Tussen hoofddoek, Stalin en tangaslip

Een reis rond de Zwarte Zee levert één conclusie op: Turkije is moderner dan Zuidoost-Europa. Slot van een serie...

Van onze correspondent Olaf Tempelman

Vierduizend kilometer heeft de teller van mijn oude Volvo erbij. Twee wieldoppen is de auto lichter, met dank aan de kraters in het Roemeense, Oekraïense, Georgische en Bulgaarse asfalt.

Door het Turkse asfalt werd mijn auto gespaard. Behalve met het wegdek, was het ook met de dienstverlening en de levensstandaard in Turkije flink wat beter gesteld dan in de andere landen die ik rond de Zwarte Zee aandeed.

Waarom zijn Roemenië en Bulgarije dan wel EU-lid en Turkije niet? Omdat, denk ik, de EU-uitbreiding minder met economie te maken heeft dan met politiek, religie en chauvinisme. Turkije is groot, islamitisch en erg nationalistisch.

Dit nationalisme is een gevolg van een door en door multi-etnisch verleden. Wie langs de Zwarte Zee rijdt, ziet landschappen, vegetatie en architectuur telkens verschieten. Er is één constante: de erfenis van een multi-etnische cultuur. Grieken, Joden, Turken, Italianen, Russen, Oekraïners, Armeniërs, Bulgaren – amper honderd jaar geleden woonden ze overal aan deze zee door elkaar.

Georgi Gorbanov was een straatarme vijftiger met Russisch, Turks, Grieks en Joods bloed. Ik sprak hem in Jalta, in de tuin van het paleis waar Stalin en de westerse geallieerden Europa in 1945 in invloedssferen deelden. Tussen de ceders en palmen lag zijn handel: prullen met Stalins beeltenis.

‘Het Zwarte Zee-gebied was ooit een etnisch bloemetjesgordijn’, zei Gorbanov. ‘Maar in de 19de eeuw raakten mensen door nationalisme bedwelmd. Etnische zuiveringen waren als een goedkoop wasmiddel. De kleuren verbleekten. Toch herken je overal nog de bloemmotieven.’

De Europese Unie reikt dit jaar voor het eerst tot de Zwarte Zee. Eén Zwarte Zee-land ligt economisch ver op de andere voor: Turkije, (nog) geen EU-lid. Roemenië en Bulgarije, wel in de EU, lijken weinig op Turkije, des te meer op Oekraïne en Georgië. Alle vier kampen ze met de gevolgen van een communistisch experiment waaraan Turkije ontsnapte.

De verste bestemming was Batoemi, Georgië. Maar als ik er geblinddoekt gedropt was, had ik gezworen dat ik thuis was, in Roemenië. Later verliet ik een Georgische hobbelweg met koeien voor een Turkse snelweg met bedrijfscomplexen. Weer 1500 kilometer westwaarts hobbelde ik op beroerd Bulgaars wegdek de EU binnen.

Aan de Turkse noordkust golfden chadors in de wind. Gebedsoproepen uit minaretten overstemden het ruisen van de zee. Op de Roemeense en Bulgaarse stranden klonk boemboem-muziek en was de tangaslip omnipresent. Maar ook op het Turkse zand is die geen zeldzaamheid. Het huidige Turkije is een almaar complexer wordend mozaïek van levensstijlen.

Misschien krijgt de tegenstelling tussen hoofddoek en tangaslip wel te veel aandacht. Als deze reis iets heeft onderstreept, is het dat de erfenis van het communisme zich niet eenvoudig laat opruimen. De besnorde heer wiens foto’s in Jalta nog steeds te koop zijn, heeft Europa ingrijpend veranderd.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden