Tussen grapen gruwel

De documentaire 'Swing me to the end of life' van Erga Netz en Izzy Abrahami ging deze maand in het Joods Historisch Museum in première. Het zangduo Johnny en Jones herleeft.

Ze zouden nu 93 en 94 zijn geweest, Nol van Wesel en Max Kannewasser. In de jaren dertig van de 20ste eeuw werden ze mateloos populair als duo Johnny en Jones. Met hun liedjes, gezongen met een Amerikaans accent, Jordaanse humor en dubbelzinnige politieke teksten, creëerden ze hun eigen niche in de amusementswereld.


De beide mannen waren Joods. In het begin van de Tweede Wereldoorlog mochten ze nog optreden, uitsluitend voor Joden. Hun populariteit was toen nog zo groot dat niet-joden Jodensterren op hun jassen plakten om de concerten te kunnen bijwonen. In 1943 kwam daar een einde aan. Samen met hun echtgenotes werden ze naar Westerbork gedeporteerd.


Eén uitzondering is er voor hen gemaakt: Van Wesel en Kannewasser mochten in 1944 voor een dienstreis naar Amsterdam. Na een paar dagen zijn ze vrijwillig weer teruggekeerd naar Westerbork, naar hun echtgenotes.


Dat ze destijds niet zijn ondergedoken in Amsterdam, vormde het uitgangspunt voor de film Swing me to the end of life, echoes of Johnny en Jones. De documentaire van de Israëlisch Nederlandse filmmaker Erga Netz en de Bulgaars-Amerikaanse Izzi Abrahami ging deze maand in première in het Joods Historisch Museum en werd onlangs uitgezonden door de Joodse Omroep.


Waarom wilde u een documentaire maken over Johnny en Jones?

Netz: 'De loyaliteit van Johnny en Jones met de mensen die nog in het kamp waren, raakte me. Toen ze naar Amsterdam gingen, was daar niemand meer. Iedereen was in Westerbork, hun familie, hun vrienden, hun echtgenotes. Toen ik met de documentaire bezig was, versterkte dat mijn idee dat je als individu verantwoordelijk bent voor de mensen die het dichtst bij je staan. Johnny en Jones bleven liedjes zingen om de mensen hoop te geven, omdat ze hoopten en verwachtten dat het in de toekomst goed zou blijven gaan.'


Die liedjes hebben hun families en vrienden niet kunnen beschermen.

Netz: 'Er is veel gespeculeerd of Johnny en Jones van de vernietigingskampen afwisten. Ik heb de nadruk gelegd op hun naïviteit. Ik denk dat ze het niet konden weten, maar ook dat ze het niet wilden weten. Daarin zie ik parallellen met deze tijd. Op veel fronten staan onze vrijheden onder druk, maar we kijken de andere kant op. Economische machten hebben het volledig voor het zeggen. Toen ik 21 jaar geleden uit Israël vertrok en naar Nederland kwam, was het nog vrij gemakkelijk om een visum te krijgen. Dat is nu wel anders. Uitsluitend ingegeven door economische motieven.' Abrahami valt bij: 'We worden gehersenspoeld.'


Wat vindt u de beste scène in Swing me to the end of life?

Netz: 'We hebben de weduwe van Max Kannewasser weten te vinden. Ze woont in een bejaardenhuis in San Fransisco. De vrouw was heel oud en moeilijk aanspreekbaar. Aan het einde van de film wordt door een Amerikaanse acteur het liedje de Westerbork Serenade gezongen. De vrouw luistert en staart in de verte. Van dat liedje werd gezegd dat het speciaal voor haar was geschreven.'


In de film volgt u acteurs die zich voorbereiden op een musical over de twee zangers. Is het niet een vorm van exploitatie om Johnny en Jones te gebruiken voor een musical of in jullie geval een documentaire?

Netz: 'Wat wij hebben gedaan is natuurlijk ook een soort necrofilie of exploitatie van het wrange verhaal. Aanvankelijk wilde ik de documentaire beginnen met de reclameadvertentie 'deze documentaire is medemogelijk gemaakt', waarop ik een plaatje van Hitler zou laten zien. Maar ik wilde niet zover gaan. Wel heb ik de liedjes en beelden zo gemonteerd dat gruwelijke en grappige dingen dicht bij elkaar liggen. Tijdens het liedje van Johnny en Jones Wat een weer, wat een weer dat gaat over vakantie, laat ik transporttreinen zien die naar Westerbork gaan. Van schoolkinderen kreeg ik de reactie: 'Ik voelde me heel vrolijk door de film, maar wist dat dat niet klopte. De film gaat helemaal niet over vrolijke dingen.' Daarmee was ons doel bereikt. Op het moment dat je gevoel en je verstand niet met elkaar overeenkomen, ga je kritisch nadenken. Dat vind ik de enige manier om het over de shoah te hebben: als het gaat over individuele verantwoordelijkheid.'


Gaat u in dat vrolijke gevoel niet te ver?

Abrahami: 'Omdat wij vrolijk zijn, worden onze films automatisch vrolijk. In Swing me to the end of life is de vrolijkheid nodig om uiteindelijk bij de absurditeit en de pijn te komen.' Netz: 'Het viel mensen op dat de treinen in de film nooit uit Westerbork vertrekken. Ik zag heel erg op tegen het maken van deze film en was bang dat ik er nachtmerries van zou krijgen. Als ik een shoah-ontkenner zou kunnen zijn, dan was ik er een. Dat is toch het fijnste idee, dat het allemaal niet gebeurd zou zijn. Het is net als met het lezen van een boek, waarvan je weet dat het einde slecht is. Je hoopt toch dat het anders loopt. Dat had ik met Johnny en Jones. Ik merkte dat ik in de film niet met hen naar de kampen wilde, maar dat maakt het einde extra wrang. Je weet hoe het is afgelopen, dat ze vlak voor de bevrijding in Auschwitz zijn dood gegaan.'


'Vermoord', corrigeert Abrahami.


Op 21/8 wordt op Ned 2 de registratie van Meneer Dinges uitgezonden. De documentaire (mmv Stichting Levi Lassen en Maror) verschijnt over een paar weken met de musical op dvd.


Musical Meneer Dinges

In de jaren zeventig en tachtig werden de liedjes van Johnny en Jones nog regelmatig uitgezonden op televisie. Daarbij werd niet vermeld dat het ging om Joodse zangers die waren omgekomen in Auschwitz. Dat veranderde tien jaar geleden. In 2001 maakten componist Theo Loevendie en librettist Carel Alphenaar een kameropera over hen en in datzelfde jaar was er een expositie over Johnny en Jones in het Verzetsmuseum in Amsterdam. In 2010 ging de musical Meneer Dinges in première. De titel verwijst naar de eerste plaat die Johnny en Jones in 1938 opnamen: Meneer Dinges weet niet wat swing is. In het besef dat er over een aantal decennia geen ooggetuigen van de Tweede Wereldoorlog meer zullen leven, zijn er de afgelopen jaren veel autobiografiën en films over slachtofferes en nabestaanden verschenen.

Erga Netz & Izzy Abrahami

Documentairemakers Erga Netz en Izzy Abrahami werken al 21 jaar samen. Ze kregen verschillende onderscheidingen. In 2008 werd de film How to be or not to be, over de samenwerking tussen Nederlandse, Surinaamse, Afrikaanse, Joodse, islamitische en rooms-katholieke theatermakers op het ITs festival uitgeroepen tot de beste documentaire van het Joods filmfestival in Besalu in Spanje. Summer, war, autumn, spring over Bosnische, Kroatische en Servische kinderen won in 1998 de eerste prijs op het televisiefestival in Barcelona. Die kinderen hadden brieven geschreven aan Anne Frank; dat zij zich net zo voelden als zij.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden