ReportageNoodmortuarium

Tussen het fruit nemen Parijzenaren afscheid van hun overledenen

Handelaren en daklozen borrelen rond het middaguur. Beeld Joris Van Gennip

Een noodmortuarium tussen loodsen met voedsel moet de overbelaste uitvaartcentra in de Parijse regio ontzien. Op dit terrein met eindeloze rijen markthallen, ook wel bekend als de maag van Parijs, doen uitvaartmedewerkers hun werk ‘met een loden gemoed’.

Vanaf zijn vorkheftruck wil Thomas Tassan met alle liefde vertellen wat hij op zijn werk van de coronacrisis merkt. Dat ze bij groothandel Palimex – Le specialiste des fruits secs depuis 1984, volgens de tekst op de golfplaten gevel – drukker zijn dan ooit, bijvoorbeeld. De glazen potten met gekonfijte citroenen en blikken met groene olijven zijn niet aan te slepen. Tassan en zijn collega’s werken in het weekend door om in de vraag te kunnen voorzien.

Maar over wat er in een andere opslaghal gebeurt, een kleine kilometer verderop, zegt Tassan liever niet al te veel. Hij heeft gehoord dat ze er lijken heenbrengen. Om welke hal het precies gaat weet hij niet, en dat wil hij graag zo houden. ‘Hoe minder ik ervan afweet, hoe beter. Ik wil er eigenlijk helemaal niet over nadenken.’

Iets ten zuiden van Parijs – naast vliegveld Orly, dat tot nader order gesloten is – ligt de grootste voedselgroothandel ter wereld. De Marché international de Rungis is een stad op zich, een uitgestrekt geheel van blokkendoosachtige loodsen en hallen, verbonden door brede asfaltwegen. Vanuit ‘de maag van Parijs’ worden de supermarkten en restaurants van de hoofdstad bevoorraad met verse vis, vlees, groente en fruit. Vrachtwagens uit alle windstreken laden en lossen hun waar. Transporte refrigerado. Kühl- und Tiefkühllogistik.

Sinds deze week heeft een van de markthallen in Rungis tijdelijk een andere functie. Omdat de mortuaria in de regio de toestroom van overledenen niet meer aankunnen, brengen lijkwagens de lichamen van gestorven covid-19-patienten naar een gekoeld entrepot aan de rand van het marktterrein. Ze worden er opgeslagen in afwachting van hun begrafenis of crematie.

‘Gesitueerd in een afgelegen hal en geïsoleerd van de andere marktpaviljoens, onder de meest waardige en acceptabele omstandigheden’, aldus de persverklaring van de Parijse politie, die verantwoordelijk is voor het noodmortuarium. Er is plaats voor ongeveer duizend doden. En voor hun nabestaanden, de ruimte is ‘geschikt gemaakt voor de komst van familie en naasten’.

Richard Féret slaakt een diepe zucht. Als voorzitter van CPFM, de grootste werkgeversorganisatie van de Franse uitvaartbranche, werd hij vorige week op de hoogte gebracht van de operatie. Een preventieve maatregel, heette het toen nog: de mortuaria en uitvaartcentra stonden weliswaar op het punt van overbelasting, maar konden de druk nog net aan. De statistieken leken bovendien voorzichtig de goede kant op te gaan. Van 588 doden op vrijdag via 441 doden op zaterdag naar 357 doden op zondag. De markthal zou misschien niet hoeven worden gebruikt, dacht Féret. Eigenlijk hoopte hij het vooral.

Een pijl wijst de weg op het marktterrein.Beeld Joris Van Gennip

Krampachtig stilzwijgen

Het bleek ijdele hoop. Frankrijk kreeg na het weekeinde twee macabere recorddagen voor de kiezen. 604 doden, meldde de Publieke Gezondheidsdienst maandag, tot dan toe het hoogste dodental op één dag. Dinsdag waren het er 607. Het werkelijke aantal doden ligt nog fors hoger: alleen wie sterft in het ziekenhuis wordt meegeteld. ‘De piek van de epidemie is nog niet achter de rug’, zei minister van Volksgezondheid Olivier Véran. 

En dus werden deze week de eerste covid-19-doden geborgen in een gekoelde hal van Georges Helfer SA, een bedrijf dat tropisch fruit uit Frankrijks overzeese gebieden verhandelt. Het is er 4 à 5 graden. Tientallen, misschien honderden lichamen liggen er. Hoeveel het er precies zijn is niet bekend, de politie weigert categorisch vragen te beantwoorden. ‘Geen mededelingen over dit onderwerp’, luidt het staccato-antwoord.

Féret snapt dat krampachtige stilzwijgen van de autoriteiten wel. ‘Het is natuurlijk een beeld dat heel moeilijk te verdragen is, c’est très difficile à supporter.’ Féret kan het weten, als uitvaartondernemer maakte hij het al eens van dichtbij mee. Want een mortuarium in een markthal mag dan een verregaande maatregel zijn, een novum is het niet.

In de zomer van 2003 werd Frankrijk geteisterd door een hittegolf. Terwijl de meeste Fransen op vakantie waren, voltrok zich met name onder de ouderen in de grote steden een ramp in slowmotion. Meer dan 15 duizend mensen overleden. Ook toen werd de druk op de mortuaria te groot en werden de doden in een entrepot in Rungis geborgen.

Richard Féret heeft het gevoel dat hij nu opnieuw dezelfde nachtmerrie heeft. Zeventien jaar geleden was hij een van de uitvaartverzorgers die per toerbeurt de wacht hielden in de hal. Nu de geschiedenis zich herhaalt, komen herinneringen boven die hij liever niet had willen hebben. ‘De doden werden aan één stuk door binnengebracht, dag en nacht’, vertelt hij aan de telefoon. ‘Er stonden rijen en rijen met honderden doodskisten op legergroene stretchers.’

Het blijft even stil aan de andere kant van de lijn. ‘Wij zijn professionals, laat daar geen misverstanden over bestaan’, zegt Féret na een paar seconden ‘We zijn gewend aan de dood, het is ons werk. En u hoort mij niet zeggen dat de dood daar in die hal in de lucht hing. Dat vind ik een loze uitdrukking, die woorden betekenen niets. Maar er hing een heel aparte, naargeestige sfeer. Het was goed verzorgd, netjes en ordentelijk. En toch was het verschrikkelijk om daar te zijn.’

Een lijkwagen verlaat het terrein waar het mortuarium zich bevindt.Beeld Joris Van Gennip

Dranghekken

Aan de zuidkant van het marktcomplex staat een groot wit bord met een zwarte pijl. Maison funéraire, staat op het bord. Mortuarium. Wie de pijl volgt, langs tientallen opslagloodsen, stapels lege pallets en opleggers, komt op een uithoek van het terrein, vlak langs de snelweg. Weer een bord, mortuarium. Dit keer wijst de pijl naar een rij rechthoekige gebouwen. ‘Fruitopslag’, staat op de gevel. Twee mannen verwisselen de rechtervoorband van een vrachtwagen.

De toegangsweg is afgezet met dranghekken. Beveiligers in fluorescerende hesjes houden de wacht, vier agenten kijken toe vanuit een politieauto. ‘Wij zeggen niets over de gebouwen’, antwoordt een beveiliger op de vraag in welke hal het mortuarium huist. ‘U mag hier niet komen. Ziet u dat hek?’ – zijn arm wijst in de richting van een eenzaam dranghek, honderd meter verder – ‘Daar moet u blijven staan.’

Een lijkwagen komt aanrijden, passeert de dranghekken, en rijdt langzaam de hoek om. Een kwartier later vertrekt de wagen weer, om een half-uur daarna opnieuw terug te komen.

Een van de verschillen tussen de hittegolf van 2003 en de huidige crisis, zegt Féret, is dat de politiek destijds totaal werd overvallen. Dit keer heeft men op de situatie geanticipeerd. Het mortuarium in Rungis was al operationeel voordat de nood aan de man kwam. Bij zo’n twintig Franse ziekenhuizen staan mobiele koelcellen, die normaliter bij natuurrampen worden gebruikt, om de druk op de inpandige mortuaria te verlichten.

Maar voor de nabestaanden is de tragedie ditmaal groter. Zij kunnen hun overleden naasten niet meer zien: niet op de ic, niet in het mortuarium, en niet bij de uitvaart. Vanwege het besmettingsgevaar gaan de overledenen in een lijkhoes de kist in. Ook voor uitvaartmedewerkers is dat moeilijk. Volgens Féret doen zij hun werk ‘met een loodzwaar gemoed’.

‘Normaal gesproken heeft elke overledene zijn eigen verhaal. Iedere dood is uniek. Tijdens zo’n massale sterftegolf, als de overledenen met honderden tegelijk komen, is dat anders. Dat is iets wat niemand wil meemaken.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden