Opinie

'Turkije wordt het moeras van de Syrische oorlog ingezogen'

Turkije is niet tegen wil en dank meegezogen in de oorlog tussen sjiieten en soennieten. Het laat merken te dromen van een neo-Ottomaans rijk. Dat schrijft Betsy Udink.

Demonstranten in IstanbulBeeld afp

Vlak voor de grensovergang van Kilis, even ten zuiden van Gaziantep, heb ik de auto in de berm van de weg gezet om te kijken naar de rij oude vrachtwagens die met zakken cement in de file staan om tot Syrië te worden toegelaten. Er wordt kennelijk niet alleen kapotgeschoten, maar ook opgebouwd in het noorden van het land, dat sinds twee jaar in een staat van burgeroorlog verkeert. Als ik wil oversteken, word ik bijna van de sokken gereden door een paar grote dure wagens, BMW's en Toyota Landcruisers, met Syrische nummerplaten en geen kras-je op de witte lak. Een snelle tweede conclusie: Er zijn dus mensen die ongehavend en rijk aan de ellende kunnen ontsnappen.

Hier in Kilis is een echt douanekantoor met belastingambtenaren en gendarmes. Maar nog geen honderd meter verderop zie ik een groepje mannen gebukt onder grote tassen in een rij en met snelle pas door de olijfgaard op mij toekomen. Maar mij moeten ze niet hebben. De voorste man buigt zich door het geopende raam van de politieauto die mij is gevolgd. Er wordt wat gepraat, er worden handen geschud, en weg rennen de mannen weer, de loodzware tassen geen enkel ogenblik van de rug afgenomen, dwars door de olijfgaard maar nu dieper Turkije in. Ik kijk naar de chauffeur van een ziekenauto die oorlogsgewonden bij de grens komt ophalen en vraag hem wat ik net heb gezien. 'Smokkelaars', zegt hij.

Partij van God
Turkije, en wij in Nederland, hebben de positie van Bashar al-Assad en zijn clan verkeerd ingeschat. We dachten dat hij snel het loodje zou leggen of zich zou terugtrekken in de bergen in het noordwesten van Syrië, op zijn geboortegrond: Alawietistan. Maar hij zit nog steeds in zijn paleis in Damascus en zijn troepen zijn op het ogenblik succesvoller dan de rebellen.

Terwijl in Nederland een rel is ontstaan rond de vraag of hulporganisaties hun werk voor onder anderen de Syrische vluchtelingen wel goed doen, heeft de burgeroorlog in Syrië er een afschuwwekkende dimensie bijgekregen. Het is een substituut-oorlog geworden. Aan de ene kant een sjiitisch blok bestaande uit Teheran, Bagdad, het Assad-regiem en de Libanese Hezbollah, dat gesteund wordt door Rusland. Aan de andere kant een soennitisch blok van de Syrische oppositie, Libanese soennieten, Saoedi-Arabië, Qatar en Turkije, gesteund door Amerika. Iran bestrijkt intussen, militair, een gebied dat zich uitstrekt van Afghanistan in het oosten via zuidelijk Irak, centraal en westelijk Syrië, de Libanese Bekaa-vallei, en zuidelijk Libanon tot aan de Middellandse Zee. In Libanon is Hez-bollah de lange arm van de Iraanse strijdkrachten. Opgericht om de strijd met Israël aan te gaan en op te komen voor de rechten van de arme sjiieten in Libanon is De Partij van God nu een huurlingenleger van Teheran.

In Syrië zelf zijn Iraanse militairen aanwezig, als adviseurs, maar ook als 'verdedigers'. Teheran heeft 'vrijwilligers' gestuurd om de vijftig sjiitische heiligdommen in Syrië te beschermen tegen soennitische wandaden.

Dankzij de inzet van Hezbollah-strijders, van Iraanse en Iraakse 'vrijwilligers' en van nieuwe Russische wapens heeft het Assad-regiem een aantal successen op het slagveld behaald. Dat, meer dan het gebruik van chemische wapens, heeft voor Amerika de doorslag gegeven om nu openlijk wapens naar de Syrische oppositie te sturen. Er zijn in Syrië honderdvijftig slachtoffers geteld van chemische wapens; van hen zouden er honderd zijn overleden. Honderdvijftig slachtoffers die als excuus voor Amerikaanse wapenzendingen zijn gebruikt, niet de meer dan honderdduizend doden die volgens al-Jazeera tot nu in twee jaar oorlog zijn gevallen.

Hansworst
Turkije - onze NAVO-partner - is niet tegen wil en dank in de substituut-oorlog tussen sjiieten en soennieten meegezogen. Premier Tayyip Erdogan en zijn minister van Buitenlandse Zaken, Ahmet Davutoglu, profileren zich als leiders van de soennieten en laten merken te dromen van een neo-Ottomaans rijk. Een jaar geleden verklaarde Davutoglu vol bravoure tegen het parlement in Ankara: 'Wij gaan de leiding nemen in de golf van veranderingen in het Midden-Oosten. Wij zijn de huisbaas van het Midden-Oosten, de voorhoede van een nieuwe regionale orde.' Turkije zou dat niet worden door militair ingrijpen, maar door soft power: Turkse handel, Turkse soaps, Turkse scholen.

Davutoglu had dit nog niet gezegd of er vielen klappen. Een lid van de oppositie schreeuwde naar de minister woorden als: 'Je bent zelf een moordenaar' en 'hansworst', omdat Davutoglu had gezegd dat Assad zijn eigen volk uitmoordde, waarop een lid van de AKP de schreeuwende collega bij de keel greep en krijste: 'Ik vermoord je! Randdebiel die je bent!' Even later sloot Davutoglu zich bij het beeld van vechtende mannen aan. Hij vergeleek Turkije met een 'zwaargewicht worstelaar' die 'maximaal gebruik maakt van zijn talenten in de omgang met de klasse van middengewicht worstelaars' (de kleinere Arabische staten aan de zuidgrens van Turkije).

De AKP ontkent neo-Ottomaanse ambities te hebben maar die aspiraties zijn er wel. In een boek dat hij in 1994 uitgaf, schreef Davutoglu, toen nog hoogleraar internationale betrekkingen, over het belang voor moslims van heroprichting van het kalifaat (in 1924 afgeschaft door de eerste Turkse president Kemal Atatürk.) Hij pleitte er ook voor de soennitische moslims in één staatsbestel onder te brengen. Kortom: zoals het Ottomaanse rijk er had uitgezien, maar dan zonder keizer of koning.

De Turkse buitenlandse politiek is nu: met de rug naar Europa en de neus alle andere kanten op. Met de regeringen van de drie islamitische buurlanden heeft Turkije mot. Behalve met Iraaks Koerdistan. Maar dat mag nog steeds geen zelfstandig land worden genoemd, hoewel het dat in de praktijk wel is. Nooit zou Turkije een autonoom of onafhankelijk Koerdistan aan zijn grenzen accepteren, werd altijd in Ankara beweerd. Maar de herschikking van het Nabije Oosten, in ieder geval die van Irak, heeft de Turken met die draaiende neus op de feiten geduwd en de werkelijkheid doen accepteren. Turkije en een vrijwel zelfstandig Koerdistan in Irak zijn nu de beste maatjes en de beste economische partners. Tussen de regering in Bagdad en die in Ankara heerst een koude oorlog.

Wie in de regio geen soenniet is, wordt door Erdogan denigrerend neergezet als sjiiet of in het geval van de Syrische Alawieten als Nusayrie. Dat komt in de islamitische context neer op: heiden of ketter.

Qatar
Turkije beheerst met Qatar en Saoedi-Arabië de Amerikaanse en andere wapens en geldstromen naar de Syrische oppositie. Qatar, waarvan wij door nieuwszender al-Jazeera het beeld hebben gekregen als een op vooruitgang en democratie steunend staatje, helpt in Syrië de radicale fundamentalistische groeperingen, in het bijzonder de Moslimbroeders. Dat doet het ook in Egypte en Noord-Afrika.
Ook Saoedi-Arabië speelt in Syrië een andere rol dan je zou verwachten. Zo eist Riyad van de Syrische Nationale Raad dat er vertegenwoordigers van minderheidsgroepen en van niet-moslims in worden opgenomen. Saoedi-Arabië is zeer gekant tegen de Moslimbroeders, ook die van de zittende regering in Caïro. Het wil het liefst alle groeperingen die de politieke islam in het vaandel hebben, uitsluiten van de anti-Assad-coalitie.

Saoedi-Arabië is, na Qatar, de grootste financier van de opstandelingen. Maar Qatar heeft zich wel het meest agressief ingezet voor de islamistische oppositie, net als het in Libië deed: cargovliegtuigen vol wapens met Qatari Air naar Ankara laten vliegen en het in Turkije bij de grens met Syrië laten verdelen onder de Opperste Militaire Raad van de rebellen. Een groot deel van de Syrische oppositie zit in Istanbul en het Vrije Syrische Leger kan vrijwel ongehinderd de Turks-Syrische grens passeren.

De intensieve betrokkenheid van Qatar en Saoedi-Arabië komt voort uit hun belang om een regiem of regiems die hen goed gezind zijn ter plekke te vestigen, maar vooral ook gaat het hen er in deze slepende 'burger'oorlog om Iran zo veel mogelijk te verzwakken. Iran heeft binnenkort potentieel de mogelijkheid een atoombom te maken. Niemand weet of Teheran het daarbij laat en het werkelijke bouwen van een bom blijft gebruiken als afschrikmiddel. Die bom is voor zowel Israël als de Arabische Golfstaten een gevaar, maar ook voor Turkije. Mocht Israël de Iraanse nucleaire installaties aanvallen, zo heeft een commandant van de Revolutionaire Garde gezegd, dan zal Iran Turkije als een van de eerste landen bombarderen. In Turkije heeft de NAVO in de buurt van Malatya een raketschild geplaatst dat bedoeld is om Iraanse raketten (met eventuele atoombommen) tegen te houden.
Premier Erdogan heeft gezegd dat als Iran een atoomwapen heeft, Turkije verplicht zal zijn er ook één te hebben.

Turkije doet overigens niet mee met de sancties tegen Teheran. Het is eenvoudig te afhankelijk van Iran voor olie en gas. Verder is het voor Turkije van groot economisch belang om de snelwegen naar Centraal-Azië open te houden voor de handel.

'Maak dat je wegkomt!'
Van Kilis rijd ik terug naar Gaziantep en ga op bezoek bij Gülsah Sert, journaliste bij de plaatselijke krant de Telegraf. Ik vertel haar enthousiast over de rijdende Syrische espressobarretjes die ik langs de weg heb gezien en die me herinneren aan de heerlijke koffiemomenten in het Syrië van voor de burgeroorlog. Gülsah haalt enigszins geërgerd haar schouders op. 'Tja', zegt ze, 'Arabieren pakken het werk af van Turken. Arabische dagloners werken ver beneden de prijs van Turkse dagloners.' Ik zeg dat ik nooit een Turkse rijdende espressobar heb gezien en dat het toch wel aardig is dat vluchtelingen een nieuwigheid introduceren, maar dat gaat langs haar heen. 'De rijke Syriërs', zegt ze, die rijden door het rode licht en betalen hun boetes niet. Ze betalen de huur niet en ze betalen niet als ze in een restaurant hebben gegeten. Dan zeggen ze: 'Eyvallah! (bedankt). Tay-yip Erdogan die zal het betalen!'

Gülsah windt zich steeds meer op. 'Ze vinden het eten in het kamp niet lekker en de dokter niet aardig en dan komen ze maar naar de stad. Arabieren vragen de dokter gewoon om een recept voor zonnecrème en dan zeggen ze: het Turkse ziekenfonds betaalt. Als ze echte kerels waren, zouden ze hier hun buik niet volvreten; dan zouden ze als een Turk vechten voor het moederland en voor de familie en voor het geloof. Maar bij ons rijden die zogenaamde oorlogsslachtoffers rond met een enorme luxe auto onder hun kont.'

Gül¿ah wil ook niets weten van de Syrië-politiek van de AKP-regering. 'Ze zeggen dat Assad over nog maar een piepklein stukje grond heerst en dat hij heel snel gewipt gaat worden. Dat proberen onze media ons ook wijs te maken.' Haar eigen krant niet, zegt ze, daarin mag ze alles schrijven wat ze wil. Ze haalt haar laatste column erbij die eindigt met: 'Ik zou tegen die kerels in die vette auto's willen zeggen: Neem jullie kinderen, vrouwen en ouden van dagen mee naar je eigen land. Maak dat je wegkomt!'

Betsy Udink is schrijfster. In 2010 verscheen In Koerdische Kringen (uitgeverij Augustus).

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden