'Tv maken is verre van intiem'

Schrijven voor toneel is geen kunst, riep hij in een dronken bui. Doe het dan, reageerden collega's. En zo werd Frank Houtappels schrijver voor film (Ja Zuster, Nee Zuster), tv (Muizen) en toneel: vanavond gaat De Potvis in première....

Hij heeft ongelofelijk geboft. Vindt hij zelf. Op zijn achttiende speelde hij in de bovenzaal van de Stadsschouwburg, keek de grote zaal in en hoopte dat hij daar ooit zou staan. Een paar jaar later, direct na de Toneelschool, was het zo ver: een rol in een stuk van Paul Haenen. Zelf een toneelstuk schrijven? Iets voor de televisie doen? Hij had het nog niet bedacht of het gebeurde. Een filmscenario? Ja Zuster, Nee Zuster.

Frank Houtappels (34) is een van de meest productieve scriptschrijvers van ons land. Regelmatig levert hij scènes voor Klokhuis, hij schreef de serie Muizen van Carver die momenteel wordt uitgezonden, het scenario van Ja Zuster, Nee Zuster samen met Pieter Kramer, Hertenkamp met Joan Nederlof en intussen ook nog het een en ander voor het toneel. Vanavond gaat zijn nieuwste toneelstuk De Potvis in première.

Het begon indertijd als grap. 'Ik stond met de producenten van het stuk van Paul Haenen waar ik toen in speelde, op de Uitmarkt. Flink te drinken in de zon. Dronken riep ik dat het geen kunst was om een toneelstuk te schrijven. Zij riepen, doe het dan. Toen ben ik aan Voor de aspergetijd begonnen. Door toeval kwam dat in het Festival van het Ongespeelde Stuk, het won en werd gespeeld. Ik had meteen de smaak te pakken.'

Hij was opgeleid als acteur en het was een prettige bijkomstigheid dat hij door dat schrijven niet langer alleen aangewezen was op de telefoon. 'Dat wachten op werk is irritant. Ik wilde wel blijven spelen, maar langzamerhand is het steeds meer richting schrijven gegaan. En als ik nu auditie moet doen denk ik vaak, het komt me niet uit. Ik wil liever die film af hebben of dat toneelstuk. '

Werk genoeg. Na het scenario voor de film Ja Zuster, Nee Zuster, wachtte de televisiebewerking van Muizen voor Carver, een serie waarvan volgende week het laatste deel wordt uitgezonden. 'Carver begon eraan met het vooropgezette plan om het te laten uitmonden in een televisieserie. Ik vond de voorstelling een van de meest theatrale die Carver ooit had gemaakt en vroeg me meteen af hoe je hier in hemelsnaam vier delen televisie van moest maken. De eenvoud van de voorstelling raak je op tv sowieso kwijt.'

Hij heeft er een tweede voorstelling aan vastgeplakt: Ex, ook van Carver. 'Die leende zich meer voor televisie dan mensen die muizen spelen. Uiteindelijk zijn er veel muizenscènes in de montage gesneuveld, behalve de muis van René van 't Hof, die heeft een relatie met een mens. De rest van de muizen is naar de achtergrond verdwenen. Ze symboliseren een soort asielzoekersgezin dat zich in dat huis heeft genesteld.'

Schrijven voor televisie vindt hij een verre van intiem proces. 'Je zit met tien meningen en een enorm verschil in smaak zodat je moet opletten dat je niet op een slap compromis uitkomt. Er zou altijd iemand moeten zijn die het laatste woord heeft. Dat was bij Muizen te weinig aan de hand.' Bij Hertenkamp was dat anders, daar schreef hij samen met Joan Nederlof. 'Zij kon iets afschrijven waar ik niet meer aan toe kwam. Als ik dat terugzag wist ik vaak niet meer of het van mij was of van haar.'

Na het hectische werk voor de televisie verlangt hij weer naar rust. Dus naar het schrijven van een toneelstuk, waar zijn schrijfcarrière tenslotte mee begon. Zijn toneelstukken zijn altijd well-made. 'Met een begin, een midden, een eind en een aantal bedrijven. Ik gokte erop dat ik voor de grote zaal ging schrijven. Geen scheet laten in de kleine zaal. Dat deden anderen toen al, zo'n generatie jonge, wilde schrijvers zoals Oscar van Woensel. Daarmee voel ik me niet verwant. Wel met Paul Haenen of Kees van Kooten, die zitten in hetzelfde circuit.'

Over een stuk doet hij een paar maanden met een gemiddelde van vijf pagina's per dag. Soms zit hij vreselijk te lachen achter zijn computer. Maar een andere keer is het wroeten. 'Het is altijd heel fijn als je in een vroeg stadium een goed eind hebt. Dan weet je waar je naar toe werkt en kun je die personages lekker laten spartelen.'

Toen hij begon, was Tsjechov zijn grote voorbeeld. 'Ergens diep in de kast liggen er nog altijd een paar velletjes met een kitscherige poging om hem na te doen. Ibsen vertelt ook van die mooie, ronde verhalen. Coward vind ik een beetje tuttig, dat is de lach om de lach. Ik hoop dat de lach bij mij ondanks iets anders komt. Dat er een dramatisch gevoel onder zit.'

Dat is in elk geval zo bij De Potvis. Al zit hij tijdens de repetitie hartelijk te lachen om de acteurs, de voorstelling is zwaarder geworden dan hij dacht. 'Wat een eenzame mensen allemaal. Ik vroeg mezelf echt af hoe zwartgallig ik de laatste maanden tegen het leven heb aangekeken. Dat krijg je als een boemerang terug.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.