Turkije is nog niet af van Welzijnspartij

0 E SLAG om het basisonderwijs in Turkije is afgelopen weekeinde in het parlement beslist ten gunste van de aanhangers van een strikte scheiding van moskee en staat, de secularisten....

Daartoe werd in mei de stoot gegeven door de hoofdofficier bij het Hof van Cassatie. Vural Sivas maakte bekend dat hij een procedure was begonnen bij het Constitutionele Hof. Volgens Savas 'had de Welzijnspartij het seculiere karakter van de Turkse staat ondermijnd, waardoor een klimaat van burgeroorlog was geschapen'. De partij had artikel 68 en 69 van de grondwet overtreden en moest dus worden ontbonden, aldus de hoofdofficier.

In maanden voorafgaande aan de val van Erbakan, waartoe de militairen in de Nationale Veiligheidsraad op 28 februari met een dictaat aan diens adres het startschot gaven, werden de zogeheten Imam Hatip-scholen het symbool bij uitstek van de escalerende strijd tussen secularisten en islamisten. De laatsten zouden van Turkije een tweede Iran willen maken, althans een burgeroorlog à la Algerije uitlokken. De islamisten argumenteerden dat eigen onderwijs nu juist de hoogste vorm van secularisme en godsdienstvrijheid is.

Het paradoxale is dat tijdens de tien maanden durende regering van Erbakan er geen enkele nieuwe Imam Hatip-school werd geopend. Sterker nog: de meeste van deze vijf à zeshonderd scholen werden door gelovige particulieren gesticht na de militaire staatsgreep in 1980. Hoewel direct na de coup hardhandig werd afgerekend met linkse politieke tegenstanders en islamitische fundamentalisten, schoten in de drie jaar van militair bewind de religieuze scholen als paddestoelen uit de grond. De generaals tolereerden ze als een probaat instrument tegen de invloed van extreem-links. Een opportunistische politiek die werd voortgezet door burgerpolitici, zoals wijlen premier Özal, na het herstel van de democratie in 1983.

Özal streefde naar een economisch wonder dat hij op basis van de restrictieve, door de militairen geschreven grondwet van 1982 hoopte te kunnen uitvoeren. Dus niet gehinderd door acties van vakbonden en linkse partijen. Met lage lonen, sociale rust en miljarden geleend buitenlands geld werd getracht Turkije in sneltreinvaart te moderniseren. De stagnerende, door staatsbedrijven beheerste en op autarkie gerichte economie moest worden opengebroken en competitie aangemoedigd. Met als voornaamste doel Turkije klaarstomen voor het lidmaatschap van de Europese Unie.

Naast positieve macro-economische resultaten, openbaarden zich op politiek en sociaal terrein negatieve effecten van dit 'geleide' liberalisme. Hoge inflatie, werkloosheid en ontworteling als gevolg van een massale trek naar de steden, trof miljoenen. Er ontstond een groep van puissant rijken, die de ongewijzigde politieke cultuur ten eigen bate benutte en geen enkel maatschappelijk verantwoordelijkheidsbesef aan de dag legde.

Terwijl de verliezers politiek niet of nauwelijks hun lot konden veranderen op straffe van overtreding van de grondwet, diende zich in de jaren tachtig een vrijwel vergeten politieke factor aan: de islam. Een factor die na de revolutie onder AtaÖurk leek te zijn geëlimineerd, won na de uitschakeling van links snel aan populariteit onder gefrusteerde Turkse kiezers.

De onvrede over de corruptie, het wanbeheer en de onmacht van politici en bureaucraten, kregen een extra dimensie na het einde van Koude Oorlog. De EU richtte haar ogen op het voormalige Oostblok en Turkije werd naar de wachtkamer verwezen. Alle opofferingen om erbij te horen leken tevergeefs geweest.

Na de verkiezingen van december 1995, waarbij de Welzijnspartij met ruim 21 procent de grootste partij van Turkije werd, beseften de seculiere partijen en het leger de losbollige tovernaarsleerling te hebben gespeeld. Maar desondanks leidde de animositeit tussen de leiders van de tweede en derde partij, Çiller en Yilmaz, uiteindelijk toch tot een coalitie van Çiller en Erbakan. De gematigde toon van Erbakan, toen hij eenmaal premier was, kon op korte termijn een botsing met de militairen niet voorkomen.

De seculiere oppositiepartijen, waaronder de Moederlandpartij van Yilmaz, hoefden niet veel meer te doen dan afwachten tot de militairen in de Nationale Veiligheidsraad met Erbakan hadden afgerekend. Eenmaal aan de regering doet Yilmaz wat er van hem wordt verwacht: de seculiere boedel beheren, zonodig restaureren en dansen naar het pijpen van het leger.

De regering heeft intussen problemen bij het vinden van middelen om de toestroom van 800 duizend extra leerlingen, 190 duizend onderwijzers en nieuwe scholen te bekostigen. Minister van Financiën, Temizel, suggereerde een tijdelijke verhoging van de btw, maar hij zei vooral te hopen op een lening van 3,5 miljard dollar van de Wereldbank.

Het zou wel eens kunnen blijken dat het seculiere onderwijs nog slechter zal worden door het beleid van de regering tegen de islamitische scholen. Een mooier cadeau zou de Welzijnspartij, of haar opvolger na ontbinding door het Hof vóór de verkiezingen, zich niet kunnen wensen.

Joris Cammelbeeck

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden