Over dotterbloemen en paardebloemen, over tureluur en tapuit, over heggen, hagen, holle wegen, wallen, sloten, beken en kreken, over landschap, over mensen.

Je kunt vast diepgravende gedachten en grote woorden formuleren over het waarom van deze expeditie. Maar kortweg kan ik zeggen dat lopen de beste methode is om grip te krijgen op de omgeving. Nog beter is stilstaan - en ook dat ga ik doen. Ik leerde in de afgelopen jaren van alles over natuurbeleid, over ecologische processen, over natuurnetwerken in de maak, over doelsoorten, biotopen en ecosystemen. Ik ontwikkelde ook meningen, die ik opschreef. Ik leerde van alles over de biologie van, pakweg, het bont zandoogje en de grote modderkruiper, over de fnuikende invloed van ammoniak en bestrijdingsmiddelen op de natuur. Maar ik stond vervolgens naar speenkruid te kijken zonder te weten dat het speenkruid was. Of ik probeerde te midden van een vogelconcert vergeefs de bijpassende soorten voor me te zien. Op macroniveau wist ik van alles, maar op microniveau minder.

Dynamisch decor

Een stap terug zetten, opnieuw leren kijken, observeren, verwonderen, dat is het devies. Ik wil leren hoe dat ideale weiland er dan uitziet, ik wil leren over de duinparelmoervlinder, ik wil de zwartkop leren herkennen aan zijn zang, ik wil beschrijven hoe het landschap verandert. En vragen stellen: waarom mogen beekjes weer kronkelen, waarom verdwijnen insecten, regenwormen en weidevogels, waarom zijn windmolens lelijk, of soms juist mooi? Onderweg spreek ik af met mensen die iets weten van bosmieren, orchideeën of van paddenstoelen. Af en toe sla ik een zijpad in, of stap ik bij iemand in de auto die mij iets kan laten zien in de buurt. En verder is het project nog ongewis. Want je weet nooit wat je tegenkomt. O ja, het is ook nadrukkelijk de bedoeling om onze cultuurnatuur te ondergaan, te beleven, en niet alleen maar te analyseren en te problematiseren.

De Japanse kers voor mijn huis in de Amsterdamse Rivierenbuurt is al bijna uitgebloeid, in het kanaal dobbert het vaste paartje nijlganzen en het vaste paartje futen, langs de kant zie ik vier wilde eenden, nog zonder kuikens. Onwennig. Raar ook, met die rugzak en die verrekijker in je eigen stad. In mijn jaszakken zitten een routebeschrijving, kaarten, een nieuwe telefoon, een dictafoon. Wat spreek je in? Wat fotografeer je? Je kunt natuurlijk ook niet bij elk plantje blijven stilstaan als je 20 kilometer per dag wilt afleggen. Toch wil ik nadrukkelijk proberen om de natuur niet alleen als decor te zien. Want dat is de natuur niet, een decor, elk bosje, elk plasje,elke plant en elk dier heeft een eigen dynamiek, een eigen leven, een eigen dramatiek. Het decor moet dus ook op papier tot leven komen.

Reisbenodigdheden

Rugzak, verrekijker (8x32), regenjack, soort van wandelbroek, maar geen afritsbroek, lichtgewicht trui, maar geen fleece, pet, wat andere kleren, zakmes, thermoskannetje koffie, repen muesli en chocolade, krentenbollen, bananen, flesje water, mobiele telefoon, oplader, toetsenbordje (aan te sluiten op de telefoon), dictafoon, batterijtjes, uitgeprinte routekaarten, wandelkaarten, agenda, miniparaplu, tandpasta en tandenborstel, tekentangetje, schaartje, schrijfblokjes, pen, portemonnee, zonnebrandolie, anti-muggenspray, blarenpleisters en wandelschoenen natuurlijk.

Veranderend landschap

Daarnaast - grote woorden - wil ik in die twaalf maanden, in die twaalf provincies, het veranderende landschap beschrijven. Vorige maand zat ik in een bus in Friesland, in het kader van een excursie over 'landschapspijn'. Een inderdaad weinig vrolijk stemmend tochtje door een, zoals dat in jargon heet, uitgekleed landschap, uitgestrekte graslanden die letterlijk vogelvrij waren. Maar we stopten ook bij een aantal boeren die nog wel grutto's, kieviten, scholeksters en veldleeuweriken op hun land hadden, op microniveau leek het soms mee te vallen - en stuitte je op de dilemma's van de boeren.

Vorige week zat ik in de trein naar het zuiden. Het ging langs lange linten van nieuwbouwwijken en bedrijventerreinen, en dan, strak afgebakend, vlakten met pas gemaaide weilanden. Met daartussen dan opeens een paar nog niet gemaaide landjes, waar ik wel insecten en vogels vermoedde. Daar, naar wat daarachter zat, ben ik benieuwd. Even verderop, bij Zaltbommel, staken we de Waal over en, bij Hedel, de Maas. Ik keek uit op de nieuwe natuur langs de rivieren, zelfs vanuit de trein zag ik de pracht van de meidoorns in volle bloei. Ook een mooie afgebakende functie, die riviernatuur.

Ik ben gek van planologie, en de planologie in Nederland is fascinerend. Er is een infrastructuur voor alles, voor elke functie, en het gaat van snel naar langzaam. Vliegroutes, snelwegen, waterwegen, alle andere wegen, spoorlijnen, fietspaden, wandelpaden. De enige infrastructuur die gaten vertoont, is die van de natuur. Daar hebben we de rest op gebouwd of doorheen gelegd. En met veel moeite proberen we die snippers natuur nu weer te verbinden.

Die onaffe groene route, die van de laagste snelheid, wil ik gaan lopen. Ik wil zien waar het hapert en waar het nog of weer mooi is. Er zit ongetwijfeld ook een psychologisch element in deze missie. En een romantisch element. Inderdaad denk ik dat er allerlei oplossingen schuilen in langzamer leven. 'Ik ga gewoon een jaar door Nederland lopen, want wie wil dat nou niet?', zo zou ik dit project ook kunnen motiveren. En dan 's avonds ergens aanleggen, in een hotel, pension, B&B, op een camping of bij kennissen in het land. Er zitten wel grenzen aan de zwerversromantiek; om de paar dagen ga ik weer een paar dagen naar huis, vanwege mijn gezin, en om stukjes te schrijven. En daarna loop ik verder vanaf het punt waar ik gebleven was. Al zal ik ook stukken overslaan, want Nederland is, gezien vanuit het wandelaarsperspectief, enorm groot. Er moeten dus harde keuzen worden gemaakt.

Ik loop het Vondelpark in, het officiële beginpunt van mijn reis, bekend terrein nog. Ik noteer alvast: boomkruiper, onder een nestkastje in een populier. Dinsdag begint het echt.

Tips of suggesties: c.janssen@volkskrant.nl

Week 2:

Week 3

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden