Turkije houdt zijn ogen stijf dicht

MET EEN VERMOEIDE zucht is woensdag een einde gekomen aan de regering van de Turkse premier Tansu Çiller. De twee coalitiepartners, de conservatieve Partij van het Juiste Pad (DYP) en de sociaal-democraten van de CHP, waren elkaar al enkele maanden meer dan beu....

JORIS CAMMELBEECK

Na de verkiezing van een nieuwe, ambitieuze leider, Deniz Baykal, tijdens het partijcongres van de CHP, kon de doodsteek voor de regering-Ciller niet lang uitblijven. Drie maal wist de oude garde de verkiezing van Baykal te voorkomen, maar op 10 september verkozen de leden hem in grote meerderheid boven de zittende Murat Karayalcin. Hem werd vooral verweten veel te ver te zijn meegegaan met de politiek van bezuinigen - lage lonen en hoge prijzen - van premier Çiller.

De na een fusie in februari tussen de twee sociaal-democratische partij, de SHP en de CHP, had de meerderheid van de leden er schoon genoeg van om door de veel grotere coalitiepartner DYP als voetveeg te worden behandeld. Terwijl uit opiniepeilingen steeds weer bleek dat de aanhang terugliep.

Eind vorig jaar had het SHP-boegbeeld, minister van Buitenlandse Zaken Mümtaz Soysal, al zijn conclusie getrokken. Aanleiding was de woordbreuk van een deel van de DYP-fractie. Nadat de SHP-fractie haar stem had gegeven aan de privatiseringswet van de regering-Çiller, gaven niet alle DYP-parlementariërs hun steun aan de democratische hervormingsvoorstellen van de socialisten.

Begin dit jaar leek het tij voor de socialisten alsnog te keren. De door Çiller vurig gewenste douane-unie met de Europese Gemeenschap werd in Brussel overeengekomen. De CHP kreeg vervolgens steun van het Europese Parlement, dat ondubbelzinnig liet weten dat van ratificatie van de unie - eind oktober - geen sprake kon zijn als Turkije niet eerst de mensenrechten zou respecteren en de democratie versterken.

Gesterkt door de gunstige uitslag voor de DYP bij een aantal tussentijdse lokale verkiezingen in juni, waarin de socialisten als tweede eindigden, wierp Çiller zich op als voorvechtster van hervormingen in de grondwet, de kieswet en de anti-terreurwetgeving. Enkele wijzigingen, de verlaging van de leeftijd voor passief en actief kiesrecht, werden aangenomen. Maar de premier verkeek zich op het verzet van de rechtervleugel in haar partij, waardoor het onmogelijk bleek voor de wezenlijke hervormingen voldoende stemmen in het parlement te vinden.

Erger nog, er openbaarden zich diepe tegenstellingen in het parlement. Niet alleen tussen voor- en tegenstanders van meer democratisering, pro- en anti-Europeanen, maar ook tussen secularisten en anti-secularisten. Ofwel tussen voorstanders van een strikte scheiding tussen 'kerk' en staat, de hoeksteen van de Turkse republiek, en zij die vinden dat Turkije met dat beginsel moet breken.

Geconfronteerd met het uitzicht op onvoldoende steun voor de meeste amendementen op de in totaal 21 artikelen, besloot de regering ze af te zwakken of niet in stemming te brengen. Een referendum, zoals de grondwet voorschrijft als het parlement na twee stemmingen er niet in slaagt wijzigingen aan te nemen, wilde Çiller vermijden. Met steun van de grootste oppositiepartij, de Moederlandpartij, zei Çiller een gevaarlijke polarisatie te vrezen. De CHP zei een referendum toe te juichen, omdat dan eens en voor al zou komen vast te staan dat er een seculiere meerderheid in Turkije bestaat.

Het aantal patstellingen in de Turkse politiek is sindsdien niet kleiner geworden. De gestrande grondwetswijzigingen kwamen bovenop de voortdurende, al jaren doorzeurende economische maleise, de met matig succes verlopende strijd tegen de inflatie, de corruptie-schandalen, de niet afnemende schending van mensenrechten (Amnesty-rapport september 1995) en de onmacht om in het conflict met de Koerden iets anders te verzinnen dan een gewelddadige aanpak.

Zeker zo uitzichtloos is dat vrijwel elke uiting, elk geschrift, elke discussie over de Koerdische kwestie door de staat de kop wordt ingedrukt. Op grond van artikel 8 van de anti-terreurwet zijn bijna negentig intellectuelen, schrijvers, politici en journalisten veroordeeld, of aangeklaagd wegens 'separatistische propaganda' of 'bedreiging van de eenheid van de Turkse staat'.

Aan die reeks is nu nog een regeringscrisis toegevoegd die premier Çiller niet wenst op te lossen door vervroegde verkiezingen. ('Het land heeft geen behoefte aan verkiezingen, maar aan oplossingen'.) Zij wil koste wat kost doormodderen tot de formele verkiezingsdatum, najaar 1996. Dat kan alleen, tenminste als de Moederlandpartij voet bij stuk houdt en slechts een coalitie wil vormen op voorwaarde dat er vervroegde verkiezingen worden afgesproken, met een kleine rechtse partij. In dat geval is er maar potentiële kandidaat: de Nationalistische Actie Partij (MHP). De islamitische Welzijnspartij is voorstander van vervroegde verkiezingen.

De sleutel tot een nieuwe regering heeft president Demirel in handen. Hij heeft het recht elke geschikte parlementariër een regering te laten formeren. Ondanks vele aanvaring met zijn protégé Çiller, zal hij haar geheel in lijn met de tradities van de Turkse politiek de formatie-opdracht geven.

In de herfst van 1995 lijkt Turkije in alle opzichten te voldoen aan een omschrijving die de Franse filosoof Jean-Paul Sartre eens gaf van een decadente samenleving: 'Een maatschappij die niet bereid is zijn problemen onder ogen te zien.'

Joris Cammelbeeck

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden