Twaalf burgers geven het recht menselijkheid

Wie in Groot-Brittannië aan de juryrechtspraak probeert te morrelen, stuit op een golf van protest. Want jury's doen hun werk serieus en grondig. En, bovenal, ze brengen democratie in de rechtspraak.

Nog altijd weigert hij over de zaak te praten, al is het vijftien jaar geleden. 'Dat hoort nu eenmaal niet', zegt John MacKinnon. Ook na enkele glazen bier houdt hij dat vol. Als 'gewone burger' werd hij destijds opgeroepen zitting te nemen in een jury - een vorm van maatschappelijke dienstplicht die hij als een eer zag: 'Ik keek altijd met een zekere jaloezie naar mensen die dat hadden gedaan. Het is een overgangsritueel: als burger moet je het tenminste één keer in je leven hebben gedaan.'


De beginnende vijftiger MacKinnon, een licht excentrieke Brit met een kostschoolverleden op Eton die zich tegenwoordig schrijver noemt, staat kritisch tegenover het strafrechtsysteem. Hij hekelt de hoge straffen. Maar voor het jurystelsel maakt hij een uitzondering, zeker na zijn praktijkervaring. 'Ik vond dat mijn medejuryleden heel serieus en verantwoordelijk met hun taak omgingen.' Als voordeel ten opzichte van 'het continentale systeem' noemt hij 'meer medemenselijkheid' ten opzichte van de verdachte. 'In mijn jury zaten enkele mensen die zelf ook weleens een puinhoop van hun leven hadden gemaakt. Zij waren er goed in de verdachte als mens te zien.' Ook is hij ervan overtuigd dat het jurysysteem de waarheidsvinding ten goede komt: 'Vierentwintig ogen zien nu eenmaal meer dan twee ogen.'


Hoe diepgaand die waarheidsvinding bij een Brits strafproces is, blijkt op een doordeweekse dinsdag in Snaresbrook Crown Court, in het noord-oosten van Londen. In dit gebouw uit de 19de eeuw, waar vroeger duizenden weeskinderen woonden, kunnen twintig rechtszaken tegelijk worden gedraaid, goed voor 240 juryleden. In zaal 3 zitten er twaalf ingespannen te turen naar tv-schermen. Daarop worden beelden van veiligheidscamera's van een Londense pub vertoond. Beeldje voor beeldje kijken zij naar een knokpartij tussen twee Ierse families van 'travellers', met caravans rondreizende gezinnen.


Een van hen is Charlie, een stevige dertiger die niet kan lezen of schrijven. Hij staat in de getuigenbank en beschuldigt achterneef Patrick ervan hem tijdens de knokpartij met een mes in zijn rug te hebben gestoken. 'Patrick riep: 'I've cut him'', zo herhaalt hij voortdurend. Patricks advocaat poogt ondertussen bij de jury twijfel te wekken over Charlie. Die heeft niet met eigen ogen gezien dat Patrick hem stak en liep zelf met een metalen staaf rond. Charlie zou eropuit zijn om zijn jarenlange vete met zijn achterneef te beslechten, zo suggereert de advocaat.


Voor Patrick staat er veel op het spel, want hij riskeert acht jaar cel. De zes vrouwen en zes mannen van de jury, zo op het oog een willekeurige selectie uit een winkelstraat met enkele huisvrouwen, een student, een gepensioneerde, een secretaresse en een schoonmaker, nemen hun taak serieus - het eindeloos voor- en achteruitspoelen van de camerabeelden blijft hun aandacht houden.


'Jury's doen hun werk grondig en verantwoordelijk', stelt sociaal advocaat Dermot Keating, die een van de Ierse verdachten verdedigt. 'In mijn vijftien jaar als advocaat heb ik de jury in de meeste gevallen de goede beslissing zien nemen.' Die gaat maar over één vraag: schuld of onschuld van de verdachte. Over de strafmaat gaan burgers niet, die is aan de rechter. 'Je ziet juryleden nog weleens schrikken bij het horen van de hoogte van de straf', vertelt Keating. 'Laatst nog, toen iemand vijf jaar kreeg, omdat hij een stukje oor had afgebeten.' Hij is trots op het jurystelsel: 'Het is een van de beste exportproducten van ons land.' De VS, Australië en Nieuw-Zeeland hebben het voorbeeld gevolgd om, zoals het compact wordt geformuleerd, een verdachte 'te laten beoordelen door zijn gelijken'.


Maar wat is daar zo goed aan? Die sceptische vraag kreeg Keating herhaaldelijk voorgelegd, toen hij in Den Haag met Nederlandse collega's over het jurystelsel discussieerde. 'Zij hielden mij vol onbegrip voor: hoe kun je het nu overlaten aan mensen die er geen verstand van hebben? Dan bracht ik daar tegenin: 'Om vast te stellen wat er is gebeurd, of iemand schuldig is of niet, heb je helemaal geen juridische kennis nodig. Er is geen reden waarom een rechter dat beter zou kunnen.'' Een jury kan het zelfs beter, meent de advocaat, want de alleen opererende rechter loopt het risico 'cynisch te worden, omdat hij jaar in jaar uit dezelfde soort excuses hoort'.


Britse juristen voeren daarnaast een principieel argument aan. In een democratie is er geen goede reden om twee van de drie machten, de wetgevende en de uitvoerende, wel democratisch vorm te geven, maar de rechterlijke macht uit te zonderen. Via juryrechtspraak democratiseer je ook die macht. Bovendien valt zo het probleem te ondervangen van de kloof tussen wat rechters doen en wat de bevolking vindt. Geef burgers een actieve rol en de legitimatie van de rechterlijke macht wordt vergroot, zo luidt de redenering.


In Gray's Inn, al sinds de 14de eeuw een werkterrein voor advocaten in hartje Londen, legt Joshua Rozenberg op die democratische functie de nadruk. De jurist die als de bekendste juridische commentator van zijn land geldt dankzij zijn BBC-programma Law in Action, schudt de oneliners uit zijn mouw: 'Jury's zijn een teken van democratie en een gevolg ervan. Ze functioneren, om Lord Devlin te citeren, als een mini-parlement.' En nog een mooie van hem: juryrechtspraak is 'de lamp die toont dat vrijheid leeft'.


Maar welk verband is er tussen jury's en vrijheid? 'Stel dat het politiek mis gaat en een Britse regering discriminerende wetten zou invoeren. Officieren van justitie en rechters zouden door zo'n regering in het gareel kunnen worden gedwongen. Maar het hele volk kun je niet onder controle krijgen. Via jury's is verzet tegen die wetten mogelijk.' Maar riskeren jury's niet het gesundes Volksempfinden, de gezonde volkswil, te vertolken ten koste van minderheden? Daar blijkt niets van in de praktijk, antwoordt Rozenberg. Die sceptische kijk op jury's is hem ten enenmale vreemd. 'Misschien is het verschil met Nederland dat ons land nooit bezet is geweest. Wij zien de jury juist als een democratisch instituut. Het maakt deel uit van onze nationale identiteit en geniet een groot vertrouwen. Dat merk je iedere keer zodra iemand een poging doet eraan te morrelen. Dan volgt grote publieke verontwaardiging.'


Vorige maand overkwam dat de hoogste rechter van het land, Lord Thomas of Cwmgiedd. De bezuinigingen van de regering-Cameron doen het justitieel budget met eenderde krimpen. Dat zou volgens de opperrechter gevolgen moeten hebben voor juryrechtspraak. Want die is nu eenmaal duur. Thomas suggereerde dat de 'ernstige fraudezaken' voortaan zonder jury's kunnen. Die zijn moeilijk te volgen en kunnen maanden duren, met alle kosten die daarbij horen.


Niet alleen moet aan twaalf juryleden een dagvergoeding worden betaald, maar ook zijn zij weg van hun baan. Bovendien duren processen met jury veel langer in vergelijking met Nederland. Daarin is sprake van een 'dossierproces' waarbij veel waarheidsvinding voorafgaand wordt gedaan en de getuigenverklaringen op papier staan. In het Britse stelsel domineert het onmiddellijkheidsbeginsel: de jury krijgt ter plekke al het bewijsmateriaal gepresenteerd en dat wordt minutieus doorgevlooid, zoals bleek bij de camerabeelden van een pubgevecht. Officieren en advocaten krijgen uitgebreid de kans om de jury te overtuigen - anders dan de Nederlandse rechter stelt zijn Britse collega zich passief op en begeleidt hij vooral de jury. Goed voor de waarheidsvinding, maar wel tijdrovend en dus kostbaar.


Lord Thomas dacht die kosten te kunnen drukken, maar kreeg een storm van kritiek over zich heen. Joshua Rozenberg is het met de critici eens. Hij denkt dat de voorgestelde bezuinigingen niet zoveel zouden opleveren. Het verlies aan 'menselijkheid' en 'gezond verstand' waar juryrechtspraak zo goed in is, is groter dan de winst, denkt hij. Emeritus-hoogleraar Michael Zander is het daarmee eens. Hij heeft al heel wat van dit soort voorstellen voorbij zien komen, 'maar ze leggen het altijd af tegen de publieke verontwaardiging. Er is geen politiek draagvlak voor inperking.'


Ook de sociale media zullen het jurystelsel niet klein krijgen, zo verwacht hij. Juryleden die twitteren en op internet zelf op onderzoek uitgaan naar de achtergronden van de verdachte, vormen een moderne bedreiging voor het systeem. Want een fundament daarvan is dat alleen wat in de rechtszaal wordt gezegd, mee mag tellen bij de beoordeling. Daarom is het tegenwoordig zelfs een misdaad je als jurylid te informeren. Een universiteitsmedewerkster die dat toch deed en met haar internetwijsheden andere juryleden wilde beïnvloeden, kreeg onlangs zelfs zes maanden gevangenisstraf.


De angst voor zo'n celstraf zou het publiek afkerig kunnen maken van het jurystelsel, zo suggereren sommige commentatoren. Zander gelooft er niets van. 'Dit gaat echt om uitzonderingen, er zullen heus niet veel mensen de cel in moeten. Het systeem bestaat al eeuwen en zal ook dit overleven. De consensus in dit land blijft dat twaalf burgers beter kunnen uitmaken wie de waarheid vertelt dan een of drie rechters.'


Britse juryrechtspraak: voorbeeld voor Nederland?

'JUIST D66 MOET DIT OP DE AGENDA ZETTEN'

Wouter van den Bergh, voormalig strafrechter in Amsterdam: 'Overal waar in Europa strafjury's functioneren, is men er tevreden over en er zelfs trots op. De Britse bevindingen bevestigen de argumenten waarmee ik jurystrafrechtspraak voor Nederland propageer: de democratiegedachte, burgerplicht en het vermogen van doorsneeburgers om in een collectief verband tot verantwoorde oordelen te komen. Juryoordelen geven de strafrechtspraak grotere maatschappelijke legitimatie en meer draagvlak dan rechtspraak door professionals. D66, toch dé democratiseringspartij, zou het initiatief moeten nemen om het thema weer op de politieke agenda te zetten.'


Gerard Schouw, juridisch woordvoerder D66: 'Ik vind het wel spannend om erover na te denken, maar het rechtssysteem in Nederland kent een heel andere opzet en traditie. En die voldoet, ik heb niet de indruk dat er grote problemen zijn. Dwalingen zijn er altijd, maar ik heb niet de illusie dat die met een andere vorm van rechtspraak uit te bannen zijn. Ik denk dat we mogen uitgaan van de deskundigheid en kwaliteit van de Nederlandse rechtspraak.'


Jeroen Recourt, oud-rechter en juridisch woordvoerder PvdA: 'Het vertrouwen in de rechter in Nederland is enorm hoog, blijkt uit onderzoek van de Raad voor de Rechtspraak. Dus ik ervaar geen probleem. Het principiële argument dat je ook de rechterlijke macht zou moeten democratiseren via jury's vind ik niet overtuigend. We hebben nu al controle op de rechter via het hoger beroep en de gang naar de Hoge Raad. Verder ben ik bij juryrechtspraak een beetje angstig dat het te veel theater wordt. Ik heb liever dat advocaten hun pleidooien zakelijk houden.'


Marijke Malsch, onderzoeker aan het Nederlands Studiecentrum Criminaliteit en Rechtshandhaving (NSCR):


'Bijna alle Europese landen hebben lekenrechtspraak en men is er meestal tevreden over. Nederland vormt een uitzondering: men wil er niets van weten. Dat is spijtig, want er valt best wat van andere landen te leren. Door participatie van burgers kan rechtspraak begrijpelijker en toegankelijker worden. Dat kan de acceptatie ervan door het publiek vergroten. Ook voorkom je een te professionele rechtspraak waarbij rechters door hun routine te snel beslissen en daardoor mogelijk fouten maken.'


Michiel van Nispen, Tweede Kamerlid SP, justitiewoordvoerder: 'Wij vinden dat je beter op professionals kunt vertrouwen om vast te stellen of er van wettig en overtuigend bewijs sprake is. Bij jury's loop je toch het risico dat een advocaat met een tranentrekkend verhaal een jury op emotionele gronden weet mee te krijgen. Dat juryrechtspraak duurder is, vind ik minder belangrijk, maar speelt ook een rol om er tegen te zijn.'


Wat zijn de spelregels voor de Britse burger?

Jaarlijks dienen ongeveer 180 duizend Britten als jurylid. De spelregels zijn als volgt:


Een oproep tot jurylid op de deurmat verplicht tot komen. Tenzij je een geldig excuus hebt.


Een geboekte vakantie, een operatie of onmisbaarheid op het werk zijn geldige excuses. Maar ze geven je alleen tijdelijk uitstel.


De werkgever kan je doorbetalen, maar is niet verplicht. Justitie vergoedt 77 euro per dag voor de eerste elf dagen; 154 euro tot dag tweehonderd; 272 euro voor nog langere processen.


Gemiddeld ben je als jurylid tien dagen in touw; eindigt een proces na drie dagen dan volgt vaak een tweede.


Je mag alleen met andere juryleden over de zaak praten. Met familieleden of vrienden is dat verboden, ook na afloop van het proces. Wie het toch doet, riskeert gevangenisstraf.


Zelf onderzoek naar de verdachte op internet doen geldt als een misdrijf. Ook dan loop je het risico de cel in te gaan. Het oude adagium luidt: alleen wat in de rechtszaal is besproken, telt.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden