Tussen Zeedijk en Zanzibar

Klaas de Jonge werd bekend in de jaren tachtig, toen hij twee jaar zat opgesloten in de Nederlandse ambassade te Pretoria....

Gedesillusioneerd is hij niet. Noem hem maar eens een Afrikaans land waar alles wél van een leien dakje gaat. 'Ik geloof alleen niet meer in de huidige regering van Rwanda. Nu ben ik van nature niet zo gelovig in regeringen, en al helemaal niet als ze een militaire achtergrond hebben, maar ik had gehoopt dat het in Rwanda wat beter zou gaan - ik ben een optimist tenslotte.

'De regering daar begon me te dwarsbomen, en toen ben ik maar vertrokken. Toch waren er veel positieve dingen: ik heb veel geleerd, veel goeie vrienden gekregen ook, het politieke proces na de genocide was heel interessant.'

Of de bevolking van de Amsterdamse Zeedijk al niet geschakeerd genoeg is, heeft ze er sinds twee weken een kleurrijke bewoner bij: Klaas de Jonge is terug uit Afrika, waar hij bijna veertig jaar met onderbrekingen heeft gewoond. Kerst in Kigali, oud en nieuw op de Zeedijk. 'In Kigali, de hoofdstad daar, is weinig te beleven, dus ik vind die drukte hier wel prettig.' De Jonge, een aimabele causeur, betrok een appartementje boven het straatgewoel ('Ik heb hier nog gewoond toen het een vervallen rotzooi was'), een huis waar voor de verandering de kranen altijd warm en koud water leveren en waar je nooit zonder elektriciteit zit.

Trouwens, ook zonder dat hij het aan de stok had gekregen met de Rwandese regering - of beter gezegd: de regering met hem - wil een mens na een jaar of vijf jaar wel eens wat anders. Al weet je op je 67ste dat veel leeftijdgenoten in Nederland inmiddels omzien naar een comfortabele seniorenwoning in een slaperige buitenwijk. Niets voor Klaas.

Hij mag dan voormalig antiapartheidsactivist zijn, strijder voor de mensenrechten, antropoloog, socioloog, demograaf, verzamelaar van Afrikaanse kunst en zelfgeschoold expert in de houtsnijkunst van het Lega-volk uit de jungle van Oost-Congo, maar voor veel Nederlanders is Klaas de Jonge vooral de man die tussen 1985 en 1987 in zijn eentje de politieke relaties tussen Nederland en Zuid-Afrika op scherp hield, nadat hij als politieke gevangene van het apartheidsregime de Nederlandse ambassade te Pretoria in was gevlucht en daar noodgedwongen twee jaar verbleef.

Nu wordt hij dus 'gedemoniseerd' door de Rwandese regering. De laatste vijf jaar verrichtte hij voor de internationale gevangenenorganisatie Penal Reform International sociaal werk in Rwandese gevangenissen. Verder deed hij onderzoek naar de zogeheten gacaca, het netwerk van volkstribunalen die rechtspreken over de plegers van de genocide in de jaren negentig.

'Toen mijn rapport daarover uitkwam, beweerde de minister dat ik tegen de regering was. Ze stelden dat ik de genocide ontkende, wat absoluut niet waar is. Maar om een betere relatie te krijgen tussen de bevolkingsgroepen, moet je het lijden van allebei de kanten ter discussie kunnen stellen en dat wil deze regering niet. Ze doen niets aan verzoening; ze zijn bang de macht te verliezen die ze door verkiezingsfraude in handen hebben gekregen.' Zijn medewerkers werden bedreigd, De Jonge vertrok.

Verwijt hem echter geen Afrika-pessimisme. 'Europa leek in 1940 ook op een lost continent en dat is ook veranderd. Misschien zit Afrika in een dip, maar met de veerkracht die ik daar zie, de vrolijkheid, de energie van de Afrikanen, moet het ooit een keer beter gaan.'

Het was diezelfde energieke uitbundigheid die hem ooit naar het continent lokte. Als biologische zoon van een plantersassistent in Nederlands-Indië en als student van de roemruchte hoogleraar, Indonesiëkenner en marxist Wertheim lag Azië meer op zijn pad. Een bezoek aan de Afrikaanse gemeenschap in Parijs - 'een warm bad' - bracht hem op andere gedachten.

Met Wertheims collega-hoogleraar Köbben reisde hij naar Afrika, als onderzoeksassistent. Het was in 1968, maar de beruchte meimaand was nog niet aangebroken. 'Als afgestudeerde mocht ik opeens André zeggen tegen de professor, maar dat kreeg ik er nog niet uit. Toen zijn we maar Engels met elkaar gaan praten.' Die eerste nacht in Tanzania belandden ze in een hotel waar de Afrikaanse jazz op volle sterkte uit alle hoeken en gaten stroomde. Köbben deed geen oog dicht, Klaas danste de nacht in. Toen de zon opkwam, was hij voorgoed aan Afrika verkocht.

Kind van de jaren zestig was hij, dus tegen 'Vietnam', tegen apartheid en altijd bereid te strijden voor het lot van de verworpenen der aarde. Met zijn tweede echtgenote Hélène Passtoors, haar vier kinderen en een van zijn twee zoons uit zijn eerste huwelijk vestigde De Jonge zich in Mozambique, 'een links socialistisch land dat een hoopvol begin maakte na de Portugese kolonisatie'. Daar kwam hij in contact met uitgeweken strijders van de Zuid-Afrikaanse verzetsbeweging ANC.

'Je wandelde er vrij makkelijk binnen. Ze vroegen of we niet wat wilden doen, wat als blanke veel gemakkelijker was dan voor hen. Het varieerde van het kopen van een auto tot het smokkelen van folders en geld, en later wapens.' Vermomd als toerist babbelde het echtpaar zich langs de Afrikaanse roadblocks met 'de auto stikvol wapens'. Niet alleen uit idealisme overigens: 'Ik weet dat het niet bon ton is om te zeggen, maar het gaf wel degelijk een kick. Die spanning vond ik ook belangrijk, het gevoel dat je angst te overwinnen was.'

Totdat in 1985 een transport vanuit Zimbabwe met nachtkijkers in de gaten werd gehouden. Op de terugweg werd De Jonge gearresteerd wegens terroristische activiteiten. Het echtpaar was inmiddels uit elkaar, maar werkte nog wel samen. Passtoors werd later opgepakt.

'Ik heb me nooit verslagen gevoeld, maar was wel ongelooflijk kwaad. Ik pikte het niet en nam me voor te ontsnappen. Ik maakte ze wijs dat ik ze alles wilde vertellen - waar we vroeger wapens verstopten, waar we aanslagen hadden gepland - en probeerde een meegaande en depressieve indruk te wekken. Ondertussen trainde ik om mijn conditie op peil te houden en probeerde ik uit of ik wel kon rennen met boeien om.'

Op 19 juli 1985 lokte hij de politie naar een locatie waar zogenaamd een aanslag was gepland: zomaar een bedrijf ('Ik had het nog nooit gezien') in het gebouw waar ook de Nederlandse ambassade was gevestigd. Hij leidde zijn escorte af en stormde schreeuwend de ambassade binnen. 'Ach, die receptionistes daar kregen de schrik van hun leven.' Zijn gewapende begeleiders veroorzaakten een diplomatiek schandaal door hem terug te slepen, maar uiteindelijk mocht hij terugkeren naar de ambassade.

Sindsdien was hij zowel het boegbeeld van de antiapartheidsstrijd in Nederland als de pain in the ass van de Nederlandse diplomatie. Het Koninkrijk heeft er nog een speciale dependance voor De Jonge op na moeten houden. 'Wat ik niet wist, was dat de ambassade een paar maanden later ging verhuizen, maar ik moest daar blijven zitten.

'Van den Broek, indertijd minister van Buitenlandse Zaken, is nog langs geweest. Of ik me rustig wilde houden. Ik dacht: rustig? Dan zit ik hier over tien jaar nog.' Dus schalde soms treiterig het nummer Free Nelson Mandela door de ambassaderamen, tot grote woede van het apartheidsregime en tot irritatie van de ambassadeur. Grinnikend: 'Kinderachtig van mij misschien, maar het gaf me wat voldoening - een beetje jennen.'

Hij vulde zijn dagen met lezen, schrijven en sporten, onder toezicht van de marechaussee. Zij deden zijn boodschappen ('Zo leer je nog eens wat over gebrek aan emancipatie: als iets op was in de winkel, brachten ze nooit een alternatief mee') en Klaas kookte voor hen, 'behalve als ik er eentje niet mocht'. De marechaussee organiseerde te zijner ere nog een etentje toen hij september 1987 in het kader van een internationale gevangenenruil terug mocht naar Nederland. Passtoors kwam enkele jaren later pas vrij.

Vastberaden de strijd voort te zetten, volgde De Jonge nog een cursus subversieve activiteiten in de voormalige DDR, maar het was niet meer nodig. In 1991 kwam een einde aan het apartheidsregime. Veertien jaar bevrijd Zuid-Afrika vat hij aldus samen: 'Er is nog steeds van alles mis daar, maar toch is het beter dan toen. De rotzooi die ze nu maken, is van henzelf.'

De Jonge is er de man niet naar om in nostalgie om te zien. Het woord pensioen kent hij niet. 'Ik zal een paar keer per jaar teruggaan naar Rwanda om wat werk te doen voor projecten waar ik bij betrokken ben. Moet ook wel, want hier verdien ik niks en een leven als het mijne was niet erg geschikt om een pensioentje op te bouwen. Ook wil ik een paar maanden per jaar op Zanzibar gaan wonen, ik vind dat wel een prettig eiland.'

Toeschouwer en deelnemer tegelijk, typeert hij zichzelf, op elke plek waar hij landt. Thuis? 'Ik heb een scala aan contacten en vriendschappen in verschillende landen. Ik geloof dat ik wel een leuk soort privé-leven heb opgebouwd, ook al gaat het soms ten koste van relaties als je zo om de vijf jaar opstapt.'

Maar morgen eerst naar Schiphol, om een deel van zijn zeer omvangrijke collectie Afrikaanse kunst op te halen. 'Die kunst bood mij altijd een uitlaatklep. In Rwanda hoorde ik vaak de meest afgrijselijke verhalen in de gevangenis. Ik heb bijvoorbeeld tachtig uur gesproken met een moordenaar uit de tijd van de genocide. Mijn vertalers heb ik in therapie moeten doen, maar ik vond rust te midden van mijn kunstvoorwerpen.'

Trainen doet hij ook weer, al is het dit keer niet om ergens te ontsnappen. Terwijl leeftijdgenoten over het Pieterpad drentelen, heeft De Jonge voor later dit jaar een loodzware voettocht op het programma naar zijn geliefde Lega-volk in de oostelijke jungle van Congo. Als de oorlog het toelaat tenminste. 'Ze maken prachtige maskers en beelden die met een heel stelsel van initiatieriten te maken hebben. Er is nog niet veel studie naar gedaan, en dat wil ik gaan doen.' Een rustig leventje in 'een soort galerietje' te midden van zijn eigen collectie kan altijd later nog.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden