Tussen-ennen

'Alleen de grootste hielenlikkers overleven', zag ik gisteren in de Volkskrant staan. Het ging om werknemers die na een reorganisatie van het bedrijf weer helemaal opnieuw moeten solliciteren naar de functie die ze al twintig jaar naar tevredenheid hebben vervuld....

Werkgevers, altijd kwaad volk geweest.

Waarschijnlijk vanwege het gedoe over het nieuwe Groene Boekje was mijn eerste reactie niet van politiek-maatschappelijke, maar van lexicografische aard. 'Moet die n ertussen?', vroeg ik me af. Je zou zeggen dat je gemiddeld maar één hiel tegelijk kunt likken, maar misschien is dat te weinig als je wilt overleven. Dan is twee het minste, en is de n gerechtvaardigd .

M'n tweede vraag was uiteraard of je het nieuws kon noemen, en of het een zeskolomskrante(n)kop waard was.

De avond tevoren had ik toevallig Jack Spijkerman bij Barend en van Dorp zien aans ch u i v e n .

Spijkerman mogen we zonder overdrijving een groot en ervaren likker noemen. Hij was al sinds z'n jeugd verslingerd aan de hielen van het socialisme, likte dus vanzelfsprekend ook die van de VARA en daarmee die van Vera Keur, en om zijn ondubbelzinnige liefde voor de publieke omroep te bewijzen had hij bovendien 23 jaar lang diepe minachting aan de dag gelegd voor de commerciëlen in het algemeen en voor John de Mol in het bijzonder.

Tot ze mekaar toevallig een keer tegenkwamen, die twee. En John - als het er op aankomt net zo'n sociaalvoelende satiricus als Jack zelf - deed voor de grap z'n sokken uit, draaide zich om, en vroeg: 'Hoe vind je ze?' Waarop Jack de verleiding niet kon weerstaan om te bukken en te proeven.

Maar de volgende ochtend evengoed verbijsterd omdat én het socialisme én de VARA, én Vera Keur het hem kwalijk namen! Terwijl hij nota bene de teksten al klaar had om zichzelf vanavond ongenadig over de hekel te laten halen als graaier, duitendief, zwatelaar en hielenlikker, de ergste scheldwoorden die je maar kon bedenken, want, zei hij: 'Daar kan ik prima tegen, dat is juist de bedoeling van een satirisch programma.'

Jacks bedoeling met een satirisch programma: het grote geld ernstig kapittelen, en het dan lachend in je zak steken.

Waar moet je naartoe als niemand je wil begrijpen en iedereen je eerlijkste bedoelingen in een kwaad daglicht stelt?

Nou, dat is niet zo moeilijk. Naar het asiel uiteraard van types als Rob Oudkerk, Edwin de Roy van Zuydewijn, Jan Nagel, Peter R. de Vries, André Hazes toen hij nog leefde en als het rendeert ook nog nu hij dood is - wat anders dan Barend & Van Dorp.

Daar zat Jack met vijf van z'n vaste satirici die nog geen besluit hebben genomen, maar dat zou wel eens een kwestie kunnen zijn van één kort nachtje slapen - tegenover de drie roergangers van het populaire programma. Twee van hen waren zoals bekend zelf al een poosje in John, en na keiharde onderhandelingen heeft Jan Mulder zich intussen solidair verklaard met de collega's, en ook de nodige tussen-ennen verdiend. Met z'n drieën vertegenwoordigden ze daar op z'n minst zes hielen. Indrukwekkende aanblik! Het had iets weg van een Laokoongroep van likkebaarden, achilleshielen, tongen, smakkers, kwijlers en gulzigaards - wat natuurlijk ook heel symbolisch is, want u weet: Laokoon was de priester die zijn stadgenoten waarschuwde dat ze het door de Grieken verzonnen Paard van Troje niet moesten binnenhalen, waarna Pallas Athene de wijze man en zijn beide zoons door twee slangen liet wurgen, en Troje de oorlog verloor.

Om trouwens terug te komen op de vraag van het begin of het nieuws is dat alleen de grootste hielenlikkers overleven?

Ja hoor. Elke dag opnieuw.