Tussen paus en baviaan

Gerrit Komrij schrijft al jaren geen vlijmscherpe essays meer, zijn romans zijn matig, zijn eens geruchtmakende bloemlezing is overbodig geworden en dat dichterschap des vaderlands moeten we maar zo gauw mogelijk vergeten....

Zou dit alles erop kunnen wijzen dat Komrij hopeloos op zijn retour is, met de verzamelbundel Alle gedichten tot gisteren herinnert hij ons eraan dat hij ook nog dichter was. Onder dezelfde titel legde hij tien jaar geleden zijn posche productie bij elkaar. De nieuwe versie telt maar liefst tweehonderd gedichten meer.

Dit boek bewijst dat Komrij - naast alles wat hij verder voor de Nederlandse literatuur heeft betekend - in de allereerste plaats een dichter is, en wel een dichter die wars is van welke mode dan ook. Al veertig jaar schrijft hij rijmende gedichten, veelal sonnetten of combinaties van kwatrijnen, die steevast draaien om eeuwige thema's als vergankelijkheid, de vergeefsheid van alle menselijke strevingen en de onmogelijkheid van werkelijk contact.

De dichter gelooft niet in authenticiteit, meent dat iedereen een masker draagt waaronder een tweede masker waaronder - en zo voort tot in het oneindige. Uitzichtloze, onpersoonlijke poe, gesteld in een bedrieglijk eenvoudig idioom dat slechts een lichte ironie vertoont.

Veel gedichten zijn echter, juist door hun ongrijpbaarheid, helemaal niet zo eenvoudig. Sterker nog, sommige herinneren aan de ongenaakbaarheid van Hans Faverey en Gerrit Kouwenaar: 'Het zijn de kersen in een blauwe kom./ Het is de kom die valt en breekt tot gruis./ Het zijn de scherven in een splinterbom./ Het is de bom die neerdaalt op een huis.' Het gedicht dat zo begint, eindigt met: 'Het is de vonk die in je ogen schiet / En met die ogen kijk je me nu aan.'

Raadselachtig, met een zweem van horror, is de 'oncyclische cyclus' waarmee de bundel besloten wordt: 'Over de aarde kruip ik tot/ ik, mengelmoes van pus en korst -/ de antithese van een god -/ koud water voel tegen mijn borst.'

Komrij schrijft veel en soms in een te hoog tempo, waardoor niet alle gedichten hetzelfde niveau hebben, enkele zelfs op de automatische piloot tot stand lijken te zijn gekomen, en zeshonderd bladzijden vanitas zijn ook voor de grootste misantroop een beetje te veel van het goede. Maar wie ben ik om dat te zeggen? De recensent is immers een 'knechtje met het air van potentaat', dat zich 'volvreet en vervolgens lucht geeft aan/ Zijn windophoping en antipathie -/ Een kruising tussen paus en baviaan.' De bewering dat Komrij een bijzondere dichter is, betekent dus niets. Literatuur: 'Het is het circus van de ah's en oh's.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden