Tussen Pastoe en pastiche

Met een veiling van Pastoe-meubelen wordt de tentoonstelling Like Pastoe in de Kunsthal afgesloten. Ook de nodige ontwerpen van boegbeeld Cees Braakman gaan onder de hamer. Een verkenning 'vintage Braakman' in 12 vragen.

Soberheid als stijlkenmerk?

Dat kun je wel zeggen. In Amerika is er zeker een markt voor ('very postwar European'). Ook klanten die bij Wieke Akkerman in de zaak komen, associëren Pastoe-ontwerper Cees Braakman, wel eens met de armoe van de wederopbouwjaren, zegt de verzamelaar en handelaar van Vervlogen Jaren. Maar dan heeft Akkerman het vooral over zijn berkenperiode. Sober kun je de teakhouten dressoirs van de U+N-serie met zwart ingelegde handgrepen eigenlijk niet noemen, minimalistisch dekt de lading beter. Maar ook in België, Frankrijk, Engeland, Italië, Spanje is vintage Pastoe gewild. Ook het berkenhouten spul. 'Zonnig' noemt zij dat, vanwege de lichtheid van het hout en het ontwerp. De speelse luspootjes zijn typerend voor Braakman, ofschoon niet exclusief (bij tijdgenoot Edward Wormley kom je ze ook tegen). En met nostalgie heeft het ook te maken. Al is het in haar geval andermans jeugd die erin meegebakken is: 'Bij ons thuis waren de meubels zwaar en oerdegelijk. Pastoe was iets voor de elite.'


Hoe origineel zijn Braakmans ontwerpen eigenlijk?

Goeie vraag. Authenticiteit was, zeker in zijn begintijd, nauwelijks een issue. Design zoals we dat nu kennen, bestond nog niet. De draadstoel die hij met Dekker ontwierp, lijkt inderdaad op die van Harry Bertoia. De multiplex eetkamerstoel heeft overduidelijk Eamestrekken en de Combexfauteuil is overgenomen van de Japanner Junzo Sakakura. Neemt niet weg dat er genoeg overblijft voor een eigen signatuur. En er waren er meer die schaamteloos leentjebuur speelden.


Wat gaat er onder de hamer in Rotterdam?

Van eethoek tot toilettafel. Van theewagen tot gemakkelijke stoel. Plus de nodige kasten - Braakmans sterke punt. Het aanbod is niet compleet, wel gevarieerd (178 lotnummers, inclusief hedendaags Pastoerepertoire). Inbrengers zijn professionele (web)winkels, een enkele particulier en Pastoe zelf. 'We hadden zelf het een en ander staan en we hebben speciaal voor de tentoonstelling een aantal dingen gekocht', zegt Pastoe-directeur Remco van der Voort. Een bijzonder stuk, dat 'in de opslag stond te verstoffen', is een houten bank zonder leuningen met omgekeerde V-poten en ronde gaten in het zitvlak. 'We twijfelden of het wel Pastoe was. Er zit geen stempel op. Maar op het nippertje vonden we hem in een oude catalogus.' Richtprijs voor de Combex AB05, circa 1953, geïdentificeerde bank ('de gaten zijn voor de ventilatie; er hebben kussens op gezeten'): 1800-2200 euro.


Is de veiling in de Kunsthal een graadmeter voor de waarde van Braakman?

Zo'n veiling kan de prijzen opdrijven; het kan voor een koper interessant zijn iets in huis te hebben dat afkomstig is van een expositie. Maar het kan vriezen of dooien. De handelaren brengen hun beste spullen in, die ze soms jarenlang hebben opgespaard. Hun naam staat een beetje op het spel. 'Spannend', vindt Wieke Akkerman.


'Het is een bizarre markt die als een gek kan pieken en dalen', aldus Ronald de Frel van galerie Dag Rotterdam! (niet vertegenwoordigd op de veiling). Vintage design is gevoelig voor trends en hypes, prijzen kunnen lokaal enorm verschillen. Bovendien is de markt door de jaren heen én geprofessionaliseerd én versplinterd geraakt: tussen braderie- en oliesjeikniveau zit van alles. De Frel roert zich in de 'high end'-sector. Zijn waar is bijvoorbeeld te vinden op 1stdibs.com, een exclusief Amerikaans internetportaal, waarvoor leveranciers 350 euro per maand betalen. Ook daar is Cees Braakman als zoekterm voorgeprogrammeerd. Maar een simpel eiken theekastje zul je er niet aantreffen. Nederlandse prijzen gaan er makkelijk acht keer over de kop. Frel: 'Op 1stdibs.com zitten vooral interior designers die shoppen voor puissant rijke klanten in Miami.'


Het is wat de gek ervoor geeft.


Precies. Maar dat is niet alleen onderhevig aan smaak en toeval.


Klopt het dat de herwaardering van Braakman vanuit Amerika is voorgekookt?

Ach, voorkoken... Afdwingen kun je zoiets nooit, ofschoon je van kenners oog voor kwaliteit mag verwachten. Jan Willem van de Vreugde van De Vreugde Design (niet aanwezig op de veiling) kan er uit eerste hand over meepraten. Eind jaren negentig doken er 'mannetjes' op in zijn zaak. Amerikanen die alleen maar oog hadden voor Cees Braakman. 'Ik kocht die kastjes altijd op gevoel. Er hing nog geen prijskaartje aan. Dat is daarna wel veranderd.'


Het is een beproefde strategie, volgens Van de Vreugde. 'Zo'n galerie aast internationaal op minder bekende ontwerpers die ze in de markt kunnen zetten. Zij kopen ter plekke in voor gunstige prijzen, organiseren een goede verkooptentoonstelling en er worden torenhoge prijzen betaald.' R Gallery in New York lukte dat in 2000 met Braakman uit de kunst. Mooi catalogusje erbij (Made to measure, UMS-Pastoe and Cees Braakman: 1948-1968) en klaar. Een tafel met zwartmetalen onderstel ging daar weg voor 9.000 gulden. In de Rotterdamse catalogus is de richtprijs voor de duurste Braakmantafel (een TR13 uit 1958 van palissander, mét vier stoelen SM14) 1.500-2.000 euro.


Trouwens: AB05, TR13, SM14?

Die codenamen werden begin jaren vijftig ingevoerd als teken van vooruitstrevendheid. Daarvoor waren voornamen ('Irene') usance. In het Pastoe-alfabet staat T voor tafel en R voor rozenhout (palissander). S is stoel, M betekent metaal. Maar waarom de U van de U+N-serie - ook bekend als de 'voorslagserie' en intussen nog beter bekend als de Japanse serie - voor teak staat? De kasten zijn gemaakt van U (teak) en N (notenhout).


Sinds 2000 is Braakman dus in de vaart der volkeren opgestoten?

Dankzij R Gallery heeft Braakman cachet gegekregen. 'En na de Amerikanen kwamen de Japanners', zegt Van de Vreugde. 'Die hadden natuurlijk gezien wat er in Amerika was gebeurd.' De Japanse handelaren bleken verzot op de U+N-serie. Van de Vreugde kocht ze in die tijd zonder nadenken. Hij raakte ze toch wel kwijt, 'voor wel tien keer de inkoopsprijs'. Hij lacht: 'Ik kan het nu wel zeggen. Die naam 'Japanse serie' heb ik bedacht. Ze werden gekocht door Japanners en ze hebben een Japanse uitstraling, zo is het gekomen.' Maar voor hem loont het niet meer. 'Vroeger verkocht ik zo'n lang dressoir voor 1.000 euro. Als ik het er nu voor kan inkopen: heel graag. Er zijn zoveel handelaren bijgekomen. Ook op Marktplaats. Ze weten heel goed wat ze ervoor kunnen vragen. Of ze het hier ook krijgen, is een tweede. Nederlanders zijn nuchter. Een euro geef je maar één keer uit.'


Hoeveel doet een 'Japans dressoir' in Rotterdam?

Er is een zeldzaam zesdeursexemplaar, getaxeerd op 3.000-5.000 euro. Daar zal je niet gauw een tweede van vinden - die is in opdracht gemaakt. Een vierkanter model met twee teakdeuren en twee witgelakte kleppen staat voor minimaal 1.400 euro in de catalogus. Datzelfde bergmeubel (CU05) kocht je in 1959 voor 495 gulden; de notenvariant kostte 475 gulden.


Nog meer bijzondere items?

De egaal zwarte KB04 uit 1957 met luspoten (1200-1600 euro) zal niet door iedere Braakmanfan op prijs worden gesteld. Zeldzaam is de kast uit de berkenserie zeker. Hij is authentiek, niet in tweede instantie overgeschilderd. 'Dat kun je duidelijk zien', zegt Wieke Akkerman. Bovendien weet ze dat een Belgische collega een zwart bureau uit dezelfde serie in bezit heeft.


Wat maakt stukken schaars of zeldzaam?

Het was seriewerk wat Braakman maakte; naar het buitenland werd overigens niet veel geëxporteerd. Exclusief waren de adhoc-aanpassingen in kleur en materiaalgebruik op verzoek van een klant. Dat soort buitenissigheden maken een item bijzonder. De looptijd van een serie, de duurzaamheid ervan (snel kapot) of het bestaan van remakes spelen ook een rol. Van de schaarse Combex-serie beweert trouwens de een dat hij kort in productie is geweest, terwijl de ander (Pastoe-directeur) de degelijkheid ervan in twijfel trekt.


Waarom zou je voor een morsig kuipstoeltje 500 euro neertellen?

Je vindt het eigenlijk een supermooi stoeltje? Alleen: die vlekken en slijtplekken, moet dat nou? Dat moet niet, dat is 'gebruikspatine' in de woorden van Gavelers-veilingmeester Marcel Brouwer. Je kunt er lyrisch over doen of niet, maar de doorleefdheid van een meubelstuk draagt juist bij aan de charme. Of je het als toekomstige gebruiker fris vindt, is een andere zaak. Schoonmaken, oplappen, laten restaureren of wegzetten in een museumdepot: het kan allemaal. Onthou dat originaliteit in de handel zwaarder weegt dan hygiëne. En er valt in de verkeerde handen veel aan te vernaggelen.


Waaraan herken je een echte Braakman?

Simpel: aan het Pastoestempel. Ontbreekt het stempel, kun je er de oude bedrijfscatalogi op naslaan. Het is de bedoeling van Pastoe om die online toegankelijk te maken. Zover is het nog niet. Het papieren Pastoe-archief is in te zien in Het Utrechts Archief. Wantrouw 'toeschrijvingen', zeggen de kenners. Op Marktplaats is die slag om de arm vaak non-existent. Iedereen verkondigt zijn eigen waarheid. Of Pastoe en Braakman worden lukraak opgevoerd als soortnaam, in de betekenis van: in de stijl van. Niks mis mee, zolang het je geen cent extra kost.


CEES BRAAKMAN

Wie UMS Pastoe zegt, zegt Braakman en andersom. Eerst zwaaide vader Dirk Lubertus de scepter als ontwerper/bedrijfsleider in de Utrechtse Machinale Stoel- en Meubelfabriek van Frits Loeb. Zoon Cees (1917-1995), die boven de zaak op Rotsoord werd geboren, kwam in 1934 in dienst als ontwerper. Cees Braakman - eerder een ambachtsman dan een tekenaar of artistiekeling - had de tijd mee. Het meubelbedrijf wilde overstappen op nieuwe stijlen, maar kon moeilijk afstand doen van het decoratieve. Na de Tweede Wereldoorlog moest de firma, compleet leeggehaald, zichzelf wel opnieuw uitvinden. Frits Loeb ging in Amerika polshoogte nemen bij meubelfabrikanten die dankzij nieuwigheden uit de oorlogsindustrie sterk waren gemoderniseerd. Loeb stuurde de jonge Braakman op studiereis naar Amerika. Daar zag hij, bijvoorbeeld bij Herman Miller in Michigan, producent van Eames, hoe ontwerp en productieproces naadloos op elkaar aansloten. Hij raakte onder de indruk van de mogelijkheden van gebogen multiplex en de verschillende houttoepassingen. Het was de tijd van woningnood en wederopbouw. Grondstoffen waren schaars. Stichting Goed Wonen bekommerde zich om een optimaal wooncomfort. De jaren vijftig en zestig zijn de hoogtijdagen van Cees Braakman.


Pastoe-veiling, Kunsthal Rotterdam, 27/5 (15.30 uur en 18.30 uur). Toegang gratis. Kijkdagen: 24, 25, 26/5. Reguliere toegangstijden en -prijzen. Gavelers.com

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden