Tussen orthodoxen en atheïsten

Religie We hebben alle 'onzin' (lees godsdienst) uit ons wereldbeeld weggesneden. Vader Henk en zoon Pieter van Os zien dat niet als vooruitgang. We blijven immers richtingloos achter. Een briefwisseling over de 'drang naar godsdienst'.

MATTHEA WESTERDUIN

Door een schele reus wordt hij begeleid naar zijn grote liefde. Hij stort neer in Noord-Korea tussen de coulissen van een vijandelijk circus en wordt bevrijd door een Siamese tweeling. Twee jaar lang verdwijnt hij van de aardbodem, ziet heksen en vangt zwarte vissen. Edward Bloom ondervindt het allemaal. Althans dat zegt hij. Tot grote frustratie van zijn zoon. Zittend aan zijn vaders sterfbed weet hij nog steeds niet wat voor man zijn vader is geweest.

Politiek redacteur van NRC Handelsblad Pieter van Os schrijft over Tim Burtons film Big Fish in het slot van een brief aan zijn vader, kunsthistoricus Henk van Os. Ook zijn vader heeft 'er altijd van gehouden de wereld mooier voor te stellen dan hij is.' Acht brieven schreven vader en zoon elkaar over geloof, verbeelding en godsdienst, onder de titel Vader en zoon krijgen de geest. Brieven over de drang tot godsdienst.

In de mooiste brief van de acht wijst Pieter van Os op de overeenkomst tussen zijn vader en Burtons fantasie. Het personage Edward Bloom heeft van zijn hele leven een fantastisch verhaal gemaakt. Ieder moment wemelt van de circusdirecteuren, heksen en opspringende reuzenvissen. Edwards zoon, moe van al die verhalen, stort zich als journalist op de werkelijkheid.

Het verhaal uit Big Fish laat de spanning zien tussen vader en zoon Van Os. Beiden schrijven over ingrijpende momenten in hun leven: de dood van het zusje van Henk van Os en de zelfmoord en schizofrenie van zoon en broer Wouter. Maar de politiek redacteur moet het met de feiten doen, terwijl zijn vader een verhalenverteller is met een drang tot godsdienst.

Tegelijkertijd is het relaas van Edward Bloom een illustratie van een breder probleem: ons wereldbeeld is ont-toverd geraakt. Alle 'onzin' (lees godsdienst) hebben we weggesneden en gezamenlijke verbanden van kerk en zuil zijn afgebrokkeld. Pieter van Os ziet dat niet vanzelfsprekend als een vooruitgang: het heeft ons richtingloos achtergelaten.

De seculariseringtheorie in Big Fish-taal. Mondiaal gaat die niet op, voor GeenStijl, PowNed, en de meeste intellectuelen in Nederland wel. 'We zijn in ieder geval tegen God!' Dat antwoordde Dominique Weesie, oprichter van GeenStijl op de vraag of hij tegen politiek rechts of tegen politiek links was.

Ook veel Nederlandse intellectuelen zitten op die lijn. Vorig jaar april bracht De Groene Amsterdammer een special uit over 'het grootste maatschappelijk probleem van Nederland volgens vijfenzeventig wetenschappers'. Niet één van hen noemde geloof, kerk, ongeloof of ontkerkelijking. 'Een land dat eeuwenlang talloze vrome orthodoxe christenen telde, kijkt tegenwoordig naar zichzelf zonder geloof en religie ook maar te noemen', concludeert Pieter van Os.

Wij hebben ons, net als de zoon van Edward Bloom, op de kale realiteit gestort, zo lijkt de redenering van Pieter van Os. Verhalen over opstanding uit de dood, splijtende zeeën en sprekende ezels zijn verdwenen uit ons collectieve geheugen.

Vader Van Os neemt daar geen genoegen mee. Hij gaat iedere zondag naar de Obrechtkerk in Amsterdam. Niet om klare zekerheden te horen. Hij heeft gebroken met het idee dat God luid en duidelijk uit de hemel sprak en zonder gelovigen ook wel zou bestaan. Zijn geloof is van het soort 'jezelf aan je haren uit het moeras trekken' en 'durven springen in de hoop dat je wordt opgevangen'.

De godsdienst van Henk van Os gaat over gelovigen, hun wil om te veranderen en hun gevoel van totale machteloosheid. Dat laatste ondervond hij toen hem werd verteld dat zijn zusje Gerdientje verongelukt was. Uit blinde woede begon hij onafgebroken te vloeken. Soms is dat het enige wat je kunt doen, zo lijkt Van Os te zeggen.

Schelden tegen God. In de vroege Middeleeuwen heette dat liturgisch vervloeken. Bij God kon je terecht met dankbaarheid, maar ook met razernij, verdriet en blinde woede.

Godsdienst als uitweg voor totale onmacht. Het sympathieke aan het verhaal van Van Os is dat het daar niet bij blijft. Zijn omgang met God doet tegelijkertijd een appèl op wie hij zelf is. Tegenover God heeft zelfrechtvaardiging weinig zin. Als vergaand voorbeeld noemt hij Franciscus van Assisi. Die werd als heilige vereerd, niet omdat hij uit zichzelf zo'n goed mens was, maar omdat hij radicaal iemand anders wilde zijn.

Het zijn dit soort observaties die het boek interessant maken. Onze obsessie met authenticiteit en 'lekker jezelf zijn' komt met het verhaal van de heilig Franciscus in een totaal ander daglicht te staan.

Het vergt nogal wat lef om als kunsthistoricus of als politiek redacteur over dit soort onderwerpen te schrijven. De discussies over religie worden maar al te vaak gedomineerd door twee fronten: de orthodoxen tegenover de atheïsten. Andries Knevel tegenover Herman Philipse. Iets zeggen over het schemergebied daar tussenin wordt weinigen in dank afgenomen. Beter is het om je als agnost aan de zijlijn te begeven.

Vader en zoon Van Os doen dat niet en dat levert mooi proza op. Niet direct in de eerste brieven, die net zo goed essays hadden kunnen zijn, wel in de brieven die daarop volgen. Die zijn persoonlijker. Pas dan wordt het voor de lezer helder wat die drang tot godsdienst voor Henk van Os precies betekent en waarom zijn zoon het als een gemis ziet dat hij het zonder moet doen.

Toch kleeft er een groot bezwaar aan het boek en dat heeft alles te maken met de Big Fish-vergelijking. Zowel vader als zoon Van Os suggereert een tweedeling tussen onze onttoverde wereld, waaruit alle fantastische verhalen zijn weggesneden, en een betoverd verleden. Het is een tegenstelling die vaak wordt gebruikt

Maar ze is misleidend. Voor je het weet maak je van heden en verleden een cliché. Onze wereld is kaal en complex, maar een paar eeuwen geleden liepen onze godsdienstige voorouders rond in een wonderlijke sprookjestuin. Iedere herkenning met het verleden is dan uitgesloten.

In het geval van Henk van Os zou je over het hoofd zien dat zijn drang tot godsdienst niet zo veel afwijkt van gelovigen die een paar duizend jaar geleden leefden. Ook toen geloofden ze niet in een abstracte God, die vanuit grote hoogte zijn wijsheden op de aarde afvuurde.

Als je de Hebreeuwse Bijbel zou lezen met de blik van Henk en Pieter van Os zou je niet tot die conclusie komen. Daarin spreekt God vaak genoeg direct tot mensen - 'de Heer zei', 'zo sprak God' - alsof Gods stem luid en duidelijk uit de hemel klonk. Maar de Bijbelwetenschappers Marjo Korpel en Johannes Vermeer hebben in een originele studie laten zien dat men toen ook wel wist dat er bij dat soort teksten sprake was van een stijlmiddel.

Uitspraken die aan God werden toegedicht, waren de conclusies van een lang en ingewikkeld proces: schrijvers, koningen en het volk moesten erachter zien te komen of een boodschap van een profeet wel of niet van goddelijke oorsprong was. Woorden kwamen nooit direct uit de hemel vallen. Daarvoor waren menselijke bemiddelaars nodig.

Anders geformuleerd, als mensen niets hadden gezegd, zou God niet hebben gesproken. Dat wist men toen ook. Geen wonderspeeltuin à la Edward Bloom dus, maar een wereld waarin gelovigen evengoed hard zochten, machteloos waren, dingen probeerden en evenzo vaak in het donker tastten.

Henk & Pieter van Os: Vader & zoon krijgen de geest.

Balans; 176 pagina's; € 16,95.

ISBN 978 94 6003 404 6.

GEEN PRIVéCORRESPONDENTIE

De briefwisseling tussen de hoogleraar kunstgeschiedenis Henk van Os en zijn zoon Pieter begon met een televisiedocumentaire over vader Van Os. De documentaire was gemaakt naar aanleiding van Henk van Os' afscheid van het kunstprogramma Beeldenstorm.

De voormalig directeur van het Rijksmuseum had door het programma nationale bekendheid gekregen. Toen Pieter van Os, werkzaam op de Haagse redactie van NRC Handelsblad, in de documentaire werd gevraagd naar de liefde van zijn vader voor kunst, antwoordde hij dat je die niet zou begrijpen als je je niet zou verdiepen in zijn vaders 'drang tot godsdienst'.

Naar aanleiding van die opmerking schreef zijn vader hem een brief. Daarop ontstond het idee om elkaar brieven te schrijven over de vraag wat geloven voor hen betekent. Vanaf het begin was het de bedoeling de brieven te publiceren.

undefined

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden