Tussen triomf en fiasco

Zijn boek 'Piano Competitions Worldwide' is een Michelingids voor iedere pianist die een carrière ambieert. Gustav Alink, wiskundige en voormalig TNO-medewerker, nu full time concoursdeskundige, reist de wereld af en turft alle hoofd- en bijzaken van het mondiale pianocircuit....

De Oekraiense pianist Aleksei Grinjoek, 'meester van de grote Russische virtuositeit' (Le Figaro), 'overweldigend' (Chopin Magazine), won twee jaar geleden het Internationale Pianoconcours van Shanghai, een vijf sterrenconcours (*****). Eerder behaalde hij goud bij het internationale Horowitz-concours, een viersterrencompetitie in Kiev (****).

Pek en veren ontbraken nog, maar bij het internationale Koningin Elisabeth-concours dat zich momenteel afspeelt in Brussel (*****), is Grinjoek er in de eerste ronde al uit gevlogen.

Roberto Plano, de 25-jarige Italiaan die in het hoog aangeschreven, ooit 'Robert Casadesus' geheten concours in Cleveland (*****) pas nog aan de haal ging met de hoofdprijs van 20 duizend dollar ($$$$$), deelt in Grinjoeks wanfortuin. Ook hij heeft Brussel vorige week met stille trom moeten verlaten. Idem dito met Aleksander Pirozjenko uit Rusland, die tournees heeft gemaakt door Amerika, en ook in Weert en Amstelveen geen onbekende is. Pirozjenko won St.-Petersburg (***). Hij won in Newport (****, $$$). Nu is hij anoniem heengezonden uit het Brusselse Conservatoire.

De conclusie is, dat je het ene pianoconcours glansrijk kunt winnen temidden van een zwaar deelnemersveld, om in het volgende concours even makkelijk te worden geslacht. Ook de man of vrouw die na de week der finalisten in Brussel op 7 juni wordt uitgeroepen tot hoogste laureaat ($$$$) kan er in theorie op 12 juni in Zürich (*****, $$$$$) gewoon weer uitvliegen in de voorronde, waarna de pianist het op 16 juni weer kan proberen in Monte Carlo (World Music Masters, ****).

Van de triomf naar het fiasco. Niemand kijkt er meer van op. Alleen de grote Martha Argerich, zelf de enige ter wereld met een 100 procent concoursscore (ze deed mee in Bolzano *****, Genève **** en Warschau *****, en won alle keren) heeft zich er nog wel eens aan gestoord. Argerich snapte niet dat de door haar bewonderde Aleksei Sultanov, in 1989 nog de grote winnaar van het Van Cliburn-concours in Texas (*****), er bij de vorige Elisabeth-editie in Brussel 1999 al in de eerste ronde uit lag.

'Ze kwam pas bij de finale naar Brussel, maar stapte meteen op de jury af om opheldering te eisen: ''Hoe hebben jullie dát nou kunnen doen'',' weet drs Gustav Alink, wiskundige, voormalig TNO-medewerker, nu praktiserend wereldreiziger en full time concoursdeskundige. Hij rijdt ook nu weer vrijwel dagelijks heen en weer naar Brussel, hoewel hij vorige week ook wel van Brussel naar Kitzingen doorreed, bij Würzburg, waar het internationale Seiler Klavierwettbewerb (**) wordt gehouden.

Alink was ook uitgenodigd in Calabrië (**) en het Italiaanse Cantù (**), waar zich nu eveneens internationale pianoconcoursen afspelen, maar Alink weet niet of hij dat haalt. Want Dublin (*****) loopt ook nog. Een paar weken geleden viel er een gat, toen Peking (*****) werd afgelast vanwege het sars-virus. Het voordeel was dat Alink daardoor wat meer armslag had voor Kiev (****).

De sterren en de dollartekens zijn van Guus Alink. Het zijn belangrijkheid- en prijzengeldsymbolen in zijn nieuwe boek Piano Competitions Worldwide. Een soort Michelingids voor iedere pianist die een carrière ambieert. Maar het boek is ook te beschouwen als een spiegel voor pianoconcoursorganisaties. Want Alink houdt niet alleen een oogje op het aantal ronden met of zonder orkest, de vergoeding van reiskosten en de cd-productie voor prijswinnaars. Ook de zaalakoestiek en de kwaliteit van de gastverblijven heeft hij na jaren vol dubieuze ervaringen op de checklist genomen. Van de geblutste tingeltangel die hij als oefeninstrument aantrof op een Italiaans 'mafiaconcours', maakte hij foto's en een aantekening, en als juryleden hun mond niet kunnen houden tijdens het optreden van een kandidaat, noteert Alink een minpunt.

Die concoursorganisaties, dat zijn er nu bijna zeshonderd. Ruim zeven keer zoveel als vijftien jaar geleden, toen er een waanzinnig getal van tegen de tachtig te signaleren viel, en Alink zijn eerste concoursoverzicht uitbracht: Pianocompetitions. Uitgegeven in eigen beheer, werd het wegens toenemende drukte in het concourslandschap snel gevolgd door een tweede en een derde editie.

Toen er vervolgens geen houden meer aan was met de concoursen, bleef het tien jaar stil. Er viel voor Alink niet tegenop te rekenen, te schrijven en te drukken: 'Elke keer als ik een nieuw boek uitbracht, kwamen er een week later weer nieuwe concoursen bij', constateert hij effen, met de kalmte van de geboren statisticus. Zijn verzamelinstinct ontlook ooit aan de hand van sigarendoosjes, tot zijn vader die weggooide.

Het aantal levende pianisten dat aan internationale concoursen deelneemt of deelgenomen heeft, is intussen wereldwijd toegenomen van 15 duizend in 1990 naar 35 duizend nu. Dat is tenminste het aantal waarvan Alink de resultaten heeft bijgehouden, van Pollini en Argerich tot de jonge A. Kurbatov, die nu in Brussel pas aan zijn tweede internationale competitie deelnam, en in de halve finale sneuvelde.

Alink houdt alle gegevens bij van het eruit vliegen in een eerste of tweede ronde. Ook de keren dat pianisten niet komen opdagen, zet Alink trouw in de data base. Het vervolg op zijn boek 15.000 Pianists (1990) moet nog verschijnen, maar updates zijn al zichtbaar op Alinks website alink-argerich.org Zo moeten Alexander Kobrin en zijn internetfans oppassen. De jonge Rus won vijf jaar geleden de hoofdprijs in Glasgow, en werd in hetzelfde jaar eerste in Bolzano. Een fraaie dubbelslag, maar de nog fraaiere hoofdprijs die hij volgens de Alexander Kobrin-website van Classical Music Archives zou hebben gehaald op het Chopinconcours in Warschau 2000, is uit de duim gezogen. Kobrin werd daar derde, eerste was de Chinees Yundi Li.

Li's platenmaatschappij Deutsche Grammo phon weet er trouwens ook raad mee: op zijn jongste Liszt-cd heet de briljante Li, behalve Chopin-winnaar, ook 'winnaar' van het Liszt concours Utrecht. Onzin, hij werd daar derde. Het is minder droevig dan de faux pas rond Ivo Janssen, de Nederlander die door zijn sponsor werd uitgeroepen tot top prize winner (hij lag er in Sydney na de eerste ronde uit, en haalde in Brussel noch Bolzano de laatste ronde met orkest). En dat was weer minder erg dan de taferelen die Alink meemaakte op een concours in Italië, waar een talentarme musicienne voortaan als 'winnaar gouden medaille' door het leven mocht, nadat familieleden een fantasiepenning op het podium hadden geworpen.

De organisator van het 'tweede' Tsjaikovski-concours in Moskou (voor jongeren tot achttien) blijkt nog steeds te strooien met vervalste concoursuitslagen. Alink ontdekte dat de Rus met terugwerkende kracht de tweede prijs heeft toegekend aan een protégé die er in de eerste ronde uit lag, en de derde prijs aan iemand die überhaupt niet had meegedaan. Hij kwam erachter toen hij de tussenstanden opvroeg bij een Irakees jurylid, de in Finland getrouwde pianiste Hamsa Al-Wadi. Zij wist van niets. Alink vroeg opheldering, zette het 'schandaal' op het web aan de kaak, maar de frauduleuze organisator geeft geen krimp.

Het is niet louter vreugde en service die Alink de beroepsgroep heeft bezorgd, met zijn 15.000 Pianists en met de kalenders en resultaatoverzichten op zijn website. Want die vormen ook een spiegel der ontgoocheling. De Spanjaard Joaquin Soriano, een bekend concoursjurylid, en als pianist in eigen land wereldberoemd, reageerde als door een wesp gestoken, toen hij tot de ontdekking kwam dat pupillen en kandidaten nu zijn eigen vroegtijdige eliminaties in München, Warschau, Moskou en Lissabon konden nalezen. Later trok hij bij, meldt Alink. Ze zijn nu vrienden. Ook de advocaat die door een in Nederland wonende pianist werd opgetrommeld, werd uiteindelijk afbesteld.

'Er zijn veel pianisten die met mijn boeken opstaan en naar bed gaan', zegt Alink. Wat de Elo-rating is voor schakers, en de WTP-ranking voor tennissers, dat is Guus Alink voor pianisten en concoursorganisatoren.

Want hoewel de conclusie is dat je het ene concours kunt winnen, en bij het volgende als anonymus je koffer kunt pakken, bestaat er ook een conclusie 2. Die luidt, dat bij de enorme toename van concours-deelnames - pianisten blijven tegenwoordig tien, soms vijftien jaar het concourscircuit afreizen - ook zichtbaar wordt wat pianisten 'gemiddeld' waard zijn.

Van de twaalf Brussel-deelnemers die Alink heeft getipt voor de finale in juni - ze staan sinds de dag van de loting vermeld op een aparte pagina van zijn www.alink-argerich - drongen er acht door tot de halve finale. Geen slechte beginscore voor Alink, op een deelnemersveld van 109, waaronder een aantal lastig te taxeren novieten. Twee van die Alink-acht zijn inmiddels geëlimineerd. De resterende 'Alink-zes' de Russen Igosjina en Tebenitsjin, de Koreanen Lim en Sohn, de Chinese Jin Ju en de Duitser Eckardstein, vielen bij andere concoursen al in de prijzen. Alink betrok hun resultaten, inclusief vroegtijdige eliminaties, op verschillende 'zwaartes' van de concoursen waaraan ze meededen - gemeten naar repertoire, het aantal deelnemers en het gewicht van eerdere winnaars. 'Maar ik moet wat door de oogharen blijven kijken', zegt Alink. 'Verrassingen kunnen zich altijd weer voordoen.'

De Russin Timtsjenko, vorig jaar zo mooi tweede in Utrecht, kwam door haar resultaten op zeventien andere concoursen toch minder bovendrijven bij Alink.

Conclusie drie, is dat er zó ontiegelijk veel prijzen zijn te verdienen in het mondiale concourswezen, dat een statistiscus er steeds betrouwbaarder ratingformules op kan loslaten, maar dat concourswinst op zichzelf nauwelijks meer van invloed is op een carrière. Van de 'Brussel'-winnaars van de afgelopen twaalf jaar is alleen de winnaar van 1995, de Duitser Markus Groh, enigszins beroemd. Die van '99 (Vitali Samosjko) al weer vergeten. Van befaamde concoursen als het Amerikaanse Van Cliburn en 'het Tsjaikovski' in Moskou, halen zelfs de uitslagen buiten eigen land de krant niet meer, wat ook geldt voor het veel jongere Liszt-concours in Utrecht. 'Het katapulteffect is eruit', zegt Alink.

Monte Carlo probeert het - tevergeefs - nog met de voorwaarde dat uitsluitend pianisten die elders finalist waren mogen deelnemen aan zijn 'World Masters'. Zou één concours niet genoeg zijn voor de wereld? 'Daar is de wereld te groot voor', vindt Alink. 'Het blijven hoe dan ook platforms.' De beste blijven Warschau (Chopin), Fort Worth (Van Cliburn), Brussel, Leeds en Santander, heeft hij berekend. Maar honderd concoursen zou mooi zijn, denkt hij.

Alleen al Parijs, créateur d'étoiles, is een bron van hyperinflatie. Alink bezocht er onlangs zes Internationale Concoursen op één dag. Bij één ervan, het 'Mido' (voor 12 categorieën tot en met Excellence), trof Alink na intensief zoekwerk in het Parijse hoofdkwartier van de Unesco alleen maar de bestelde concertvleugel aan in een zaaltje. 'Er was geen jury, geen organisator, geen kandidaat, niets. Ik heb er een foto van gemaakt.'

Parijs telt 24 concoursen. Voorop het ooit illustere Marguérite Long, achteraan het Grands Amateurs de Piano, waar muzikale artsen en geschiedenisleraren uit binnen- en buitenland met elkaar wedijveren, met en zonder orkestbegeleiding. Turbo-inflatie komt van het Grand Concours Madeleine de Valmalète, dat aan bijna iedere deelnemer een 'eerste prijs' toekent.

Dan heeft Piotr Anderzewski, dat Pools-Hongaarse wonder van pianistische verfijning, het nog niet zo gek bekeken toen hij in Leeds de jury en het publiek verbijsterde door tijdens de halve finale van het podium te stappen omdat hij 'niet tevreden' was over zijn eigen Anton Webern-uitvoering. Startpunt van een fraaie carrière, met Virgin-platen en een concertagenda die hem onlangs als 'Bachpianist' met Frans Brüggen deed samenwerken.

De Russische Duitser Igor Kamenz, die in Brussel '91 door zijn moeder uit de competitie werd gehaald omdat zij hem ondermaats vond spelen (ze stuurde hem naar het Hamburgse tankstation waar hij werkte, maar de jury riep hem terug), is met rond 100 concoursdeelnames nog altijd wereldrecordhouder, samen met de Fransman Casal. Qua leeftijd zijn ze beiden het circuit inmiddels ontgroeid, zodat de Koreaan Huang ze mogelijk kan inhalen. Hij schrijft zich jaarlijks op 15 tot 18 concoursen in, het aantal dat ook Alink (meestal op uitnodiging) afloopt.

De rol van de Amerikaanse toerist McCarthy, die zich bij concoursen over de hele wereld inschreef, maar nooit het podium opkwam (hij profiteerde alleen van tickets en gastverblijven), is overgenomen door een Joegoslavische.

Er zit muziek in concoursen. Een Duits jurylid trouwde in Leipzig (***) met een kandidate. Een Japanse kandidate trouwde in Utrecht (*****) met een zoon uit haar gastgezin. Alink ontmoette in Taiwan (****) twee jaar geleden zijn bruid Akemi Yamamoto, pianiste uit Japan. Ook haar verrichtingen staan uitgemeten op het net. Alink: 'Ik houd niets achter'.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden