Turkse vrouwen blijven vaker thuis

Arbeidsparticipatie van de Turkse vrouw is gedaald. Dat is opmerkelijk, maar ook verklaarbaar...

De deelname van vrouwen in Turkije aan de arbeidsmarkt is de afgelopen twee decennia jaar fors gedaald. In 1988 werkte 34,3 procent van de vrouwen, in januari 2009 was dat 23,5 procent.

Dat is vreemd, want bijna overal ter wereld stijgt de deelname van vrouwen aan het arbeidsproces. Niet alleen in de landen uit de middencategorie die sociaal en economisch met Turkije vergeleken kunnen worden, ook in de islamitische landen, die cultureel misschien dichterbij staan.

In een representatieve groep moslimlanden steeg de arbeidsdeelname van vrouwen sinds 1988 met 18 procent. Tegelijkertijd zag Turkije een daling van bijna 30 procent (oftewel de bovengenoemde 10 procentpunten), meldt de Wereldbank in een onlangs verschenen rapport over de arbeidsdeelname van Turkse vrouwen.

Trek naar de stad
De belangrijkste oorzaak van de daling, schrijft de Wereldbank, is urbanisatie. In Turkije heeft een enorme trek naar de stad plaatsgevonden. Vrouwen op het platteland werkten altijd mee in het familiebedrijf en werden daarom in de arbeidsenquêtes meegeteld als werkend. Die vanzelfsprekende economische activiteit raken ze in de stad kwijt, zonder dat er meteen iets nieuws voor in de plaats komt. De man is kostwinner.

Een tweede oorzaak is te vinden op het platteland. Veel mannen in de dorpen zijn geswitcht van werk in de landbouw naar beter betaalde banen in de industrie en de dienstensector. ‘Meewerken’ op het land is er voor hun vrouwen niet meer bij.

Interessant is ook te bekijken welke factoren niet een verklaring kunnen zijn van de atypische daling. Dat is bijvoorbeeld ‘de cultuur’: een conservatieve samenleving, waarin de vrouw achter het aanrecht hoort en bij de kinderen. Het kan hooguit verklaren waarom de vrouwelijke arbeidsparticipatie in Turkije zo bijzonder laag is: op hetzelfde niveau als Pakistan, Saoedi-Arabië en Egypte.

Maar die cultuur bestond twintig jaar geleden ook al, werd onlangs vastgesteld op een bijeenkomst in Amsterdam van het Turkije Instituut: de daling sinds 1988 kan er dus niet uit worden verklaard. Bovendien heerst diezelfde patriarchale cultuur minstens zo hard in veel van de landen waar de arbeidsdeelname van vrouwen juist flink is gestegen.

Verder is in Turkije (net als elders) een aantal structurele maatschappelijke ontwikkelingen gaande die de positie van de vrouw versterken en bevorderlijk zouden moeten zijn voor hun deelname aan de arbeidsmarkt (zie inzet). Bovendien steeg de maatschappelijke waardering voor werkende vrouwen, stelde de Wereldbank in een peiling vast.

De wettelijke positie van vrouwen, ten slotte, is in Turkije aanzienlijk beter dan in de meeste niet-Europese landen. Gelijkheid is in alle facetten van het recht doorgevoerd. De meeste van die wetswijzigingen waren het werk van de huidige regering van de AK-partij, werd in Amsterdam terecht opgemerkt door Hümeyra Keskin, hoofd internationale zaken van de partij.

Niet terug naar de keuken
De seculiere tegenstanders schrijven de partij een geheime islamistische agenda toe, maar niets wijst erop dat de AK de vrouwen wil terugjagen naar de keuken.

‘Integendeel’, zegt Keskin, een 37-jarige vrouw zonder hoofddoek, ‘wij hebben een actieve vrouwenafdeling met meer dan een miljoen leden. We doen er alles aan deelname van vrouwen aan de samenleving, de politiek en de economie te bevorderen.’ Ze noemt de maandelijkse school- en studietoelage, die voor meisjes twee keer zo hoog is als voor jongens – het is maar een voorbeeld.

De partij, zegt Keskin, is ‘geschrokken’ van het rapport van de Wereldbank, en ook van de laatste Global Gender Gap Index, waarop Turkije een treurige plaats 129 heeft (van de 134 landen). Ze wijst op het totale gebrek aan parttime banen (‘Die optie leeft bij ons helemaal niet, maar het zou goed zijn voor vrouwen’) en op de afwezigheid van kinderopvang. Ook de Wereldbank noemt dat als remmende factor. Niettemin is ze optimistisch: ‘De toestand verbetert elke dag.’

De cijfers geven daar voeding aan: na een dieptepunt van 21,6 procent in 2008 is de arbeidsdeelname van vrouwen weer aan het stijgen. Een jaar geleden was het 23,5 procent, volgens Keskin is het inmiddels weer hoger.

Overgangsverschijnsel
De stijging vindt vooral in de steden plaats. De arbeidsuitval van vrouwen lijkt dus vooral een overgangsverschijnsel – van platteland naar stad – te zijn. De Amerikaanse antropologe Jenny White, die sinds 1975 onderzoek doet in Turkije, zegt dat sociale klimmers een ander arbeidsethos ontwikkelen. ‘Vrouwen willen modern zijn, wat onder meer inhoudt dat je niet met je handen werkt. Boeren werken met hun handen, sociale klimmers niet. Dus veel vrouwen maken niet langer hun eigen kleren en sieraden.’

Maar het verlangen naar een leven buiten de muren van het huis blijft, net als de behoefte aan extra inkomen. Alleen zijn er vooralsnog weinig ‘fatsoenlijke’ banen die ook financieel iets opleveren, gezien de hoge kosten van kinderopvang.

White ziet een opmerkelijke trend onder vrouwen uit de lagere klassen in de steden: zij verkopen in hun omgeving producten van de merken Tupperware (plastic bewaarbakken), Evan (cosmetica) of Amway (schoonmaakmiddelen). Het Amerikaanse Amway heeft in Turkije inmiddels 150 duizend wederverkopers.

Het is voor hen ook een kwestie van ‘sociaal kapitaal’ opbouwen, van netwerken, zegt White. Vrouwen uit de hogere middenklasse voorzien daarin op een andere manier: met liefdadigheid. ‘Voor middenklassevrouwen geeft niet-werken status. Daarmee laten ze zien: ik hoef niet te werken, mijn man verdient goed. Net als in Amerika en Europa in de jaren vijftig en zestig.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden