Tussen Pools katholiek en Russisch orthodox

Je ontleent geen identiteit aan een grens en dat is het probleem van Wit-Rusland dat balanceert 'tussen Europa en Azië'....

DE RODE kathedraal van Bialystok stroomt om halfacht 's avonds voor de zoveelste keer deze zondag helemaal vol. Het is de laatste mis, en misschien daarom zo populair bij studenten. De muziek en de toon van de mis zijn aan het publiek aangepast, zegt Katarzyna (net afgestudeerd milieukundige, nu journalist). 'Het is er gezelliger.' Zitplaatsen zijn allang weg, staanplaatsen worden schaars. Iedereen begroet iedereen binnen reikwijdte, iedereen kent iedereen. De trappen voor de kathedraal zijn op zondagavond de drukste ontmoetingsplaats in Bialystok.

Vóór 1989 was de kerk, deze kerk, elke kerk in Polen, de plaats waar het verzet bloeide. Een vrijplaats waar zelfs het leger van generaal Jaruzelski zijn macht verloor. Katarzyna: 'Naar de kerk gaan was een vorm van protest. In de kerk hadden we heel sterk het gevoel dat we samen waren. We voelden ons vrije Polen. In de kerk waren we onaantastbaar.'

Het kerkgevoel was sterk genoeg om de Polen na 1989 ook door de diepe economische malaise te slepen. Alleen de herinnering daaraan is voor de meesten genoeg om nog steeds te komen. 'Hier voelen we ons Pools met de Polen.' Achter de kerkdeuren ligt een deel van de Poolse ziel.

Ook Grodno heeft kerken, zelfs een oude houten Duitse kerk die de ingezetenen nog altijd 'Kirche' noemen. Maar de Wit-Russische ziel zul je daar niet aantreffen. De orthodoxe kerk is Russisch, de katholieke Pools. Wit-Russisch is, volgens Aleksandr Milinkevich, dat het land op de grens ligt tussen die twee kerken: tussen katholiek en orthodox, 'tussen Europa en Azië'. Maar daaraan ontleen je geen identiteit.

Een beetje weg van de straat, in een klein perkje, staat de gebeeldhouwde kop van Janka Kupala. In de straat die in de Tweede Wereldoorlog 'Adolf Hitlerstraat' heette, zegt Andrej grijnzend. Andrej is een cynicus die graag een beetje mag provoceren - hij draagt duidelijk zichtbaar een speldje van het Jongeren Front, de dissidente tegenhanger van president Loekasjenko's Unie van Wit-Russische Patriottische Jeugd, in de wandelgangen spottend 'Loekomol' genoemd naar de voormalige Sovjet-jeugdorganisatie Komsomol.

Andrej's Jongeren Front is anti-Sovjet en pro-Wit-Russisch, en daarom kleeft er aan zijn speldje een clandestiene lucht die maakt dat andere studenten giechelen als ze het zien. Andrej is het type mens dat zich thuisvoelt in het clandestiene: hij is iemand die altijd weet waar je spullen kunt kopen die nergens te krijgen zijn, of waar je ongezien geld kunt wisselen. Hij is ook het type dat weet dat deze straat de Adolf Hitlerstraat was en dat Janka Kupala, naar wie de universiteit is genoemd, de belangrijkste dichter van zijn land was, 'de Poesjkin van Wit-Rusland'. Dat laatste speelt niet echt een rol meer sinds de president de onafhankelijkheid liefst weer ongedaan wil maken en wil terugkeren in een nieuw Sovjet-blok.

In Wit-Rusland zelf beschouwt nog maar 10 procent van de bevolking zich echt als Wit-Rus - en die 10 procent wordt door Loekasjenko ('Ik ben een Wit-Rus, maar een Russische Wit-Rus') met argusogen bekeken.

De meeste mensen in Wit-Rusland doen er niks meer aan, vinden alles best, zijn gewend geraakt aan het Russisch of zijn zelf een aanslibsel van de permanente verhuispolitiek van Stalin - die de volkeren van Rusland door elkaar had willen klutsen tot één 'Homo Sovjeticus'.

De Homo Sovjeticus Aleksandr Loekasjenko heeft een einde gemaakt aan de kortstondige Wit-Russische opleving in zijn land. Hij schafte het historische wapen met de 'Pogonja' (de Litouwse ridder) af en verving het door het rode wapen uit de Sovjet-tijd. Hij waardeerde het Russisch weer op tot staatstaal nummer één, en draaide het net opgebloeide onderwijs in het Wit-Russisch successievelijk de nek om. In Grodno werd vier jaar geleden nog op 28 van de 32 scholen lesgegeven in het Wit-Russisch, nu nog maar op één.

De taal van Janka Kupala gaat vertrouwd ondergronds - waar ze het grootste deel van de lange geschiedenis toch al heeft vertoefd. Wit-Russen moeten ver teruggaan om uitbundige hoogtepunten van eigen cultuur te vinden: 'Wit-Rusland was het tweede land dat de Bijbel in de landstaal vertaalde, na Tsjechië', beweert Aleksandr Milinkevich. Hij doceert natuurkunde (in het Wit-Russisch) en is directeur van Ratusha, een organisatie die zich met internationaal geld beijvert voor de mensenrechten.

Op woensdag dromt in het kantoor van Ratusha een groepje heren samen: de vereniging tot instandhouding van de Wit-Russische cultuur. Zij beheren een tragisch goed. Het mag een wonder heten dat het überhaupt nog bestaat. Het mag sowieso een wonder heten dat dit land bestaat, een land dat eigenlijk nooit een land is geweest. Het hoorde bij het Litouwse rijk toen dat zich uitstrekte van de Baltische tot de Zwarte Zee; het viel onder Polen toen dat groot was; het werd ingelijfd bij Rusland; het werd opgedeeld tussen die twee. En beurtelings door de Polen en de Russen werd het Wit-Russisch als officiële taal verboden, en ging het ondergronds. Het overleefde vooral in de dorpen, en veranderde daardoor van de melodieuze dichterstaal - geschikt voor vertaling van de Bijbel - in een boerentaal. 'Alleen in de jaren twintig', zegt Milinkevich met een twinkeling in zijn ogen, 'was er een Wit-Russische beweging onder de intelligentsia van Minsk. Maar die opleving duurde niet lang. In 1926 waren deze Wit-Russen - ingenieurs, hoogleraren, advocaten, schrijvers - de eersten die door Stalin naar Siberië werden gestuurd. In Wit-Rusland is de Goelag begonnen'

Op deze droevige ondergrond was de opleving van de taal en de onafhankelijkheid in 1991 een regelrechte revolutie. Bijna uit het niets was Janka Kupala overal terug, van Grodno tot Minsk. Er bloeide zelfs zoiets op als een nationaal bewustzijn, een historisch bewustzijn. Een gevoel als op zondag in een Poolse kerk, misschien.

Zelfs bij de jonge Elena groeide iets dergelijks. Ze is Russisch opgevoed en spreekt amper Wit-Russisch. 's Avonds kijkt ze naar de Russische televisie, of naar de Poolse.

'En dan zie ik het verschil', zegt ze zacht. Ze ziet hoe prachtig Polen wordt. Ze ziet hoe zelfs Rusland tegenwoordig een vrijer, opener en moderner land is dan het hare - althans op de televisie. En desondanks wil ze geen Russische meer worden. Ze is in zes jaar van haar nieuwe kleine 10 miljoen-mensenland gaan houden. Een land waarvan nooit iemand weet waar het ligt, waarna ze met gepaste bescheidenheid altijd vertelt dat het 'vlakbij Polen' is. Dat kennen ze wel. Ze houdt zich ferm: 'Het verschil met Polen is groot, maar we kunnen er wel mee leven.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden