Turkse door problemen na scheiding te laat voor verblijfsvergunning Ismirhans angst telt niet voor Justitie

Als je als buitenlandse je echtgenoot verlaat, moet je binnen een half jaar een zelfstandige vergunning tot verblijf aanvragen. Zo werkt dat in het vreemdelingenrecht....

Van onze verslaggever

Rob Gollin

UTRECHT

Ze kan uit die sombere periode alleen een doktersrekening overleggen. Zo veel staat er niet op. Ja, dat ze bij de huisarts langs is geweest, en dat haar bloed is getest. De menstruatie bleef al maanden uit.

Maar verder: niks. 'Geestelijke problemen', had de arts verteld. Nu kan hij het zich niet meer zo herinneren.

Ismirhan (27) uit Turkije weet het nog wel. Het waren de eerste maanden van 1989. Ze verbleef bij kennissen in Arnhem, nadat ze haar echtgenoot was ontvlucht. Hij zou haar een telefoonsnoer om de hals hebben gewikkeld; het laatste incident in een lange reeks mishandelingen. Haar zoontje, elf maanden oud, was even daarvoor overleden, na een tweede hartoperatie. Ze werd gekweld door angsten, viel soms flauw, was depressief, leed aan slapeloosheid, durfde niet alleen te zijn.

Voor justitie vormt het geen excuus. Ze had toen haar verblijfsstatus moeten regelen. Als je je echtgenoot verlaat, moet je binnen een half jaar een zelfstandige vergunning tot verblijf aanvragen. Zo werkt dat in het vreemdelingenrecht, alhier. Dat behoorde ook Ismirhan, op zeventienjarige leeftijd uitgehuwelijkt aan haar in Nederland wonende partner, te weten. Zij meldde zich pas in 1991 bij de vreemdelingendienst in IJsselstein. 'Ik wist het niet. Hoe kòn ik het weten?'

Vandaar dat onlangs, na een deprimerend lange rechtsgang, de finale beslissing van de arrondissementsrechtbank te 's Gravenhage - sector bestuursrecht, enkelvoudige kamer - op de deurmat van haar advocaat plofte. 'Beroep ongegrond.' 'De gevolgen van het niet tijdig indienen van het verzoek komen voor haar risico.' Aanvraag te laat, mevrouwtje.

Ismirhan moet na negen jaar het land uit. De hulpverlening is ontzet. 'Zo ongelooflijk formalistisch', smaalt M. van Dun, vertrouwensfunctionaris buitenlanders bij de gemeente IJsselstein.

Haar advocaat mikte op 'klemmende redenen van humanitaire aard' en zegt nu niets meer te kunnen doen.

De angsten zijn meestal weg, de slapeloosheid is er nog. Ismirhan drukt de ene sigaret na de andere uit in de asbak. Haar handen trillen onophoudelijk. In haar tas zit een doosje met kalmeringsmiddelen. 'Posttraumatische stress' is de diagnose van haar psychiater. Ze probeert op te krabbelen. Al drie jaar een baan bij een wasserij, misschien volgt er nog een studie aan de sociale academie.

Het telt niet. De rechtbank erkent wel dat de vrouw binnen zes maanden na ontwrichting van het huwelijk een verblijfstitel zou hebben gekregen, voor één jaar. Maar was ze werkelijk zo labiel dat ze niet naar de vreemdelingendienst toe kon gaan? Het vonnis ademt argwaan. Ze had voor de regeling van haar echtscheiding toch ook contact met een advocaat? Uit brieven van de psychiater, een vertrouwensarts en vertrouwensfunctionaris Van Dun blijkt dat haar geestelijke gezondheid niet best is geweest. Maar was dat ook zo, voordat ze zich in 1991 meldde?

Voor de 'enkelvoudige kamer' geldt kennelijk dat iemand pas echt ziek is als je kunt aantonen dat je onder behandeling bent geweest. Eén doktersrekening zegt niks. Een brief van de familie bij wie ze woonde met een opsomming van haar klachten, was niet overtuigend genoeg.

Ismirhan: 'Als ik het geweten had, dan was ik toch gegaan? Ze hàdden toch een vergunning gegeven? Maar niemand vertelde het me.' Ze kwam er pas achter toen ze als schoonmaakster in een motel in Vianen werk vond. Vertrouwensfunctionaris Van Dun weet haar reactie nog. 'Ze was oprecht verbaasd toen ze hoorde dat haar papieren niet meer geldig waren. Ik denk dat iedereen in haar omgeving gewoon bezorgd om haar was, en simpelweg niemand heeft gedacht aan een verblijfsvergunning.'

De advocaat die destijds haar echtscheiding regelde, mr C. Timmer, kan zich wel herinneren dat hij met haar over haar verblijfsstatus heeft gesproken. Dat ze Nederlands moest gaan leren, en werk proberen te vinden. Maar of die boodschap indringend genoeg was, weet hij niet.

'Maar ik ben ook geen specialist vreemdelingenwetgeving.'

Het huwelijk werd in 1985 gesloten. Ze had haar man, een negentienjarige jongen die in Nederland woonde, nog nooit gezien voordat ze in een stadje in midden-Turkije trouwden. Zijn moeder, geestesziek volgens Ismirhan, wilde haar niet. Scheiden moest ze, hield ze haar schoondochter na de derde dag al voor. In 1986 beroofde de vrouw zich van het leven. Een jaar later vestigde Ismirhan zich bij haar echtgenoot.

Het ging al snel mis.

Hij sloeg haar geregeld, vertelt ze. Trok aan haar haren, en beukte met een vuist in haar nek. Hij maakte haar deelgenoot van zijn dromen. Dat zijn moeder en hij Ismirhan aan stukken hadden gesneden en voor de trein hadden geworpen. Of in het kanaal. Maar elke keer bleef ze maar leven. 'Hij gaf mij de schuld van haar zelfmoord.' Even verbleef ze in een Blijf van mijn lijf-huis. Eén keer slikte ze zes slaappillen in de hoop dat het voorbij zou zijn. Maar het ging niet over.

Hun in oktober 1987 geboren zoontje bleek ernstig ziek. De hartslagader was te dun. Twee operaties waren nodig. Ze gelooft dat hij de baby sloeg. Een huiltje hield abrupt op toen hij eens met hem bezig was. Het lipje was gebarsten, de neus bloedde. Hij ontkende heftig.

Tegenover de politie verklaarde haar echtgenoot dat hij niet wilde dat zijn vrouw hem tegensprak. Het proces-verbaal citeert hem: 'Ze mag me wel tegenspreken, maar als ik kwaad word, moet ze stil zijn. Ik gooi alleen spullen naar haar toe als ik woedend ben.' Hij was op het bureau verschenen nadat Ismirhan aangifte had gedaan. Hij had met een zoutvaatje haar achterhoofd geraakt.

Drie maanden na het overlijden van hun kind vertrok ze definitief. Ze had zich in stilzwijgen gehuld. Waarom toch, had hij gevraagd. Dat de kleine Ozgür er niet meer was, dat was toch het beste, zo? Ze had de telefoon willen pakken om haar broer in Duitsland te bellen. Hij greep in, en in de worsteling probeerde hij, vertelt Ismirhan, haar met het telefoonsnoer te wurgen. Ze is naar buiten gerend. Sindsdien heeft ze hem niet meer gezien. Maar ze voelt zijn aanwezigheid nog altijd. Het was zijn triomf en haar nederlaag als een gerechtelijke uitspraak weer eens in haar nadeel uitviel.

'Ik wil er niet aan denken, dat ik terug moet. Zo pijnlijk. Met schoolvriendinnetjes van toen heb ik geen contact meer. Ik heb daar alleen mijn moeder. Mijn vader? Nee. Dat ik gescheiden ben, neemt hij me zeer kwalijk.

'Ik voel me niet schuldig. Ik heb me niet verborgen gehouden, niks illegaals gedaan. Ik was met mezelf bezig.' Een nieuwe sigaret. 'Het is nu 1995. Ik ben 27 jaar. En ik ben nog steeds niet met mijn leven begonnen.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden