Tussen chaos en glorie

In tien jaar is AZ gegroeid van een chaotische provincieclub tot bijna-kampioen in de eredivisie. Individualisme is ingeruild voor een zorgvuldig gecreëerd wij-gevoel....

De man in kostuum legt zijn hand op de bezwete schouder van de voetballer. In de Waalwijkse kleedkamer huilen Dirk Scheringa en Peter Wijker.

AZ is in mei 1997 gedegradeerd naar de eerste divisie, na een nederlaag bij RKC (5-0). Voorzitter Scheringa zegt tegen boegbeeld Wijker: ‘Let op, Peter, we komen sterker terug.’ Barry Opdam, ook nu nog voetballer van AZ: ‘Scheringa hield ons voor dat we één stap terug moesten zetten, en dan vijf vooruit.’

Een decennium later, op 29 april 2007, verovert AZ de hoofdprijs in de eredivisie. Althans, daarvan heeft het alle schijn. Wijker is allang verdwenen, Scheringa is nog steeds voorzitter.

AZ is gegroeid van een gezellige, maar door roddel en achterklap gedomineerde provincieclub tot een topclub met een nieuwsgierigmakende toekomst: AZ brandt van ambitie, maar is ook toegankelijk en sympathiek, mede door het handelsmerk: de aanvallende speelstijl.

Trainer Van Gaal mag weerstand oproepen, eenieder erkent zijn vakmanschap. Spelers zijn nog aanraakbaar. De revolutie van de kleine luiden nadert haar voltooiing in het seizoen van Van Gaal en de schaal.

Op de mestvaalt van het verleden groeit een bloem die tot volle bloei komt. Een stevige stengel, prachtige blaadjes en genoeg zaad voor een fijne toekomst. Algemeen directeur Toon Gerbrands: ‘We hebben geprofiteerd van de kracht van de beginnersgeest. We hadden geen draaiboek voor een eventueel kampioenschap. Zo is het steeds gegaan: zoeken naar de potentie van de club.’

AZ holt om zijn groei bij te houden. In 2003 nog spreekt Scheringa van het faillissement. Hij kan het niet verkroppen dat de noodzakelijke bouw van een nieuw stadion telkens wordt vertraagd door protesten van de middenstand.

Scheringa heeft een florerende handel in geld. Hij is kenner van het magisch realisme in de schilderkunst en hij schaatste de laatste Elfstedentocht voor de opwarming van de aarde. Maar hij krijgt in die beginjaren van zijn voorzitterschap geen greep op die rare wereld van het voetbal, met al zijn emoties en opgeblazen ego’s.

Barry Opdam, speler van AZ sinds 1996: ‘Bij elke onderhandeling met Scheringa gebruikte hij de zin: we gaan er iets moois van maken. Dan pakte hij papieren om zijn plannen aan te geven.’

Van al dat moois werd ook Opdam wel eens cynisch. Hij maakte mee dat trainers en technisch directeuren elkaar de tent uitvochten en elkaar in dermate rap tempo opvolgden dat Scheringa in Trouw zelfs de politieke denker Machiavelli aanhaalde, die in 1492 schreef: ‘Je moet het gebied bezetten, wil je het goed kunnen besturen.’

Met die bezetting wilde het niet vlotten. Hij opperde in 2001 na weer een flutwedstrijd dat de spelers een tijdje achter de vuilniswagen zouden moeten lopen, dan leerden ze wat werken was.

Hij eiste eens dat ze de helft van hun salaris inleverden, contract of geen contract. Hij maakte hoogoplopende ruzie met doelman Moens over een imagocontract en hij liep mee in een demonstratie voor de komst van het stadion. En hij liet zich adviseren door verkeerde lieden.

‘Scheringa is door schade en schande wijs geworden’, aldus Henk van Stee, die het trainerschap in 2002 een tijdje combineerde met de functie van technisch directeur. ‘Hij had de ellende zelf gecreëerd. Werknemers protesteerden bijna nooit, want hij betaalde vorstelijke salarissen. Hij werd soms moe van de spelers en de spelers werden moe van hem.’

AZ had al sinds de vorige gouden periode, toen de club onder de broers Molenaar de titel behaalde in 1981, een slechte reputatie. Aan de club kleefde de geur van geld.

Maar Dirk Scheringa is na al die sores de brenger van hedendaags voetbalgeluk. Langs de A9 doemt een rood gevaarte op, een tempel die na één jaar alweer bijna te klein is om de gelovigen in Alkmaar/ Zaanstreek te herbergen.

‘Door het succes is het chagrijn rond de club verdwenen’, zegt Gerrit Valk, voormalig politicus, historicus, supporter van het eerste uur en voorzitter van de Raad van Commissarissen. ‘Er zijn geen controverses meer. Dat is in het licht van de historie opmerkelijk. Ook in de glorietijd van de gebroeders Molenaar was er steeds onderhuids onbehagen. AZ was de bontjassenclub van de kapitalisten.’

Scheringa draagt geitenwollensokken als hem dat uitkomt. Hij neemt zijn mobieltje op tijdens het fietsen en praat dan lekker tegen de wind in. Vóór wedstrijden houdt hij een praatje met journalisten. Hij betaalt dan net als ieder ander twee euro aan André Naber, een bekende AZ-volger uit de regio. Voor het duel met Newcastle vult hij 4-1 in (uitslag 2-0). Voor het bekerduel met NAC doet hij niet mee, uit een soort bijgeloof. AZ wint met 6-0.

Hij wil zo graag de finale bereiken. Dat lukt, en een paar dagen later is AZ koploper en kampioenskandidaat nummer één. Scheringa is de aanhouder die heeft gewonnen, de Fries die niet tegen zijn verlies kan en beseft dat het investeren van zijn miljoenen alleen zin heeft als hij zich laat omringen met topmanagers.

Hij is bovendien wij. In een tijd waarin de maatschappij de rug toekeert naar het individualisme, is hij de toekomst één stap voor, door de wij-cultuur als uitgangspunt te nemen. En niet alleen hij is wij, ook Van Gaal is wij.

In nog sneller tempo dan bij Ajax bouwt Louis van Gaal een kampioensploeg. Van Gaal voelt zich perfect op zijn gemak in Alkmaar, waar het iets gemakkelijker is om te bouwen aan de door hem nagestreefde veilige wereld dan in Amsterdam, met al zijn verlokkingen. Opdam: ‘Dat Van Gaal soms meedogenloos overkomt, heeft te maken met de zorg voor het collectief. Hij wil de ploeg te allen tijde beschermen tegen invloeden van buitenaf.’

‘AZ is een club zonder gelul en poespas’, zei Scheringa eens. Hij houdt van normale mensen, die hard werken en daarna een biertje drinken. AZ heeft iets katholieks, hetgeen niet zo vreemd is. Scheringa en Van Gaal afficheren zich met het CDA.

Zij hebben de chaos overwonnen. In 2002 verwoordt Henk van Stee in een gesprek met de Volkskrant de droom van Scheringa: de Champions League. De verslaggever kijkt eens om zich heen. Hij ziet bouwketen, oude troep en een stadion met stinkende pisbakken.

Maar morgen, als AZ de titel grijpt, is plaatsing voor de Champions League een feit. AZ schaart zich dan tussen Inter, Manchester United, Barcelona en Chelsea. Scheringa is dan de Abramovitsj van de Lage Landen, hoewel hij niet met de Rus vergeleken wil worden.

Hij ís een Abramovitsj in de dop: hij saneerde vorig jaar de tot 65 miljoen euro opgelopen schuldenlast. Door de bank waarvan hij eigenaar is garant te laten staan. Hij maakt de bouw van het 45 miljoen kostende stadion mogelijk, waar alleen al 60 skyboxen zijn die elk 50 duizend euro per seizoen opleveren.

Toen Van Gaal zelf een keer rondleidde door het DSB Stadion, sprak hij van het mooiste stadion waar hij werkte. Camp Nou dan, in Barcelona? Nee, zei Van Gaal, Camp Nou is imposant, het DSB Stadion is functioneel.

Vergeten is het verleden, dat AZ bijna naar de vergetelheid drukte en dat de prestatie van 2007 juist zo bijzonder maakt. Hans van der Zee, technisch directeur van 1999 tot 2001: ‘AZ was altijd onrustig. De kikkers sprongen alle kanten op. Soms ging het een tijdje goed, onder Van Hanegem bijvoorbeeld, maar dat kwam vooral door de enorme uitstraling van De Kromme.

‘Ik heb de moeilijkheidsgraad destijds onderschat, met een voorzitter die grillig was. We spraken beleid af, waarvan plotseling werd afgeweken. Met de aanstelling van Co Adriaanse is de club in een stroomversnelling gekomen. En Van Gaal was diens juiste opvolger. Zij hebben het gedaan, met het geld van Scheringa.

‘Want de kwaliteit van de mensen die het geld mogen uitgeven, is ontzettend belangrijk. Van Gaal en Adriaanse zijn trainers met een goede ethiek, zonder dubbele agenda. De hand van meester Van Gaal is zichtbaar. Zijn prestatie is te vergelijken met die van Aad de Mos, die vanuit het niets de Europa Cup II won met KV Mechelen, of met die van Mourinho, die met Porto de Champions League won. Bij hen is het geheel meer dan de som der delen.’

Vraag voormalig trainer Gerard van der Lem over de motivatieproblemen die hij ontwaarde in de spelersgroep, een jaar of zes geleden slechts. Hij miste bij de spelers het heilige vuur, dat was gedoofd door de macht der gewoonte.

Dan adviseerde Van der Lem Scheringa het contract van een modale middenvelder als Miel Mans met één jaar te verlengen en keerde de middenvelder met een gelukzalig gevoel terug van de bespreking, met een nieuw, lucratief, langdurig contract in de bagage.

‘Het verschil in betalingen was veel te groot. Dirk dacht mij een plezier te doen door spelers uitstekende contracten voor lange perioden aan te bieden, maar wat hadden ze dan nog te bewijzen? Ze konden op 80, 90 procent van hun kunnen meedoen.

‘Dirk stapte in AZ, maar hij wist eigenlijk van toeten noch blazen. Zakelijk was hij enorm succesvol. Dan liet hij zich weleens gaan als het niet lukte in het voetbal, want dat vrat aan hem. Vaak had hij de volgende dag alweer spijt van een uitbarsting. Hij haalde zijn informatie ook van buiten de club, terwijl je die knowhow juist in huis moet hebben.’

Vraag ten slotte aan Henk van Stee hoe hij overeind trachtte te blijven in de chaos. Op een gegeven moment was hij trainer én technisch directeur tegelijk. Dan wilde hij als trainer van een speler af, maar moest hij als technisch directeur de transferwaarde beschermen.

‘Ik was aangenomen voor de grote schoonmaak. Ik heb 24 spelers weggesaneerd’, zegt hij vanuit Oekraïne, waar hij bij Sjachtar Donetsk werkt, een nog veel rijkere club dan AZ.

‘Ik voelde me crisismanager of tussenpaus. De spelersgroep was uitgeblust, hoewel het knap is hoe mijn opvolger Adriaanse mannen als Perez en Van Galen weer aan het voetballen heeft gekregen.

‘Iemand als Boussatta was over the hill. Het liefst had ik hem meteen uit de selectie gezet, want hij creëerde onrust. Maar ik moest wachten tot hij zelf zijn contract inleverde. AZ heeft zich enorm ontwikkeld. Tegenwoordig zou een trainer nooit meer ook technisch directeur zijn.’

Algemeen directeur Toon Gerbrands, een andere pijler onder het succes: ‘Ik herinner me hoe toenmalig technisch directeur Van Geel en ik tot de conclusie waren gekomen dat het fundament voor een gezonde sportieve toekomst aanwezig was. Maar dat Van Stee niet de trainer was die het maximale zou kunnen presteren. We besloten dat we met hem moesten breken.’

Adriaanse bracht de discipline. ‘Die ging zonder aanzien des persoons te werk’, aldus Van der Zee. ‘Wijker stond binnen de kortste keren buiten de ploeg.’

En na Adriaanse kwam Van Gaal, de trainer die spelers beter maakt, de perfectionist, de tacticus, de man die veel warmer is dan menigeen denkt. Hij is veeleisend, net als Scheringa. Geld en kennis hebben elkaar gevonden, op het kruispunt van het succes.

In september 2007 heropent de Champions League de poorten. AZ - Real Madrid staat op het affiche. Een nieuw decennium breekt aan. Het decennium van de oogst.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden