Tussen de groten der aarde

Rob Riemen kijkt uit naar de Lexus-conferentie van komende zaterdag. Hij heeft grote namen als George Steiner, Francis Fukuyama en Michael Ignatieff om zich heen verzameld....

‘Je staat op, je gaat naar je bibliotheek en je begint te lezen en te schrijven.’ Zo begroet Rob Riemen de dag. ‘Een seculiere kloosterling’ noemt hij zichzelf.

Men kan zijn leven slechter inrichten.

‘Het is in de eerste plaats beschouwend’, zegt hij. Als hij niet over de wereld reist, voor ontmoetingen met een internationale voorhoede van schrijvers en cultuurfilosofen, zit hij thuis in de weldadige leeskamer van de voormalige burgemeesterswoning van het dorp Vlijmen, Noord-Brabant.

Hij is 46 en jongensachtig slank. Het hoofd is kaal en de ronde bril is professoraal. Moeilijk te zeggen wat niet klopt aan het geheel. Het blijkt dat hij een kamergeleerde is die hardloopt.

In Nederland behoort hij niet tot de gekende namen. Dat is anders in het buitenland. Daar is hij amice met een omvangrijke groep intellectuele beroemdheden, van de homo universalis George Steiner tot de fameuze Duitse socioloog Jürgen Habermas.

Overal krijgt hij belet. ‘Ach, dat is niet het moeilijkste.’ Hij haalt ze allemaal naar Nederland, voor conferenties die georganiseerd worden door zijn Nexus Instituut. Ze gaan over grote sociaal-culturele en politieke thema’s, zoals de teloorgang van het onderwijs als beschavingsmodel, het Kwaad en Liefde & Dood.

Riemen over de wijze waarop je grote namen binnenhaalt: ‘De koffie moet goed zijn, het eten moet goed zijn, het bed moet goed zijn. We brengen mensen bij elkaar met sterk uiteenlopende opvattingen. Dat maakt het ook interessant voor de deelnemers. Uiteindelijk is zo’n debat aanzienlijk bevrijdender dan die bijeenkomsten van intellectuele kerkgenootschappen waarin we met z’n allen roepen dat we tegen zijn.’

Handenvol denkers

Handenvol denkers
Volgende week komt een ruime selectie uit Riemens netwerk naar Amsterdam voor een Nexus-conferentie over het hete hangijzer van identiteit. George Steiner zal er zijn en Francis Fukuyama, Avishai Margalit, Michael Ignatieff, Jonathan Israel, Adam Zamoyski en nog twee handenvol denkers, schrijvers en kunstenaars.

Handenvol denkers
‘Op een goed moment gaat zoiets vanzelf. Met veruit de meesten zijn mijn vrouw Kirsten en ik bevriend geraakt. Zij zijn welkom bij ons, wij zijn welkom bij hen en zo helpen we elkaar verder.’

Handenvol denkers
Waarom is Riemen aan dit 18de-eeuwse leven begonnen? Omdat hij als theoloog mislukte?

Handenvol denkers
‘Ik wist zeker dat ik geen enkele interesse had voor het beroep waarvoor de studie opleidt: priester of pastor. Maar ik ben niet mislukt in de theologie. Ik ben cum laude afgestudeerd. De kerk wilde ik niet dienen. Ik ben überhaupt niet erg geschikt voor dienen.’

Handenvol denkers
Ooit heeft hij geleerd, zegt hij, dat achter grote idealen altijd een primitief verlangen schuil gaat. Het was zijn grote ideaal een tijdschrift op te richten over de Europese cultuur, over de bakermat van de beschaving. Het primitief verlangen dat erachter stak, was dat hij aan niemand horig zou zijn en in vrijheid zich aan zijn hartstocht kon wijden: lezen. Eindeloos veel lezen. In de eerste plaats de boeken van Thomas Mann, aan wie hij zijn leven graag spiegelt. Maar daar omheen de boeken van tal van andere grootheden uit de Europese literatuur en filosofie. Van Baruch de Spinoza en Goethe tot Schopenhauer, Nietzsche, Freud en Camus.

Handenvol denkers
Hij noemt het ‘mijn escape’. Na de middelbare school overwoog hij de School voor de Journalistiek. ‘Toen was mijn vader zo wijs te zeggen: journalistiek kan altijd nog, begin breed.’

Handenvol denkers
In 1988 leerde hij Johan Polak kennen, de uitgever, bibliofiel en mecenas. ‘Keizersgracht zes-nul-acht. Ik was 25 en het was een belevenis om die prachtige bibliotheek binnen te komen.

Handenvol denkers
‘Johan was voor mij de incarnatie van het Europese beschavingsideaal. Hij had als jood ervaren hoe in de Tweede Wereldoorlog was gepoogd alles wat van waarde was kapot te maken. Na de oorlog besloot hij om letterlijk z’n hele hebben en houden, inclusief een behoorlijke som geld, te investeren in het behoud en het doorgeven van het culturele erfgoed. Hij gaf Leopold uit, Bloem, Ida Gerhardt. Daar was niemand in geïnteresseerd hoor, in de jaren zeventig. Maar hij deed het, onder het motto: dan is het er tenminste.’

Kloostercultuur

Kloostercultuur
Die kloostercultuur die Rob Riemen om zich heen heeft geschapen, heeft hij van Polak. ‘Johan heeft me enorm gestimuleerd om het Europese erfgoed hoog te houden, tegen de druk van de tijd in. Hij zag veel in Nexus. Ik wilde een tijdschrift beginnen. Hij steunde dat. Het zou het piepkleine kanaaltje moeten zijn voor een waardevolle ideeënstroom, in afwachting van betere tijden.

Kloostercultuur
‘Ik was weldadig naïef. Ik dacht: ik begin een tijdschrift over Europese cultuur, het moet een beetje 18de-eeuws georiënteerd zijn, dat wil zeggen: er moet humaniora in, en filosofie en wat theologie, het moet internationaal zijn, het moet er klassiek uitzien. Ik leefde in de illusie dat ernaar uitgekeken zou worden.’

Kloostercultuur
(Zo netjes als het hier staat, spreekt hij niet. Dit zijn geredigeerde zinnen. Rob Riemen probeert de vloed van gedachten voor te blijven door sneller te praten als zijn woorden hem meer op de hielen zitten. En als hij toch door zijn eigen gedachten wordt ingehaald, lost hij het probleem op door de redenering af te breken of deze om te bouwen tot een kasteel, vol wendingen en verbindingen.)

Kloostercultuur
Het eerste nummer van Nexus kwam uit in 1991. Hij herinnert zich dat ze welgeteld 265 abonnees hadden. Hij had een potje van de Universiteit van Tilburg, Polak hielp, maar hij realiseerde zich dat het lastig zou worden.

Kloostercultuur
1992 werd zijn rampjaar. Zijn broer stierf, Johan Polak stierf en zijn echtgenote stierf. Hij was dertig. ‘Ik had geen grond meer onder mijn voeten, maar één ding wist ik zeker: dat tijdschrift ga ik overeind houden.’

Kloostercultuur
Hij is altijd een gedrevene geweest. ‘Mijn moeder heeft het Jappenkamp overleefd. Ik heb het van haar, denk ik.’ Zijn vader was vakbondsman. ‘Ook wel een vechtersbaasje.

Kloostercultuur
‘Mijn vader zei altijd: kinderen, let op, het leven is niet leuk. Dus wapen je.’

Kloostercultuur
Wat een merkwaardige boodschap om je kinderen voor te houden.

Kloostercultuur
‘Helemaal niet. Ik zou de kinderen niet de kost willen geven tegen wie altijd is gezegd: ja, jullie leven moet leuk zijn, wat het ook wordt, het zal leuk zijn. En dan worden ze groot en dan worden ze geconfronteerd met tegenslag en staan ze onthand. Verlang niet van het leven dat het altijd harmonisch is. Dat is een leugen. Ik leef liever met het idee van het bestaan als gevecht en dat je nooit, nooit moet opgeven. Het woord opgeven konden we bij ons thuis niet eens spellen.’

Groot kind

Groot kind
Zelf heeft hij geen kinderen. Hij volstaat met: ‘Beschouw Nexus maar als mijn grote kind.’

Groot kind
Hij dacht dus: dat tijdschrift pakken ze me niet af.

Groot kind
Hij bedacht een list, hij bedacht een Nexus instituut naast het tijdschrift Nexus. ‘Ik dacht: als ik er een instituut van maak, benoem ik mijzelf tot directeur, als directeur ben ik belangrijker dan zomaar als redacteur, ik kan beroemdheden naar Nederland laten komen, beroemdheden komen in de krant, als een door jou naar Nederland gehaalde beroemdheid in de krant komt, ben je zelf ook een beetje beroemd, we weten dat het niet waar is, maar we laten het iedereen geloven en omdat iedereen het gelooft, kun je gemakkelijker aan geld komen en dat geld zet ik in voor mijn grote ideaal: het levend houden van de Europese humanistische traditie.

Groot kind
‘Het was een truc en die truc bleek briljant te werken. Tot mijn eigen verbazing. Ik was begonnen aan iets dat onverkoopbaar bleek en ik wist het te verkopen. Is dat niet wonderbaarlijk?’

Groot kind
Zijn blad heeft inmiddels 2.500 abonnees. Het verschijnt elke vier maanden, in een periode en in een land die hem niet vrolijk stemmen.

Groot kind
Hij zegt: ‘Ik denk dat we in een luchtbel terecht zijn gekomen. Omdat we aardig gevonden willen worden, zeggen we tegen elkaar: het gaat goed, hè? Wat ziet de wereld er prachtig uit, vind je niet? Er is veel om trots op te zijn, toch? We weten dat het niet waar is.

Groot kind
‘Het broeit enorm in Nederland. De opkomst van Fortuyn vond plaats in hoogtijdagen van de economie. Het ging heel goed met Nederland. Dat zeiden we tegen elkaar. Maar Fortuyn legde de vinger op een fenomeen dat tot dan toe door niemand zo scherp was gezien. Het ressentiment, de wrok.’

Optimist

Optimist
Hij noemt zichzelf een optimist. Zo is hij ook wel weer. ‘Ik ben het verplicht.’ Het komt door Thomas Mann, zijn grote inspirator. ‘Mann heeft zijn hele oeuvre gewijd aan het Europese humanisme. Dat wil zeggen: aan het heilige geloof in het vermogen van het individu om oprecht te zijn, waarheidsgetrouw, menselijk. In andere woorden: om zich teweer te stellen tegen de leugens van de ideologieën.

Optimist
‘Mann zijn conclusie na de Eerste Wereldoorlog was dat een intellectueel het zich niet kan veroorloven met de rug naar maatschappelijke ontwikkelingen te gaan staan. En tegelijk gold voor Mann dat je niet in de val moet trappen van politisering.

Optimist
‘In een gepolitiseerde toestand komen de belangrijkste fenomenen uit het leven – waarheid, schoonheid, gerechtigheid, liefde – altijd in de verdrukking. Als je schoonheid gaat politiseren krijg je Sovjet-realisme, dan wel de kunst waarvan Hitler hield.’

Optimist
‘Intellectuelen moeten op afstand blijven van de politiek. Het zijn afzonderlijke domeinen. Dat moet je niet door elkaar halen. Albert Camus maakte er ruzie over met iemand als Sartre: dat de waarheid niet meer gezegd mocht worden van Sartre, omdat het een bepaalde politieke opvatting in de weg zat.

Optimist
‘De kunst kan veel, de kunst kan niet zo vreselijk veel. De kunst kan helpen ons leven te begrijpen. Op het moment dat kunst ons een boodschap gaat opdringen, houdt het op kunst te zijn. Dan is het kitsch.’

Optimist
‘Luister.’ Dat hoor je hem vaak zeggen. Nu wil hij een denkoefening doen. ‘We nemen het begrip kwaliteit. Je kunt zeggen dat het een vaag begrip is, dan zeg ik: het is net zo vaag als het begrip liefde. Iedereen weet waarover we praten, al kunnen we het niet helemaal duiden.

Optimist
‘We beginnen ons kwaliteitsonderzoek in Den Haag. Wat heeft daar kwaliteit? Het wordt stil op het Binnenhof. Ministeries raken ontvolkt. We reizen door naar Hilversum. Geruis op de kabel. We nemen de krant ter hand. Nou, dat worden heel dunne krantjes. De universiteiten? Je kunt ze bijna voor negentig procent sluiten.’

Optimist
Stelt hij zich nu niet een beetje aan? Is het echt zo armoedig?

Optimist
Nu proest hij bijna: ‘Bewijs mij maar het tegendeel. Kijk toch om je heen. De cultuur implodeert en wat ervoor in de plaats komt is dat heel dunne ideetje: als het maar goed gaat met de economie. Dan gaat het goed met ons.

Optimist
‘Wie doet in Nederland nog zijn best voor het beste, of alleen maar voor goed, voor een bepaalde intrinsieke waarde? Het zijn eenlingen. Voor de rest, kom nou toch, gaat het alleen maar over de vraag: wat verkoopt het beste, wat komt op dit moment politiek het handigst uit? Dat kun je toch zelf ook zien. Dat hoef je toch niet te gaan bestrijden?’

Optimist
Was hij niet een zelfverklaarde optimist? ‘Er zijn gelukkig steeds meer mensen die zich bedot voelen en weg willen uit die sfeer van oppervlakkigheid. Zeker, dan moeten ze zich intellectueel inspannen, hier en daar zal een woordenboek nodig zijn.

Optimist
‘Ik heb de indruk dat er toch weer mensen zijn die daar niet tegenop zien. Het wemelt van jongeren op onze Nexus-conferenties. Dus misschien, misschien... je weet het niet.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden