Turkse premier zegt niets te weten van rechtse 'staatsbendes'

De Turkse premier Necmettin Erbakan heeft beschuldigingen dat de staat gebruik maakt van rechts-extremistische gangsters in de strijd tegen Koerdische opstandelingen verre van zich geworpen....

Van onze buitenlandredactie

AMSTERDAM/ISTANBUL

In een eerste uitvoerig interview met een Turkse journalist over het zogeheten schandaal van de 'staatsbendes' zei de premier: 'Een bende in het staatsapparaat kan niet worden toegestaan. Illegaal gedrag kan niemand worden toegestaan. Daarop bestaat geen uitzondering.'

Het schandaal kwam vorige maand aan het rollen na een auto-ongeluk waarbij een lang gezochte Koerdische gangster, Abdullah Çatli, een hoge politiefunctionaris en een ex-schoonheidskoningin om het leven kwamen. Een vierde inzittende, Sedat Budak, kwam er met lichte verwondingen af. Hij is parlementariër, en als clan-leider het hoofd van de grootste privé-militie die de guerrillastrijders van de Arbeiderspartij van Koerdistan (PKK) bestrijdt.

Enkele dagen later werd in de Turkse media onthuld dat de minister van Binnenlandse Zaken en een voormalige hoge politieman, Mehmet Agar, in hetzelfde hotel als het viertal had gelogeerd. Na vragen in het parlement over banden tussen de politie en rechtse gangsters, zag minister Agar zich gedwongen af te treden.

'Niets, dus ook niet de strijd tegen de PKK, kan een rechtvaardiging zijn voor een misdaad. Als zulke dingen gebeuren, zullen bendes van welke soort ook worden ontbonden', zei Erbakan, klaarblijkelijk in antwoord op een uitlating van vice-premier Tansu Çiller. Die had vorige week over Çatli gezegd: 'Ik weet niet of hij schuldig is of niet. Maar zij die kogels afschieten, of gewond raken in naam van deze staat zullen altijd met respect in onze herinnering voortleven.'

De Turkse oppositie heeft de door islamieten geleide coalitie van Erbakan en Çiller beschuldigd van pogingen het schandaal in de doofpot te stoppen. 'De staat heeft vele lagen. Als een ervan probeert iets weg te moffelen, is er een andere die het in de openbaarheid brengt', zei Erbakan in antwoord op de vraag of zo'n schandaal kan worden weggemoffeld.

Çiller heeft gezegd dat onderzoek heeft uitgewezen dat Çatli nooit in Turkije is veroordeeld. Çatli was al achttien jaar voortvluchtig en werd door Interpol gezocht wegens zijn vermeende rol in een aanslag op paus Johannes Paulus II in 1981 en in Turkije voor de moord op zeven linkse activisten. De Turkse media hebben gemeld dat Çatli of andere gangsters in 1988 ook waren betrokken bij de moord op de Armeense leider Agop Agopian en verdachte PKK-opstandelingen - op last van de Turkse staat.

Columnisten in Turkse kranten suggereren intussen openlijk dat er groepen zijn in Zuidoost-Turkije, waar al jaren de uitzonderingstoestand geldt in verband met de strijd tegen de PKK, die belang hebben bij het voortduren van de oorlogstoestand. Tot die groepen behoort ook de clan van Sedat Bubar, die tienduizend van de in totaal zestigduizend dorpswachters heeft geleverd. De dorpswachters worden door de staat betaald en bewapend om de PKK te bestrijden.

Door het schandaal van de 'staatsbendes' gaan er ook steeds meer stemmen op, in de oppositie en de media, die zeggen dat de bendes zich onder de dekmantel van de strijd tegen de PKK bezighouden met drugs- en wapenhandel. Activiteiten die door de Turkse staat, de veiligheidstroepen en de dorpswachters, steeds op het conto van de PKK worden geschreven.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden