Tussen ‘zusterstaten’ Libanon en Syrië heerst nog veel argwaan

Na zestig jaar wordt diplomatieke relatie aangeknoopt...

Van onze correspondent Ferry Biedermann

BEIROET Veel Libanezen krabben zich deze week achter de oren over de betekenis van de aankondiging afgelopen weekeinde in Parijs dat het grote buurland Syrië na ruim zestig jaar diplomatieke betrekkingen met ze zal aanknopen. Volgens sommigen betekent dit het einde van de Groter-Syrië-droom, volgens anderen is het gewoon een nieuwe slinkse stap in het machtsspel van het doorgewinterde regime in Damascus.

De hoogdravende retoriek doet niet veel goeds vermoeden. Wanneer de nieuwe Libanese president Michel Suleiman het heeft over ‘broederlijke relaties tussen twee zusterstaten’, dan lijkt dat veel op een poging om de diepe kloven die er bestaan met woorden te bedekken.

De Syrische president Bashar al-Assad was minder bloemrijk, maar even ontwijkend. Voordat overgegaan kan worden tot wederzijdse erkenning, die blijkbaar dus nog steeds nodig is, ‘moeten de stappen gedefinieerd worden die nodig zijn om die fase te bereiken’, zei al-Assad. Bovendien moet een van de meest gevoelige kwesties, de demarcatie van de grens tussen de twee landen, voorlopig wachten.

In Libanon zijn de reacties van het pro- en die van het anti-Syrische kamp voorspelbaar verschillend. De sjiitische moefti Ahmed Qabalan noemde het aangaan van relaties tussen de twee landen ‘nonsens’ en ‘stom’. Ook hij haalde de zusterlijke en broederlijke banden uit de kast en vroeg zich af waarom diplomatieke relaties nodig zijn tussen familieleden.

Voormalig minister Ahmed Fatfat uit het anti-Syrische kamp noemde de toenadering een ‘overwinning’ voor zijn groep, die al jaren de uitwisseling van ambassadeurs eist. Maar Damascus moet nog leren Libanon niet als een ‘vazalstaat’ te behandelen.

De relatie tussen de twee landen, die altijd al gespannen was, is de laatste jaren op een dieptepunt gekomen. Libanon, het Westen en veel Arabische landen beschuldigen Syrië van een destabiliserende rol. Damascus zou zijn invloed in Libanon willen terugwinnen, die het verloor met de terugtrekking van zijn troepen in 2005 na een bijna dertig jaar durende aanwezigheid. Bovendien zou Libanon een arena zijn in de grotere worsteling tussen Washington en zijn bondgenoten aan de ene kant en Iran en Syrië aan de andere.

Veel Libanezen beschuldigen Syrië van de moord op de voormalige premier Rafik Hariri in 2005. De huidige diplomatieke opening van Damascus is volgens hen slechts bedoeld om onder het internationale tribunaal uit te komen dat de Verenigde Naties willen opzetten om de daders te berechten. Syrië heeft elke betrokkenheid ontkend.

Damascus heeft de afgelopen maanden een diplomatiek offensief ingezet in een poging uit het internationale isolement te raken waarin het de afgelopen jaren was terechtgekomen. Zowel de VS als Europa draaiden Damascus de duimschroeven aan vanwege beschuldigingen van Syrische betrokkenheid bij het geweld in Libanon en Irak, en steun voor militante Palestijnse groepen.

Nu praat Syrië indirect met Israël over vrede, zou het de stroom geld en strijders naar Irak hebben ingeperkt, en is het bereid banden aan te knopen met Libanon. Het Westen wil ook graag dat Damascus Iran laat vallen maar dat zit er nog niet in.

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden