Tussen veel en weinig gif

De commissie die bestrijdings- middelen beoordeelt, doet zijn werk niet goed, zo klagen waterbedrijven, milieu-organisaties en ministeries. Er zijn slechts Pyrrhus- overwinningen geboekt in de strijd tegen het gif, en verboden volgen pas als de normen meer dan honderdvoudig worden overschreden....

HET LIJKT goed te gaan met het terugdringen in Nederland van bestrijdingsmiddelen. Het in 1991 door regering en parlement opgestelde Meerjaren Plan Gewasbescherming voorziet voor 2000 in een reductie van het gebruik van bestrijdingsmiddelen met vijftig procent ten opzichte van de periode 1984-1988. En in 1994 was daarvan al 44 procent bereikt. Van bijna twintigduizend tot ruim elfduizend ton per jaar.

Toch staan milieu-organisaties en instellingen die zich bekommeren om de kwaliteit van het grond- en oppervlaktewater, zoals waterschappen en drinkwaterbedrijven, niet te juichen. In hun ogen spoelen er jaarlijks nog veel te veel bestrijdingsmiddelen van de akkers het water in. Nederland, zo benadrukken zij, is in Europa het land waar de grootste hoeveelheid bestrijdingsmiddelen per hectare wordt gebruikt.

Waarom, zo vragen de organisaties zich af, is er nog maar zo weinig terecht gekomen van de andere doelstellingen die in het Meerjaren Plan Gewasbescherming staan? Bijvoorbeeld de reductie van de emissie van schadelijke stoffen naar lucht, bodem en oppervlaktewater, of de vermindering van de afhankelijkheid van de agrarische sector van chemische gewasbescherming?

En wat te denken van de lijst met meer dan tachtig middelen die de overheid dermate schadelijk voor het milieu vindt, dat zij de toepassing ervan in 1995 beëindigd wil zien, maar waarvan nog nauwelijks één middel van de markt genomen is? Drie milieu-organisaties - Natuur en Milieu, de Zuidhollandse Milieufederatie en Stichting Reinwater - kwamen begin deze maand met een Aanklacht tegen het Nederlandse bestrijdingsmiddelenbeleid.

Hun woede richt zich vooral op het College voor de Toelating van Bestrijdingsmiddelen (CTB), dat nieuwe en oude bestrijdingsmiddelen moet beoordelen op hun werkzaamheid en hun veiligheid voor mens en milieu. Het college kiest voortdurend tegen het milieu en voor toelating van schadelijke middelen, menen de milieu-organisaties.

In plaats dat het CTB zijn bewegingsvrijheid gebruikt voor het uitvoeren van het Meerjaren Plan Gewasbescherming, doet het college het tegenovergestelde. Bovendien gooit het CTB er met de pet naar, constateren de opstellers van het zwartboek over de toelating van bestrijdingsmiddelen. Dossiers zijn niet volledig, motivering ontbreekt, gehanteerde criteria zijn discutabel en onduidelijk en het college maakt zelf beleid in plaats van beleid uit te voeren, terwijl controle daarop ten enenmale ontbreekt. Het college handelt zelfs in strijd met de wet.

Zware aantijgingen, die de voorzitter van het College voor de Toelating van Bestrijdingsmiddelen, de Wageningse toxicoloog prof. dr J. Koeman, verre van zich werpt. 'In het zwartboek zitten aantoonbaar onjuistheden', zegt hij. 'Daar heb ik de opstellers in een eerdere fase al op gewezen. Maar ze hebben er niets mee gedaan. Ik heb de indruk dat ze willens en wetens een negatief beeld van het CTB schetsen. Wij zijn met grote voortvarendheid bezig stoffen en toepassingen te beëindigen. Voor ons staat het milieu absoluut bovenaan.'

Koeman wijst erop dat van de 57 bezwaarschriften die de afgelopen tijd tegen beslissingen van het CTB zijn ingediend, de helft afkomstig is van milieubeweging en waterschappen en de andere helft van de industrie. 'Je kunt ons dus moeilijk partijdigheid verwijten', zegt hij. 'Ik kan bewijzen dat wij veel problematische stoffen en toepassingen aanpakken.'

Uit een door het CTB gestuurde lijst van veertien uit de markt genomen stoffen, blijkt dat slechts één keer te zijn geschied vanwege milieuredenen, wel is het college van plan tien andere stoffen van de markt te halen, waarvan zeven om milieuredenen. Daarnaast heeft het college 19 specifieke toepassingen van bestrijdingsmiddelen op termijn verboden, waarvan 17 vanwege het milieu. In relatie tot de lijst van ruim 450 stoffen die nog beoordeeld moeten worden, waaronder tachtig die zijn aangemerkt voor sanering in 1995, is dat niet veel.

Helaas voor Koeman komt er ook zware kritiek uit minder partijdige hoek. De vier bij de toelating van bestrijdingsmiddelen betrokken ministeries - Landbouw, Natuurbeheer en Visserij; Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieu; Volksgezondheid, Welzijn en Sport; en Sociale Zaken en Werkgelegenheid - hebben een evaluatie van de werkwijze van het CTB uitgevoerd.

De resulaten daarvan, die aanvankelijk half september openbaar zouden worden, maar die door fikse interne onenigheid een maand vertraagd zijn, liegen er niet om.

HET DEZE zomer afgeronde concept prijst het CTB weliswaar, en erkent de moeilijke omstandigheden waaronder het college door voortdurende wijzigingen van wetten en besluiten de afgelopen jaren heeft moeten werken, maar vervolgens gaat de tekst door met, in ambtelijke kringen als vernietigend beschouwde, zinsneden als: 'er is nog een lange weg te gaan', 'functioneert nog onvoldoende', 'niet voldoende afgerond en uitgekristalliseerd', 'te weinig transparantie' en 'eerste signalen kunnen worden waargenomen van afbrokkelend gezag en geloofwaardigheid'.

Met name constateert de evaluatiecommissie dat er in de praktijk te weinig rekening wordt gehouden met de doelstellingen uit het Meerjaren Plan Gewasbescherming, en dat er een gebrek aan inzicht is in de werkwijze van het CTB.

'Ik erken dat we wat meer informatie aan derden hadden moeten geven, waardoor het nu lijkt alsof onze besluiten niet weloverwogen zijn', zegt Koeman. 'Maar verder lig ik niet wakker van het rapport. De evaluatiecommissie is veel te veel uitgegaan van de mening van anderen in plaats van onze daden te beoordelen.'

Wel wakker liggen vertegenwoordigers van milieugroepen en bewakers van de waterkwaliteit, zoals waterschappen, drinkwaterbedrijven en het Rijksinstituut voor Integraal Zoetwaterbeheer en Afvalwaterbehandeling (RIZA). Die vinden dat Koeman moet opstappen en de verantwoordelijke ministers - Van Aartsen en De Boer voorop - flink moeten worden gekapitteld, wegens gebrek aan controle.

Zij constateren dat er, ondanks een vermindering van de hoeveelheid bestrijdingsmiddelen, geen verbetering van de waterkwaliteit optreedt. 'Ook voor de drinkwatervoorziening is er geen sprake van een verbetering', schrijft de Vewin, waarin de waterleidingbedrijven zich hebben verenigd.

'Praktisch alle voor de drinkwatervoorziening evident schadelijke middelen, waarvan al in het Meerjaren Plan Gewasbescherming aangekondigd was dat ze gesaneerd zouden worden, zijn nog toegelaten.'

Dat de reductie van het aantal kilogrammen gewasbeschermingsmiddelen waarvoor de bestrijdingsmiddelenbranche zich op de borst klopt maar weinig effect op het milieu heeft, is niet verwonderlijk. Allereerst doordat de reductie vooral zit in een heel specifieke groep middelen, namelijk die voor de grondontsmetting in de aardappelteelt (75 procent reductie). Het gebruik van fungiciden (middelen tegen schimmels), met ruim vierduizend ton nu de grootste groep, verminderde met nog geen vier procent.

'Dat is waar', erkent ir J. Debije, directeur van Ciba-Agro in Roosendaal en voorzitter van de Nefyto, de organisatie die de belangen van de fytofarmaceutische industrie behartigt. 'Ook de gunstige weersomstandigheden en de ongunstige economische ontwikkelingen in de landbouw, waaronder het braakleggen van gronden, hebben het gebruik van bestrijdingsmiddelen beperkt.'

Maar wellicht de belangrijkste reductie hebben de ontwikkelingen van de middelen zelf gegeven, denkt Debije. 'De nieuwe formules zijn de afgelopen decennia veel effectiever geworden. Ciba maakt bijvoorbeeld een middel waarvan je twintig gram actieve stof per hectare nodig hebt, vroeger was dat twee à drie kilo. Dat lijkt een reductie met een factor honderd, maar is het natuurlijk niet.'

De bestrijdingsmiddelen zijn per kilogram giftiger geworden. Waar het uiteindelijk om gaat, is natuurlijk de reductie van de emissies naar water, bodem en lucht. Dan moet niet alleen worden gekeken naar verbeteringen van de middelen, zoals een verminderde vluchtigheid of een snellere afbreekbaarheid, maar ook naar het gebruik ervan. Zoals niet spuiten bij wind, spuitvrije zones langs sloten, het plaatsen van schermen en het aanbrengen van speciale spuitdoppen op de machines.

'UIT ONDERZOEK blijkt dat we, wat de emissie betreft, door de toepassing van actievere middelen, weer op het niveau van 1985 zijn', zegt ing. R. Faassen van het RIZA. 'De officiële evaluatie is nog niet afgerond, maar ik geef je op een briefje dat een reductie van de emissies van minimaal zeventig procent in 1995, conform het Meerjaren Plan, absoluut niet wordt gerealiseerd.

'We hebben het niet over een geringe overschrijding van de normen, maar vaak over een factor honderd, duizend, soms tienduizend meer. Daarbij wordt niet een enkel gevoelig waterorganisme bedreigd, maar is sprake van acute giftigheid.'

Het meten van de (aquatische) toxiciteit van bestrijdingsmiddelen is moeilijk. Niet alleen moet in het laboratorium gekeken worden wanneer een vis, watervlo of alg het loodje legt, er moet ook worden bestudeerd bij welke concentratie van het betreffende middel er net geen veranderingen optreden (het no effect level).

Maar hoe weet je wat er in een sloot gebeurt? Daarvoor moet inzicht voorhanden zijn in de hoeveelheid bestrijdingsmiddelen die een boer op zijn land brengt, hoeveel daarvan verwaait (de zogenoemde drift) en in de sloot terecht komt, welk percentage er verdampt (en via de regen elders neerkomt). Ook de afbraaksnelheid van het middel speelt een belangrijke rol.

Uiteindelijk rolt er uit de literatuurgegevens en de berekeningen een wetenschappelijke norm. Als het deze norm zou hanteren, zo zegt het College voor de Toelating van Bestrijdingsmiddelen, dan zou er bijna geen bestrijdingsmiddel overblijven. Het college heeft ook de verantwoordelijkheid voor het beschikbaar houden van een breed pakket aan bestrijdingsmiddelen, benadrukt Koeman.

'Wij hanteren een cut-off-principe. Elke toepassing die de norm met een factor honderd overschrijdt, wordt direct beëindigd. Ligt de overschrijding tussen 1 en 100, dan geven we een tijdelijke verlenging van de toelating tot vier jaar, met de verplichting nadere gegevens te leveren.'

Vanwaar die factor honderd? Koeman: 'Dat is een educated guess. Wij denken dat het ''slootbox-model'', dat wij geacht worden te gebruiken, te conservatief is. Bovendien is er zo geen discussie meer over de middelen die we afwijzen. Dat spaart veel tijd en geld aan gerechtelijke procedures.'

Voor het berekenen van de giftigheid in een sloot zijn verschillende modellen beschikbaar. Het CTB werkt met het genoemde slootbox-model, dat schat hoeveel van het bestrijdingsmiddel er vanaf de akker in de sloot terechtkomt. Koeman kan wetenschappelijk aantonen dat delen van het model te pessimistische schattingen geven.

ANDERE onderzoekers kunnen echter met even grote stelligheid beweren dat de schattingen juist te optimistisch zijn. Bijvoorbeeld doordat de drift groter is dan aanvankelijk gedacht.

Ook met de derde doelstelling uit het Meerjaren Plan Gewasbescherming - vermindering van de afhankelijkheid van chemische gewasbescherming - gaat het nog niet zo goed.

'De landbouw is sinds de jaren vijftig pesticidenverslaafd', constateert prof. dr J. van Lenteren, hoogleraar in de insektenecologie in Wageningen. Dat is begrijpelijk, door de spectaculaire resultaten in de jaren veertig. 'Maar nu ontstaan er problemen. Niet alleen aan het milieu, ook voor de gewassen. Nieuwe plagen doen hun intrede en bestaande plaagorganismen worden resistent. Bovendien zijn pesticiden irreëel goedkoop. De samenleving betaalt de (milieu)kosten ervan.'

Van Lenteren heeft er niet zo'n moeite mee dat het CTB meer middelen toelaat dan afvoert. 'Je moet niet zeggen: er moeten produkten van de markt, maar je moet je afvragen: waarom zouden we gif gebruiken als er andere middelen zijn?' En die middelen zijn er volop, alleen werken ze niet in een omgeving waarin rijkelijk bestrijdingsmiddelen worden gespoten. 'Als je nu zou stoppen met spuiten, zouden er zo'n vijftien plagen in de landbouw overblijven', is Van Lenterens overtuiging. 'De rest wordt onderdrukt door het natuurlijke ecosysteem.'

Voor die vijftien plagen kun je verschillende biologische methoden inzetten: van rotatieteelt, het gebruik van minder gevoelige gewassen en het omzomen van percelen met kruiden waarin natuurlijke vijanden van plaagorganismen gedijen, tot het introduceren van natuurlijke vijanden, het uitzetten van steriele mannetjes van de plaagorganismen of het spuiten van suspensies met bacteriën of schimmels.

Hij voorspelt dat over een halve eeuw tachtig tot negentig procent van de gewasbescherming langs alternatieve routes gaat. 'Maar er moet wel geïnvesteerd worden in een andere aanpak. Ik verwijt de overheid dat ze dat niet doet.'

Ook Debije van Ciba ziet wel brood in biologische bestrijding. 'Vroeger dachten we dat chemie het enige was', zegt Debije. 'Nu kiezen we voor integrated pest management, waarbij chemische, biologische en biotechnologische bestrijding samengaan.' De inbouw van genen die planten minder aantrekkelijk maken voor plaagorganismen, ziet Debije voor de toekomst als een belangrijke manier van gewasbescherming.

De biologische bestrijding is veel verder dan menigeen denkt, stelt Van Lenteren, maar het ontbreekt aan kapitaal om de ideeën marktrijp te maken. 'Het College voor de Toelating van Bestrijdingsmiddelen zou wat meer van zijn creativiteit mogen gebruiken om ook de doelstelling van ''minder afhankelijkheid van chemicaliën'' uit het Meerjaren Plan Gewasbescherming te verwezenlijken.'

Maarten Evenblij

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden