Tutut Soeharto gunt vader eerherstel

Er was genoeg mis in Indonesinder dictator Soeharto, maar de hervormingen na zijn val stemmen teleur. Soeharto's dochter Tutut mikt op kiezers die zich laten leiden door weemoed naar hoe het was....

'Leve pak Harto!' 'Leve vader Harto!' De kleine menigte op het sportveld van Batam heeft er geen moeite mee de naam van de voormalige dictator Soeharto te scanderen. De mensen juichen hartelijk als Soeharto's dochter Siti Hardiyanti Rukmana, beter bekend als 'mbak Tutut' ('zus Tutut'), de hartelijke groeten van haar vader overbrengt. Hun vuisten gaan zelfs omhoog als de vers geboren slogan van Tutut's politieke partij wordt geschreeuwd: 'antek Soeharto!': volgelingen van Soeharto, dat willen ze zijn.

Tutut Soeharto lijkt weer campagne te voeren voor haar vader, zoals zij dat vroeger deed toen hij nog president was en zij minister van Sociale Zaken. In een korte pauze tijdens de slopende campagnemarathon erkent ze inderdaad dat alles wat ze nu doet, gebeurt in naam van haar bejaarde vader. 'Ik wil zijn goede naam herstellen. Ik wil dat mijn vader de geschiedenis ingaat als de president die Indonesieeft opgebouwd, en dat hij niet louter wordt herinnerd om de dingen die hij verkeerd heeft gedaan.'

Tutut is presidentskandidaat voor de nieuwe Partai Karya Peduli Bangsa (PKPB), de 'partij die werk maakt van de zorg voor het volk'. Deze partij is vier jaar geleden opgericht door ex-generaal Hartono - voormalig minister van Defensie en opperbevelhebber van het leger - die daarvoor eerst de zegen van 'pak Harto' heeft gevraagd. Toen Tutut eind vorig jaar aankondigde dat zij presidentskandidaat van de partij zou zijn, leidde dat meteen tot een mediastorm.

Tutut's partij speelt in op wat in Indonesipottend 'SARS' is gedoopt: Sindrom Akut Rindu Soeharto, oftewel het akuut syndroom van hunkeren naar Soeharto. Vooral de arme plattelandsbevolking is de hervormingen sinds de val van Soeharto beu. Voor hen heeft de 'Reformasi' alleen geleid tot hogere prijzen voor eerste levensbehoeften (stroom en brandstof) terwijl de opbrengst van hun rijst is gekelderd. Indonesis er bovendien onder Megawati Soekarnoputri niet minder corrupt op geworden. Veel Indonesi denken daarom inderdaad met nostalgie terug naar de tijd dat zij zich geen zorgen hoefden te maken, de tijd van de Orde Baru, de 'Nieuwe Orde' van de in 1998 afgezette president Soeharto.

Op die mensen mikt Tutut's PKPB in haar campagne. Tutut stroopt het land af, deelt rijst en rupiah's uit en spreekt de mensen toe in naam van haar vader. De media volgen haar met argusogen. Zij doen hun best Tutut te bagatelliseren.

In opiniepeilingen komt de PKPB niet veel verder dan de kiesdrempel van drie procent, maar die peilingen zijn onbetrouwbaar, en niemand weet echt hoeveel mensen er bij de parlementsverkiezingen van 5 april op 'Soeharto' zullen stemmen. Tutut: 'Ik heb ergens gelezen dat 70 procent van de bevolking terugverlangt naar de Orde Baru. Wij zullen zien.'

Tutut houdt zich veelal zo ver mogelijk van het campagnegewoel, maar toont zich deze keer bereidt tot een kort interview. Allereerst wil zij een misverstand uit de weg ruimen: 'Het is niet zo dat wij de Orde Baru willen terugbrengen. Dat is onmogelijk. Wij leven in een tijd van hervormingen. Die kun je niet zomaar meer terugdraaien. Wat wij willen is, dat alleen de goede kanten van de Orde Baru terugkomen.' Zij somt die goede kanten op: 'Veiligheid, zorg voor de armen, stabiliteit. . . O ja, en onderwijs, gezondheidszorg...'

Wat was er mer goed onder uw vader?

Zij kijkt naar de grond en haar antwoord komt aarzelend: 'De democratie. De democratie was minder goed geregeld. Nu is die in heldere regels en wetten vastgelegd. De democratie ligt vast verankerd. Maar wij moeten waken over de stabiliteit van het land. De eenheid van Indonesitaat voorop. In alle landen is het toch zo dat als er iets gebeurt zoals in Atjeh, als een regio zich wil afscheiden, dat daartegen wordt opgetreden? Daar moet je toch een einde aan maken? Zoiets mag je niet goedkeuren.'

Honderdduizenden mensen zijn onder uw vader verdwenen, vermoord, of zonder vorm van proces opgesloten.

Opnieuw blijft het even stil. 'Verdwenen. . . Ach. . . Hoe vaak hoor je niet dat kinderen verdwijnen. Dat wil ook niet meteen zeggen dat zij zijn ontvoerd. . . Vaak blijken zij gewoon te zijn weggelopen. . .'

En al die mensen dan, die 'door onbekenden' zijn doodgeschoten?

Zij probeert een antwoord te ontwijken. Dan mompelt zij: 'Dat waren slechte mensen. . . Er zijn ook geen bewijzen, voor wat er precies is gebeurd. . .' Zij houdt er zichtbaar niet van over deze kant van haar vader te spreken. 'Als ik eerlijk ben, moet ik u zeggen dat er in de tijd van de Nederlanders hier ook veel schendingen van mensenrechten zijn geweest. Wij zijn daar altijd realistisch in geweest en maakten daar nooit een probleem van. Die dingen zijn gebeurd, het is verleden tijd. Wij moeten nu aan de toekomst denken.'

Die toekomst is vooralsnog donker: 'Eigenlijk hoef ik niet zo nodig president te worden. Hartono heeft mij lid gemaakt. Mensen moeten ook niet van mij verwachten dat ik hetzelfde kan als mijn vader. Ik heb natuurlijk veel van hem geleerd, maar hij is zo veel groter, zo veel beter dan ik.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden