Tussen zurigheid en opleuking

Kranten hebben het moeilijk. De adverteerders houden het geld in de zak en de lezers hebben steeds minder tijd voor hun krant....

Huub Wijfjes

Wanneer u er nog bent, zijn hier een paar interessante vragen. Worden krantenredacties niet helemaal gek van de gedachte dat al het werk dat ze in hun producten steken nauwelijks door lezers wordt opgemerkt? En wat doen ze eraan om hun krant een identiteit te geven die herkenbaar is en lezers bindt? De organisatieantropoloog Sierk Ybema onderzocht hoe de redacteuren van Trouw en de Volkskrant omgaan met dergelijke vragen. Hij schreef de resultaten op in een boek waarop hij 20 maart aan de Vrije Universiteit promoveerde.

En wat blijkt? Journalisten zijn net mensen. Lang hebben ze op dit punt de schijn tegen gehad, want journalisten behoorden tot de meest onbenaderbare mensensoort. Onderzoekers die journalistiek gedrag kritisch wilden blootleggen, stuitten meestal op een muur van wantrouwen en zwijgzaamheid. Een krant, zo wilde men dan nog wel korzelig kwijt, is slechts een meneer die opschrijft wat er gebeurt, en daarmee uit.

Maar er is veel veranderd en ook de journalist neigt nu naar de open interactie met de samenleving, die hij zelf van iedere gezagsdrager verwacht. Kranten reflecteren steeds kritischer op het eigen gedrag, en ook voor een organisatieantropoloog staan de redactiedeuren blijkbaar open, terwijl in vroeger dagen alleen al het langzaam uitspreken van dat beroep een garantie was voor schampere commentaren. Want sociale wetenschappers verklaarden niets; ze zwetsten alleen uitvoerig over dingen die we allemaal allang wisten, vanzelfsprekend in kreupel gestelde, onleesbare epistels.

Dat valt bij Ybema allemaal wel mee. Hoewel hij geen overmatig begaafde stilist genoemd kan worden en ook hij er niet aan ontkomt breedvoerig over theorieën uit te weiden voordat hij zijn punten maakt, is zijn boek verre van een abstract wetenschappelijk betoog. Hij schrijft doorgaans in kraakheldere zinnen en schrikt er niet voor terug een lange beschouwing over de redactionele discussies bij de Volkskrant af te sluiten met de conclusie dat de redactie 'een eigenaardig stelletje' is. Met permanente zelfkritiek lijkt de Volkskrant-redactie zich kwetsbaar op te stellen, maar ondertussen krikt men het zelfvertrouwen ermee op, want kritiek is in de journalistieke cultuur een status- en kwaliteitssymbool bij uitstek.

Dat is niet het enige voorbeeld waarin de wetenschapper de journalisten kritisch betrapt. In de hoofdstukken over de identiteit van de Trouw- en Volkskrant-redacties komen veel treffende citaten en concrete voorbeelden voor waarbij de journalisten doorgaans met naam en toenaam worden genoemd. Centrale conclusie is dat dé identiteit van een krant niet bestaat. Er is wel een permanent debat over dat gemis, en daarin mengen zich persoonlijkheden, groepjes en stromingen. Maar het diepvriezen van een identiteit lijkt zich niet te verhouden tot het wezen van een krant om elke dag weer te reageren op een veranderende wereld. Identiteit is dus een debat, een 'vertoog' of zelfs een voortdurend gevecht.

In het beschrijven van de identiteitsdiscussie spaart Ybema kool noch geit, en dat levert een aardig inkijkje bij twee redacties op, waarbij de Volkskrant duidelijk de meeste ruimte krijgt. Dat komt misschien doordat de interne discussies daar heviger zijn. Trouw is een krant die keuzes lijkt te maken vanuit een traditie van weloverwogenheid. De vroegere christelijke basis is weliswaar uitgesleten, maar nog wel zo aanwezig dat radicale breuken zich niet voordoen.

Voor noodzakelijke vernieuwingen zoekt Trouw het liefst aansluiting bij zijn traditie. De keuze voor een tweede dagelijkse katern in 1997, De Verdieping, is een fraai voorbeeld van wat Ybema een 'nostalgisch vertoog' noemt. Vanuit de gedachte dat vroeger nog echt werd nagedacht, biedt de krant dagelijkse diepgang in de vorm van achtergrondartikelen, essays, besprekingen en uitgewogen meningen. Daarmee is Trouw 'misschien wel de beste krant van Nederland', maar misschien ook wel de meest saaie. Én mogelijk de meest bedreigde, want de lichte oplagestijging die de vernieuwingsoperatie opleverde, is niet voldoende gebleken om de permanente drang van moederconcern PCM naar grote en efficiënte kranten te kunnen afweren.

Bij de grote en ogenschijnlijk efficiënte Volkskrant is dat al niet veel anders, maar dat komt wellicht door de forse oplagedaling die de krant sinds het aantreden van een nieuwe hoofdredactie in 1995 doormaakte. Het curieuze is dat deze neergang zeker niet verklaard kan worden uit een nostalgisch vasthouden aan het verleden. De grondtoon van het identiteitsdebat bij de Volkskrant is juist 'postalgisch', een neologisme dat Ybema bedacht als tegenhanger van nostalgie. De blik van het grootste deel van de Volkskrant-redactie lijkt voortdurend gericht op de toekomst. Het streven is om het anders, beter en vooral 'leuker' te doen dan vroeger. Onder aanvuring van de hoofdredactie probeert men de krant om te vormen van 'de zure betweterskrant' uit een vermaledijd verleden tot 'een newsy verslaggeverskrant', die in de paradijselijke toekomst zou liggen.

Hoe dat moet, weet men niet. De oude garde van zure zwaarmoedigen wil misschien wel iets anders, maar herkent zich niet altijd in het beeld van sikkeneurigheid dat van hun verleden wordt geschapen. Zij zien ook grenzen aan de 'opleuking' waarmee de jonge pragmatische professionals komen aanzetten.

Het heet al gauw 'ver-Telegraafisering' als een voorpaginaverslag van de Idols-finale of een interview met Marco Borsato wordt voorgesteld. En een portret van Jan Marijnissen moet nog wel gaan over zijn ideeën; het intieme en spannende kijkje in zijn persoonlijk leven is niet voldoende. Concurreren op toon en smaak heet dat, in tegenstelling tot het vroegere concurreren op engagement of ideologie.

De Volkskrant lijkt van beide walletjes te willen eten. De krant wil zowel neutraal zijn als kritisch, informatierijk maar ook leuk; pragmatisch maar met behoud van engagement, persoonlijk maar niet populistisch, spetterend van vorm maar ook inhoudelijk. De lezers hebben dat gewaardeerd met een oplagedaling van 25 duizend in zeven jaar. Als je een grote krant wilt zijn, schiet de nostalgie van Trouw dus niet erg op, maar de postalgie van de Volkskrant al helemaal niet.

Wat dan wel?

Die vraag, die vooral om een journalistiek antwoord vraagt, rekent Ybema niet tot zijn competentie. Maar als zijn onderzoek iets heeft uitgewezen, dan is het wel dat het meer een kwestie is van mensen dan van ideeën. Aan ideeën is meestal geen gebrek, wel aan ideeën die door iedereen binnen een pluriforme redactie van creatieve individualisten met overtuiging worden gedragen. De koers van een moderne krant is al snel een koers naar alle denkbare windstreken. Het resultaat is tientallen pagina's over van alles en nog wat, terwijl de lezer maar een kwartiertje heeft. Wie voor die tegenstrijdigheid een oplossing heeft, mag nu opstaan.

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden