Tutsi-rebellen belegeren Goma

Terwijl de ogen van de wereld gericht zijn op het Midden-Oosten gaat de oorlog in Oost-Congo in alle hevigheid door. Het rebellenleger M-23 staat voor de poort van Goma.

VAN ONZE CORRESPONDENT

GOMA - 'Kom', zegt kolonel Yav, 'ik ga eens aan de slag.' Hij neemt een laatste hap van zijn omelet, veegt de mond af, haalt de baret uit zijn zak en neemt beleefd afscheid. 'Heb een mooie dag, we zien elkaar ongetwijfeld weer.' Philémon Yav, kolonel in het Congolese regeringsleger Fardc, is een heer. Vandaag gaat hij naar de oorlog. Hij heeft er zin in.

Ruim zes jaar geleden kwamen we Yav voor het eerst tegen. Dat was in de Oost-Congolese provincie Zuid-Kivu. Hij stond toen aan het hoofd van een regiment dat streed tegen rebellen in dat grondstofrijke gebied. Nu is hij een van de hoogste militaire leiders in Noord-Kivu. Nog altijd vecht hij tegen rebellen. Dit keer tegen die van de groep M-23, die voor een groot deel uit Congolese Tutsi's bestaat.

De afgelopen dagen is M-23 vanuit het noorden begonnen aan een opmars richting Goma. Op deze zondagochtend staan ze zowat letterlijk aan de ingang van de stad. En dat zorgt in de provinciehoofdstad van Noord-Kivu - Goma is de belangrijkste stad in dit gebied - voor paniek en chaos onder burgers én onder Congolese regeringsmilitairen.

Op de kruising van een hobbelige en stoffige weg in het noorden van Goma is het op deze bewolkte dag stervensdruk. Normaal gesproken zitten de Congolezen op dit tijdstip in de kerk, om te bidden tot wat een van de vele gebedshuizen een 'barmhartige God' noemt. Niet vandaag. God laat zich voor hen weer eens van zijn wreedste kant zien en gromt met het geluid van rebelse mortieren, die vlak achter de vluchtende burgers inslaan.

De haveloos geklede mannen, vrouwen en hulpeloos achter hun ouders aan huppelende kinderen zijn niet alleen: tussen hen in lopen honderden regeringssoldaten. Zij hebben de laatste aanval van M-23 overleefd, maar daar is ook alles mee gezegd. Vermoeid en gedemoraliseerd sjokken ze met de burgers mee; weg van het slagveld, weg van een oorlog die al zo'n zestien jaar duurt, een oorlog die talloze mensenlevens heeft verwoest en nog niemand zicht heeft kunnen bieden op een betere toekomst.

Een medewerker van Monusco - de sinds twaalf jaar actieve maar nagenoeg machteloze VN-vredesmacht in het gebied - bekijkt het meelijwekkende schouwspel. 'Waarom ook zouden deze soldaten voor hun land vechten?', zegt hij. 'Ze worden slecht betaald, zijn nauwelijks getraind en kennen geen discipline. Het Congolese regeringsleger heeft alle mogelijk oorlogen steeds verloren. Waarom zouden ze vandaag deze oorlog winnen?'

Deze oorlog is ook: die andere oorlog. Terwijl de ogen van de wereld gericht zijn op de raketbeschietingen in Israël en de Gazastrook, sleept de oorlog in Oost-Congo zich almaar voort. De enige overeenkomst lijkt deze: in Israël menen de Joden te vechten voor hun bestaansrecht, in Oost-Congo zijn het 'de Joden van Afrika', de Tutsi's, die alle redenen menen te hebben zich strijdbaar op te moeten stellen.

Net als de Joden werden ook zij slachtoffer van een genocide (1994). De Tutsi's hebben nog meer gemeen met hun lotgenoten in Israël. Ze zijn trots, snugger, uitstekend georganiseerd en ze hebben misschien wel de beste krijgsmacht van het Afrikaanse continent. Hun soldaten, zo zeggen velen in Congo en daarbuiten, zijn ook dit keer sweer rechtstreeks betrokken bij de jongste ronde in de Congolese gevechten. Met twee bataljons zouden zij vanuit het buurland Rwanda zijn overgestoken.

In Goma-stad, waar het Congolese regeringsleger Fardc zijn tanks tussen de huizen en gesloten winkels heeft geparkeerd - op plekken waar voor de tanks niets uit te richten valt zonder burgerslachtoffers te maken - staan de lopen van de zware wapens dan ook niet gericht op het noorden, waar de rebellen van M-23 zijn, maar op het oosten, op de grens met Rwanda.

De tanks zijn enkel symboliek. Zouden Rwandese militairen zichtbaar de grens oversteken, dan zouden hun Congolese collega's in westelijke of zuidelijke richting op de vlucht slaan.

Bij de frontlijn nemen Uruguayanen namens Monusco het van de nu afwezige Fardc'ers over. Ze parkeren pantserwagens langs de kant van de hoofdweg. Daarnaast, tussen het keiharde en scherpe lavagesteente, richten soldaten geïmproviseerde schuttersputjes in. Niemand weet of het nut heeft, ook hun commandant niet. 'We kunnen de toekomst niet voorspellen', zegt luitenant-kolonel Alvez, 'maar we zijn gereed om de burgerbevolking en de stad te beschermen.'

Officieel zegt M-23 geen plannen te hebben om Goma in te nemen. Maar je weet het nooit. De twee VN-gevechtshelikopters die later op de ochtend, kort maar hevig, doelen van de rebellengroep onder raketvuur nemen, wakkeren de strijdbaarheid van M-23 hooguit verder aan.

Een wanhopige, dronken Congolese jongeman heeft er genoeg van. Hij stapt tussen de lava op de VN-militairen af, en begint te schreeuwen. 'Waarom oorlog? Waarom misdaad? Waarom geweld?' Het zijn vragen waarop in Oost-Congo in de afgelopen zestien jaar nog nooit een zinnig antwoord is gekomen. Een Uruguayaanse soldaat leidt de jongeman met zachte hand uit het onbarmhartige gesteente weg.

Nog is Goma niet verloren.

undefined

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden