Tussen wereld en wijk

Is de rol van links uitgespeeld? Geenszins, want de wereld is groter dan Nederland. De populariteit van de beweging tegen de globalisering, vooral onder jongeren, zou voor linkse partijen hoopgevend moeten zijn....

DE vakbondsleider klonk teleurgesteld. 'Links zijn de havenwerkers eigenlijk nooit geweest', zei hij aan het begin van de serie Wat is links? 'Er waren gewoon een paar mensen met linkse idealen die het eigenbelang van onze mensen konden opwekken.'

De Rotterdamse haven is niet meer aan te zetten tot solidariteit, tot acties voor allochtonen of jongeren, verzuchtte deze veteraan. De arbeiders verdienen goed, na de talloze stakingen van vroeger, en zijn bang voor het inkomensverlies dat een nieuwe staking met zich meebrengt. De havenarbeider, ooit icoon van de linkse beweging, rijdt nu in een BMW naar zijn werk.

Het onderscheid tussen links en rechts is in het dagelijks leven niet zo helder meer, bleek uit de serie. Jonge medewerkers van Shell tellen zeeschildpadden in Maleisië en helpen Ethiopiërs met de computer omgaan. Maar ze willen zulke activiteiten niet links noemen: 'Je moet het als persoonlijke uitdaging zien.' Een linkse homo stemde op de VVD, omdat hij vindt dat links hem onvoldoende beschermt tegen de pesterijen van Marokkaanse jongens.

Maar hoewel de linkse levensstijl is vervaagd, bestaat de ideologie nog wel degelijk. Nog altijd kennen de meeste mensen het onderscheid tussen een rechts en een links idee, blijkt uit onderzoek van Hans Keman, hoogleraar politicologie aan de VU. Links staat voor solidariteit met de zwakkeren, zorg voor de Derde Wereld, nivellering van inkomens, de multiculturele samenleving en het milieu.

Het zijn ideeën die vooral een idealistische bovenlaag aanspreken. Bij de laatste verkiezingen kwam het merendeel van de linkse stemmers uit de hoogste sociale klassen, blijkt uit een onderzoek van 2Vandaag/NIPO. Vooral de achterban van D66 en GroenLinks is hoog opgeleid en heeft een goede baan.

Deze linkse elite, door het onderzoeksbureau Motivaction aangeduid als 'postmaterialisten', blijft het linkse gedachtegoed trouw. 'Links stemmen vormt het wezen van de postmaterialist', zegt onderzoeker Martijn Lampert van Motivaction. De postmaterialist is echter geen archetypische linkse revolutionair. Vrijwel niemand wil de markteconomie nog inruilen voor een op marxistische leest geschoeide planeconomie.

Links is een keurmerk dat staat voor een zekere maatschappelijke betrokkenheid. Een sterke overheid moet, en daar betalen de postmaterialisten graag belasting voor. Tegelijkertijd hebben ze de nodige schuldgevoelens over de eigen rijkdom en het vernietigend effect van het consumptiegedrag op het milieu. Links blijft een soort geuzennaam, die het gevoel van eigenwaarde opkrikt, een feelgood-button.

Links zal populair blijven in deze maatschappijkritische, milieubewuste groep. Dit is echter geen al te brede electorale basis. De SP, GroenLinks en D66 kunnen aardig leven in deze nichemarkt, maar een traditionele massapartij als de PvdA heeft een bredere aanhang nodig.

Van oudsher is de sociaal-democratie een coalitie tussen het idealisme van een verlichte burgerij en de belangen van de grote massa. De afgelopen halve eeuw zijn de belangen van 'het volk' zeer doeltreffend behartigd. AOW en WAO verzekeren tegen oude dag en tegenslag. De arbeider is tot de middenklasse gaan behoren. Vrijwel iedereen heeft werk.

Voor veel mensen lijkt de traditionele linkse ideologie haar functie te hebben vervuld. Op het fundament van de verzorgingsstaat, in een land dat rijker is dan ooit, kiezen de burgers hun eigen weg.

Het liberalisme sluit heel goed aan bij deze individualistische cultuur. Het vrije-marktdenken belooft in essentie dat alles goed komt, als iedereen maar zijn eigen belang nastreeft. Daarmee verkondigt het liberalisme een krachtig, aansprekend ideaal: iedereen heeft de vrijheid om zijn eigen boontjes te doppen, zijn eigen weg in het leven te kiezen.

Bovendien geloven veel mensen dat rechts hen beter beschermt tegen criminelen en andere lastpakken die de vrijheid bedreigen. 'Links is heropvoeden, rechts is straffen', zei de 17-jarige vwo-scholier Marijt Witteman in een reportage over links op school.

In een tijd van individualisme voelen weinigen zich nog door links gerepresenteerd. De ideologie van partijen als SP en GroenLinks wordt gezien als te allesomvattend en de partijen zelf als te belerend. D66 en PvdA zijn er niet in geslaagd reële angsten en zorgen over wachtlijsten, criminaliteit en immigratie tot de hunne te maken. Links lijdt aan een crisis van de representatie.

Dat is een groot probleem voor de linkse politieke partijen, zoals bij de laatste verkiezingen bleek. Wat is de uitweg? Waar liggen de grote, gedeelde belangen die door links weer kunnen worden opgepikt? 'Terug naar de wortels', was in het begin van de serie het advies van econoom Paul de Beer. Links moet weer op de bres staan voor de armsten in de samenleving, en niet te veel de oren laten hangen naar het marktdenken. Dit zal de kiezer vooral gaan waarderen nu het economisch tegenzit.

Maar wie zijn de armsten? Traditioneel waren dat 'de mensen uit de oude wijken'. Toen die oude wijken langzamerhand bevolkt raakten met immigranten, was de solidariteit met deze nieuwkomers vanzelfsprekend, althans voor de linkse elites. Maar uiteindelijk bleken de belangen van de traditionele linkse achterban en die van de nieuwkomers te botsen - zie de havenarbeider die niet bereid is te staken voor zijn allochtone collega's.

Links moet kiezen, vindt De Beer. Volgens hem is de verzorgingsstaat er vooral voor de huidige bewoners van Nederland, niet voor nieuwkomers: 'Je kunt de nationale solidariteit niet opofferen aan de internationale solidariteit, als je een grote linkse beweging wilt maken.' Eigen verzorgingsstaat eerst, zegt hij in feite.

De Britse Derde Weg-ideoloog Philip Gould vindt dat de sociaal-democraten zich op de criminaliteit en het asielvraagstuk moeten storten. Links moet strijden voor rechtvaardigheid, maar ook voor veiligheid, vindt hij. De Beer en Gould spelen de nationalistische kaart. Dat heeft zijn voordelen. Burgers hebben behoefte aan saamhorigheid. Ontzuiling en individualisering hebben geleid tot meer keuzevrijheid, maar ook tot uitholling van gemeenschapscheppen. Daarmee ontstond bij veel Nederlanders een gevoel van onbehagen. De roep om een homogene cultuur en meer fatsoen (troeven van het CDA) en om het weren van 'de ander' (inzet van de LPF) zijn beproefde middelen om een hechte gemeenschap te creëren.

Maar moet links hierin meegaan? In dat geval zou het zich vervreemden van de idealistische burgerij, om nog maar te zwijgen over (een deel van) de allochtone kiezers. Bovendien vervaagt daarmee de scheidslijn tussen links en rechts nog verder. Idealen worden opgegeven in ruil voor macht.

Kan het ook anders? Kan links zijn ideologie herschrijven tot een verhaal waarin individualisme, gemeenschapszin en maatschappelijke betrokkenheid samenkomen, zonder hardvochtigheid jegens 'de ander'?

Dit is uiteraard geen eenvoudige opgave, maar in de serie werd het terrein verkend. De internationale solidariteit, door De Beer naar het tweede plan verwezen, bloeit op onder jonge anti-globalisten. Het anti-globalisme begon als straatbeweging, maar wint de laatste tijd aan intellectuele kracht, met populaire, kritische boeken van Naomi Klein, Noreena Hertz en Antonio Negri. Zelfs neo-liberale instituten als WTO en IMF nemen de protesten serieus.

De anti-globalisten zijn natuurlijk verdeeld, maar langzamerhand krijgen de onderliggende ideeën steeds scherpere contouren. De beweging staat kritisch ten opzichte van machtige internationale instanties, heeft aandacht voor ontwikkeling en milieu, begrip voor vluchtelingen en de multiculturele samenleving.

Deze 'anders-globalisten' vormen een kosmopolitische beweging die problemen rond migratie, milieu en vrije markt op internationaal niveau probeert op te lossen. Daarmee ziet zij af van nationalistische korte-termijnantwoorden.

Natuurlijk kan ook links niet elke sloppenwijkbewoner helpen. Maar dit is geen reden tot afhaken, zegt de Duitse publicist Hans Magnus Enzensberger. Er rust geen taboe op een progressieve, moreel geïnspireerde buitenlandse politiek, mits er prioriteiten worden gesteld en er gekozen wordt voor een geleidelijke aanpak.

De groeiende populariteit van de nieuwe beweging, vooral onder studenten, zou hoopgevend en inspirerend moeten zijn voor de linkse partijen. Op eigen houtje herformuleren deze jongeren het begrip solidariteit. Zij voelen zich onderdeel van een wereldwijde gemeenschap.

Bovendien zijn milieu, ontwikkeling, democratie en immigratie niet alleen ver-van-ons-bed-kwesties. De gevolgen van de globalisering zijn voelbaar op het meest concrete niveau: de straat.

En daar heeft de linkse politiek het contact met de kiezer verloren. Lager opgeleide burgers met een relatief laag inkomen zijn massaal naar de LPF gevlucht - 42 procent van de LPF-stemmers heeft hooguit een LBO-opleiding.

Moet links dan doen wat de straat verlangt? Nee, reageerde columnist Pieter Hilhorst. 'Politiek is meer dan u vraagt, wij draaien.' Linkse politici 'moeten zich niet nederiger, maar elitairder opstellen. Ze mogen best van burgers eisen om zich te bezinnen op hun onbehagen', aldus Hilhorst. En 'Ze moeten het lef hebben om keihard te zeggen waarom sommige voorstellen dom zijn en andere onwenselijke effecten hebben.'

Ook de schrijver Karel Glastra van Loon en de geëngageerde rapper Remon Stotijn, alias The Anonymous Mis, vinden dat links de multiculturele samenleving met veel meer zelfvertrouwen moet verdedigen. Stotijn: 'Als de LPF iets zegt over buitenlanders: kom dan met goede tegenargumenten!' Glastra van Loon: 'Ga eens kijken in die multiculturele samenleving. Ze is er, en ze gaat nooit meer weg - of Balkenende en zijn nieuwe vrienden van de LPF dat leuk vinden of niet.'

Linkse politici moeten 'de straat' niet naar de mond praten. Maar zij moeten wel meer de straat op. Alleen de SP - de enige linkse winnaar bij de verkiezingen - maakt daar serieus werk van.

Waarom geen voetbaltoernooi voor de straatjeugd, georganiseerd door de PvdA? Waarom geen klachtenbureaus in de buurt? Waarom niet veel meer aandacht voor de plaatselijke politiek, in plaats van de gemeenteraadsverkiezingen te degraderen tot een landelijke opiniepeiling? Een partij wint aan geloofwaardigheid door betrokkenheid te tonen, en door te leveren wat ze belooft. Linkse politici moeten staan voor wat ze uitdragen. Dat begint op lokaal niveau.

Veel hedendaagse problemen - immigratie, armoede, milieuvervuiling - ontstaan op wereldschaal. Ze slaan neer in de wijken. Tussen deze twee polen - tussen de beweging tegen de globalisering en het buurtwerk, tussen idealisme en eigenbelang - zullen linkse politici en denkers zich moeten bewegen. Als ze zich willen ontworstelen aan de crisis van de representatie, als ze opnieuw een links gevoel willen creëren.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden